Dromen 01/30/2009
Ik ben op de IMC Weekendschool Zuidoost, leerlingen uit groep acht uit de Bijlmer ondervragen me over het schrijverschap: “Heeft u een man? Heeft u kinderen? Wilt u kinderen? Wilt u heel misschien kinderen, u ziet wel hoe het loopt of heel erg graag? Wat voor man zoekt u?” 2 Comments Wat voor weer zou het zijn... 01/29/2009
Het zwembad loopt over in de zee. Zo lijkt het. Het is moeilijk te zeggen waar het zwembad ophoudt, de zee begint en de lucht het overneemt. Aan de overkant zie je de vuurtoren van Saint-Tropez staan. Er varen bootjes en grote jachten voorbij. De zon schijnt, de ijskast is gevuld met alles waar ik van houd en met spullen waar de rest niet van aankomt. Zwemles 01/29/2009
![]() Ik heb op de lagere school vier jaar over mijn zwemdiploma gedaan omdat ik mijn hoofd niet boven water kon houden. Zo verklaarde mijn zwemleraar dat in ieder geval aan mijn ouders. Dus bleef ik net zolang lessen volgen tot ik dat wel kon. Maar leven moet je maar meteen kunnen en je krijgt ook nooit een diploma. Sommige mensen vinden dat geen probleem. Leven is voor hen blijven ademen. Wanneer je hart maar pompt en je adem kunt halen dan leef je. Zo simpel ligt het volgens mij niet. Zwemmen is ook iets heel anders dan slechts je hoofd boven water houden. Een dikke jongen uit mijn tweede jaar zwemles kon heel goed drijven op zijn rug. Hij ging in het water liggen en dreef. En verder deed hij niks. Onze zwemlerares probeerde hem de slagen te leren maar zodra ze niet keek draaide hij zich op zijn rug om weer te gaan drijven. Hij keek altijd gelukkig wanneer hij dreef maar zwemles gaat niet om geluk. Iedere keer werd hij weer aan een haak naar de kant getrokken. Dat soort dingen kon ik als kind al niet aanzien. Volgens mij heeft de dikke jongen nooit zijn diploma gehaald terwijl ik zeker weet dat hij nooit zal verdrinken. Liefde op het eerste tekstje 01/28/2009
Vrijgezelle lezer, maakt u zich vooral ongerust. U heeft jarenlang alleen maar gefocust op uw spiegelbeeld, uw spiermassa en overbodige haartjes, die u zelfs in de flipstand nog even snel met een pincet wist te bereiken. Maar zegt u nu zelf, wanneer heeft u voor het laatst een diepgaand gesprek gevoerd? Genoten van een zingende merel in de regen en een film waarin goed werd geacteerd? Wanneer was u voor het laatst lekker spontaan en avontuurlijk? Op weg naar werk... 01/27/2009
Liefde is sterker dan een regenbui. Ondanks een natte lente en witte wintermaanden houdt het krijt al sinds het Paasfeest stand. Iedere keer betrap ik me op een licht gevoel van euforie wanneer ik er langsfiets. Het staat er nog. In deze straat waar het ’s ochtends naar oud bier ruikt en er ’s middags Oost-Europeanen messen slikken voor dronken toeristen, geven deze woorden nog wat hoop. Net als kinderstemmen op begrafenissen. Of alcohol op een bedrijfsuitje. De zoen begin ik me langzaamaan toe te eigenen, zoals verhalen van goede vrienden soms de jouwe worden. Ik weet niet of dit een eerste zoen ooit was, of een eerste zoen met iemand van betekenis. Ik denk het laatste, het is geen plek waar jonge tieners zich (zouden moeten) ophouden. Zij, ik vermoed dat zij het was, heeft het er later op geschreven. Een eerste zoen bestaat alleen bij de gratie van een tweede zoen. Voor hun tweede zoen noemden ze het waarschijnlijk nog de 'grote zoen'. Het was geen hongerige zoen, niet wild en onstuimig. Met handen overal. Het was een zoen tussen twee mensen die wisten dat ze de tijd hadden. Of er in ieder geval niet mee in gevecht wilden gaan. Hij zei dat ze mooi was. En zij was nooit mooier. Maar dat wist hij toen nog niet. Kwaliteitsvlees 01/26/2009
Het is ondanks mijn vliegangst altijd weer bijzonder aangenaam om van Amsterdam naar Nice te vliegen en terug. Het is een zeer prettig soort mensen waarmee je het vliegtuig deelt. Niemand dringt voor of maakt schuine moppen tegen de stewardess. Sommige mensen zien vliegen als een sportieve prestatie. Doen speciaal voor de vlucht hun hardloopschoenen en joggingbroek aan, maar met de mensen in dit vliegtuig kun je direct door naar la Rive in het Amstelhotel. De overhemden en gezichten zijn glad gestreken, men spreekt met elkaar op fluistertoon, er wordt hier en daar bescheiden gekucht. Uiteraard klapt de passagier voor je niet zonder een beleefd ‘pardon’ de stoel achterover op je schoot en wordt er niet geklapt als de piloot het toestel aan de grond zet. De piloot is potjandorie geen straatartiest. Behalve de vrouwen met hun hondjes heeft niemand opmerkelijke handbagage mee. Op sommige vluchten zag ik mensen de meest merkwaardige voorwerpen het vliegtuig binnendragen. Lange buisvormige dingen. Vierkante dozen, lood om mee te duiken, gitaartassen, in noppenfolie ingepakte apparaten volgeplakt met een dreigend ‘breekbaar’. Onvoorzichtig op jouw See Buy Fly-tasje met sterke drank gegooid. Volgens een meisje bij de marechaussee nemen veel vrouwen hun vibrators mee in hun handbagage. Daar kun je natuurlijk niet een paar dagen zonder als je koffer onverhoopt achterblijft of wanneer je een vlucht hebt van langer dan vier uur. Holden Caulfield beweert in The Catcher in the Rye dat een koffer veel zegt over een mens. Laat ik dat aanscherpen: handbagage zegt alles over een mens. Ik weet zeker dat ik nooit een man zal trouwen die een lang buisvormig ding meeneemt op een vliegreis. Mijn vliegangst, of claustrofobie, is met zulk gesoigneerd gezelschap merkwaardig genoeg minder aanwezig. Al zijn mijn handen nog steeds klammer dan onder normale omstandigheden en mijn nagels niet meer even lang als ik ben geland. Vliegen blijft iets barbaars. Niet alleen omdat je kilometers boven de grond hangt, een vrij onnatuurlijke positie, maar ook omdat je urenlang de lucht van een groep totale vreemden zit in te ademen en al die tijd armpje vrijt of vecht met iemand die je op de grond niet eens de weg zou willen wijzen.De vergelijking met een grote groep roze varkentjes op weg naar het slachthuis komt vaak in me op. Al zijn het nu natuurlijk wel bijzondere varkentjes. Ze kregen alleen het allerbeste eten en zijn opgegroeid met meer dan genoeg ruimte. Als je goed kijkt, zie je de stickers met ‘kwaliteitsvlees’ erop. Pianoman 01/26/2009
Hij vindt het vervelend wanneer ik ‘oobloomof’ zeg in plaats van ‘o blomhov’ of wanneer ik zijn horoscoop hardop voorlees aan het ontbijt. Soms spreekt hij een zaterdaglang bijna niet tegen me omdat ik de krant eerder heb gelezen en niet goed heb teruggevouwen. Het liefst ziet hij dat ik mijn haar opsteek, niet rook en mijn rode jurk als we uitgaan. Gewoon een verhaal 01/26/2009
![]() Ik kreeg de autobiografie van Joyce Maynard, waarin een groot gedeelte gaat over haar korte relatie met J.D. Salinger. Zij was achttien toen, hij drieënvijftig. Bijna twee keer een volwassen leven stond tussen hen in. Een dandy en een prinsesje 01/26/2009
De dag dat ik voor het eerst tot de Heer bad, verloor ik mijn fietssleutel en mijn vader. Het was een warme dag. Zo'n dag waarop de sproeiers aangaan aan het eind van de middag en je uit alle tuinen de uitgelaten stemmen van de buurtkinderen hoort die in hun ondergoed door het drassige gras glijden. Mijn vader had me die ochtend thuis gehouden van school zodat we eens een dag samen hadden. Zonder mijn bemoeizuchtige moeder om ons heen, die voor een paar dagen naar familie in het Zuiden was. Haar leren koffer had ze volgestopt met delicatessen uit de stad. Wij mochten er niet van snoepen. Mijn vader en ik waren speciaal voor haar familiebezoek nog gefotografeerd. Ze had mij een wit jurkje aangedaan, bekleed met fijne roze bloemetjes. Voor mijn vader had ze een pak en een grote hoed. Het pak was van zachte wol gemengd met kasjmier. Mijn moeder kon niet stoppen over de stof te aaien. ‘Wat kun je toch een dandy zijn,’ had ze gekird terwijl ze haar rood geverfde lippen op zijn wangen achterliet. Toen ik de tuin inliep had mijn moeder licht hysterisch in haar handen geklapt zoals vrouwen dat doen wanneer ze een duur cadeau krijgen. Ze liet me minutenlang rondjes draaien zodat mijn jurkje omhoog bolde en ik gezonde rode wangen kreeg. ‘Prinsesje, prinsesje!’ riep ze opgewonden. Mijn vader had naar me geknipoogd om daarna mijn hand overdreven afstandelijk in de zijne te nemen en arrogant naar de lens te kijken. Mijn jurkje voelde zacht aan op mijn blote benen en kietelde mijn knieën wanneer ik bewoog. De buurjongens keken nieuwsgierig onder de heg door, maar mijn moeder joeg ze met een sissend geluid weg, alsof het katten waren. Na de fotosessie werden we naar binnen gestuurd om ons weer voorzichtig te verkleden, want de kleren moesten dezelfde dag nog terug naar de winkel. Mijn keuken op Iens 01/26/2009
Restaurantgegevens | Ik ben geboren in de zomer van 1981, was redacteur bij Propria Cures, had een feuilleton in HP de Tijd, een column in NRC en Het Parool en schrijf regelmatig voor Hard gras. Voor Het Parool keek ik twee seizoenen naar voetballers en materiaalmannen van Ajax en schreef daarover vijf keer per week de rubriek Staanplaats. In april 2008 debuteerde ik met de verhalenbundel ´Ik weet hoe jongens huilen´. Mijn Ajax-columns zijn in juni 2011 gebundeld in ‘Alle dagen Ajax.’ Mijn idool is een kruising tussen mijn oma zaliger, een paar van mijn beste vrienden en Dennis Bergkamp. Ooit ga ik weer een boek (fictie) schrijven.
CategoriesAll Archief
Februari 2012 |



RSS Feed