Hard gras nummer 64. Met o.a. Eva Maria Staal, Marcel van Roosmalen, Nico Dijkshoorn.
En ook een stuk van mij, vandaar deze reclame, over 'het klasje van Toulon '97'. Koop het en lees mijn bevindingen over de knieen van Mark van Bommel, de groene thee van Cedric van der Gun, de grijns van Milan Berck Beelenkamp en de inrichting van het huis van Rody Turpijn.
Vanaf vanmiddag hier te bestellen: www.hardgras.nl Of morgen te koop in de (grotere) boekhandel.
Vreemden laat ik niet graag toe in mijn huis. Niet meer. Mijn huis was ooit een vrolijk huis, waar mensen leefden en deden wat daar allemaal bij komt kijken. Nu leven er geen mensen meer, maar woon ik er, alleen, en laat mijn theezakjes opdrogen op het keukenblad. De dag dat ze vertrok, haar kleine kamer had leeggehaald, de borden en kaasschaaf meenam, dacht ik nog dat de muren de warmte wel vast zouden houden. Dat ik beter af was alleen. Maar op een dag mis je de muizen. En leer je dat de eenzaamheid langzaam je huis binnendringt, zich ophoopt als stof. Ooit kwam er nog een man, en stofte ik de kamer vrolijk, liet zijn geur leven achter, echode zijn lach nog dagen na. Maar de man kwam niet meer en liet alleen zijn afwezigheid achter op plekken waar je steeds tegenaan stoot. Nu is het huis als de donkere plek in je hoofd waar je niemand uitnodigt omdat er zo weinig te lachen valt.
Als je als vrouw van voetbal houdt, heeft dat vaak te maken met een man. Er is een vader of een broer die liever had gezien dat je een jongetje was. Of er is de knappe keeper van de B1, op wie je indruk wilt maken. En als er een voetballer als Dani een paar keer het 'Moppie van de week' is in de Tina, zitten er ook een stuk meer meisjes op zondagavond te knoeien met het bord op schoot. Maar het zijn er niet veel die het volhouden. Het blijft een bepaald slag vrouwen dat liever naar het voetbalstadion gaat dan lunchen met vriendinnen. In het stadion zie je dan ook veel vrouwen die met hun korte haren niet meer van mannen te onderscheiden zijn en ook mannen met staarten die vreemd genoeg niets van vrouwen weg hebben. Ook is het permanentje onder bezoekende tienermeisjes nog steeds waanzinnig populair. Bepaalde vrouwen, uit bepaalde buurten, blijven er generaties lang steeds hetzelfde uitzien. Of sommige kappers worden erg oud. Ik heb geen permanentje en ook geen kort haar. En ik weet dat de combinatie van mijn voetballiefde en mijn status van eeuwige vrijgezel wel eens vragen oproept, maar als iemand denkt dat je lesbisch moet zijn om als vrouw rennende mannen toe te juichen, zou je mannen ook homo kunnen noemen, omdat ze graag naar cheerleaders kijken. Mijn voetballiefde is begonnen in mijn kindertijd. Het was geen liefde op het eerste gezicht. Geen mooi verhaal over een koude winterdag aan de zijlijn van FC Huppeldepup waar de toen nog onbekende latere topverdediger een prachtige sliding maakte, waarbij de modder tot aan zijn lies kroop. Nee, mijn broer beloofde mij op een dag een zak snoep als ik fan zou worden van Ajax. Hij had iemand nodig om een bescheiden wave mee te doen om onze vader, een Feyenoordsupporter, te pesten. Het was bij ons thuis elke week een klassieker. Voetbal stond vanaf toen voor mij niet zozeer voor sport, voetbal stond voor een wij- en zijgevoel. Voetbal was iets van mijn vader en mijn broer en ik mocht daarbij aanschuiven. Mijn zus en mijn moeder hoorden er niet bij. En later, toen ik met regelmaat thuiswedstrijden van Ajax bezocht en de wave allang uit was, genoot ik van de mannen om mij heen die negentig minuten aan het zuchten en steunen waren en de eigen spelers luid een plek onder de douche toeschreeuwden en van het collectieve gemopper en gevloek op de scheidsrechter. Er is veel te zeggen voor een stadion dat lijkt te exploderen na een prachtig doelpunt. Er is nog meer te zeggen voor een Arena waarin iedereen verontwaardigd opspringt na een foute beslissing van een grensrechter. Soms krijg ik van supporters van provincieverenigingen, eigenlijk alle clubs buiten Amsterdam en Rotterdam, het verwijt dat de sfeer in het Ajaxstadion helemaal niet 'gezellig' is. Dat zijn mensen die het niet hebben begrepen. Voetbal gaat niet om gezelligheid. De voetbalclub is geen carnavalsvereniging, waar alles wat op het veld gebeurt, toch wel leuk is. Die mensen zijn in de Arena alleen maar welkom in het uitvak of het familievak. Want niet een lied als 'holadiejee we doen nog mee' doet een goed supportershart kloppen. Nee, het allerfijnste geluid ter aarde is een gezamenlijk fluitconcert. Daarvan krijg je kippenvel op je hart.
“Hoor je me, schatje?” “Ja, hoor jij mij, lieffie?” “Ik hoor je.” “Ik hoor jou ook.” “Fijn.” “Hi.” “Hi.” “Hoe is het?” “Goed, met jou?” “Wat zeg je?” “Goed, en met jou?” “Kun je iets minder dicht bij de microfoon gaan zitten? Het kraakt.” “Hoor je me nu beter?” “Nee.” “En zo?” “Ja, nu kraakt het minder.” “Oké, ik vroeg hoe gaat het met JOU?” “Ik zie jou niet.” “Ik jou wel.” “Ja, je moet even op ‘start mijn video’ drukken.” “Oké, gedaan.” “Ah! Daar ben je.” “O, ik zie er echt heel raar uit, heel overbelicht en zo, ik zie er eigenlijk veel beter uit, hoor.” “Je ziet er een beetje moe uit.” “Wat zeg je?” “Dat je er moe uitziet.” “Dank liefje, jij bent nog veel mooier.” “Het kraakt weer zo. Laten we even opnieuw bellen.” “Ik heb echt zo’n...hallo?
“Hallo?” “Hi, hoor je me nu?” “Ja maar er is iets met jouw computer, ik hoor een heel raar geluid.” “Ik hoor je nu wel prima, dus dat ligt dan dus aan jouw computer.” “Schatje, ik skype net nog met Johan en er is niets aan de hand.” “Hmmm. Nou, de webcam is echt van een goed merk, hoor.” “Had je een fijne dag vandaag?” “Het gaat wel. Het regent hier en bij jou?” “Hier ook, het is koud. Laat even iets van jezelf zien.” “Zie je me zo helemaal? Of moet ik nog iets naar achteren?” “Ik wil even je borsten zien.” “Wat zeg je, liefje?” “Dat ik zin heb om je borsten te zien.” “Wat wil je zien?” “JE BORSTEN!” “Ah, nee hoor, nu even niet, niet weer. Heh, nee hoor.” “Ja maar schatje, ik mis je, ik mis…godver! Hé!”
“Hallo, schat.” “Ik word gek van dat gekraak, godverdomme.” “Ja, ik kan er niets aan doen. Wel fijn dat we elkaar weer even spreken, toch?” “Ja. Heel fijn om weer even te horen hoe het met je gaat.” “En dan te bedenken dat we zo ver uit elkaar zitten en dat we elkaar gewoon kunnen spreken. Het is toch echt mooi dat dat allemaal kan, bedenk ik me wel eens. We zitten zeker vijfhonderd kilometer bij elkaar vandaan en…” “Godver, godver, het begint weer!” “Hallo, hallooo?” “Ik bel je wel op je mobiel.” “Hallo? Schat? Hallooooo.”
|