Janneke van der Horst
  • Keiharde zelfpromotie
  • Staanplaats (Columns Ajax)
  • Boeken
  • Aardige woorden
  • Links
  • Contact
vriendinnen op terras 04/25/2009
1 Comment
 

Ze wisten niet of ze vereerd moesten zijn of zich ernstig zorgen moesten maken toen een vrouw aan ze vroeg of ze de nachtburgemeesters van Amsterdam waren.

1 Comment
 
Ratten en reigers 04/20/2009
2 Comments
 

Ik was achttien, klaar met de middelbare school en ik kon overal naartoe. Naar Oost-Europa, Rio de Janeiro, Azië, New York, Berlijn. Maar ik vertrok naar de stad een kilometer of dertig boven mijn geboortedorp, nam mijn intrek in een kamer waar ik vocht tegen muizen en ratten en een sluimerende eenzaamheid, ondanks de muizen en de ratten en de warme kroegen met mooie vrienden.
Toen ik twintig was, drieëntwintig, vijfentwintig, ook toen kon ik overal naartoe. Ik kende iemand in Israël, in Londen, in Moskou, in de bergen van Marokko. Ik was op de Antillen al eens ten huwelijk gevraagd door een zoon van een steenrijke Venezolaan. In Parijs en Kopenhagen woonden vakantieliefdes, ik kende hun huizen.
Maar ik bleef. En ik verhuisde in de stad naar een pand op de kade, dichter bij het centrum van het centrum, waar je door het zolderraam een tekening uit een prentenboek ziet. Hier woon ik hoog boven de daken, nog hoger boven het grondwater, net boven het Nieuw Amsterdams Peil, waar geen muizen meer komen, en ook geen ratten, maar waar duiven mijn balkon onderpoepen en met hun dikke lijven onhandig landen voor mijn raam. Ik sis ‘kssst’ en de duiven vliegen angstig op, waarna ik ze weer driftig hoor koeren, vanaf het dak van de buren, als verongelijkte burgers op een spreeksteen.
Nog veel erger dan de duiven zijn de reigers, die me in de gaten houden vanuit hun nesten. De reigers die, met hun lange poten en hun lange snavels, de dienst uitmaken op straat. Het geluid dat ze voortbrengen doet pijn aan mijn tanden. Soms fiets ik een stukje om als ik er één zie staan.
Nu ben ik zevenentwintig en ik kan nog altijd overal naartoe. Ik heb geen vaste baan, geen eigen huis, alle goudvissen zijn dood. Op het internet kijk ik wel eens naar voordelige vluchten naar Zuid-Italië en San Francisco, of goedkope treinreizen naar Bretagne. Ik weet dat het vandaag regende in Sienna en dat in St. Tropez de eerste bikini’s al zijn opgemerkt door verheugde columnisten. Morgen verwachten ze onweer in Bangkok en 28 graden in Bloemfontein.
In Amsterdam wordt het vijftien graden met lichte bewolking en kans op neerslag. Ik weet dat het de makelaars niet zal tegenhouden zonnebrillen in hun haar te steken. Toch blijf ik hier, een kilometer of dertig boven mijn geboortedorp. Regelmatig droom ik dat ik alle reigers van de stad één voor één de nek omdraai. Laatst dacht ik dat een duif naar me knipoogde. Mensen zeggen dat er in deze stad altijd een rat binnen vier meter van je vandaan is.

Verschenen in de wereldboekenstadbijlage van Het Parool, met als thema Amsterdam.


2 Comments
 
Shortstory.nu 04/07/2009
 

Ton Rozeman, schrijver en liefhebber van het korte verhaal is een website begonnen met als onderwerp...het korte verhaal!
Voor liefhebbers nu dus eindelijk; www.shortstory.nu 

Ik zou al deze reclame natuurlijk niet maken als er ook niet wat aandacht is gegeven aan Ik weet hoe jongens huilen en in het bijzonder aan de schrijver ervan:

http://www.shortstory.nu/bundels_korte_verhalen/janneke_van_der_horst_-_ik__weet_hoe-jongens_huilen/

Maar kijk vooral ook even bij Elke Geurts

 
Adam's Peak 04/01/2009
4 Comments
 

We klommen met veel geluid. Zoals sommige zware rokers of astmapatiënten dat doen wanneer ze bij mij thuis, op vier hoog arriveren. Maar dat zijn slechts tweeënveertig treden. Dit waren er 6.442. En ze waren niet van gelijke hoogte. Als extra hindernis, zaten er Singaleze stelletjes her en der, midden op de trappen, uit te rusten. Soms met slapende kinderen op hun schoot. Het was rond half vier s nachts maar Adams Peak, een berg in het binnenland van Sri Lanka, leefde meer dan het centrum van Amsterdam. De hele weg omhoog, tot aan de top, waren er kraampjes, bevoorraad door oudere mannen op versleten slippers, met drankjes, roti en rijst en curry. Het was de dag na Poa-dag, volle maan, en als we even pauze namen, viel het ons op hoe ongelofelijk mooi het er was. Maar meestal hadden we er geen oog voor. En keken we met grote tegenzin naar de top van de berg. Die niet dichterbij leek te komen. Als de horizon of de derde ster op het shirt van Ajax.

Ik houd van sport maar heb nooit de behoefte gevoeld mijn lichaam op de proef te stellen. Mijn fysieke grenzen op te zoeken. Ik heb marathonlopers nooit begrepen, zelfs deelnemers aan de avondvierdaagse niet. Het was slechts een inschattingsfout dat ik daar beland was. Een verlangen vanuit mijn kindertijd eens mee te gaan in een stoet van pelgrims. Toen ik nog dacht dat er een God bestond. In het christendom, de islam, het boeddhisme en hindoeïsme is de top van Adams Peak een heilige plek. De Sri Lankanen worden geacht ten minste eenmaal in hun leven deze pelgrimstocht te ondernemen. De meesten die ik onderweg sprak, deden het al voor de vijfde of zesde keer. Zij werden, soms op blote voeten, een enkele keer zonder benen, voortgedreven door een hoger doel. Wij, atheïsten, moesten op eigen kracht. We sjouwden naar boven onder medelijdende glimlachjes van half bejaarde vrouwen. Die licht waren als jonge meisjes. Niet eerder voelde ik me zon blank stuk vlees. Alsof zelfs de onderkanten van mijn voeten uit zitvlees bestonden. Met veel inspanning bereikten we die ochtend de top. Voor even gelukkig met de zon die opkwam. Fotos schietend om niet te hoeven kerven: We were here.

4 Comments
 
    Ik ben geboren in de zomer van 1981, was redacteur bij Propria Cures, had een feuilleton in HP de Tijd, een column in NRC en Het Parool en schrijf regelmatig voor Hard gras. Voor Het Parool keek ik twee seizoenen naar voetballers en materiaalmannen van Ajax en schreef daarover vijf keer per week de rubriek Staanplaats. In april 2008 debuteerde ik met de verhalenbundel ´Ik weet hoe jongens huilen´. Mijn Ajax-columns zijn in juni 2011 gebundeld in ‘Alle dagen Ajax.’ Mijn idool is een kruising tussen mijn oma zaliger, een paar van mijn beste vrienden en Dennis Bergkamp. Ooit ga ik weer een boek (fictie) schrijven.

    Categories

    All
    Amsterdam
    Brokstukken
    Het Parool
    In Kikkerperspectief
    Mededelingen
    Nrc
    Verhalen

    Archief

    Februari 2012
    September 2011
    Juni 2011
    April 2011
    Januari 2011
    November 2010
    Oktober 2010
    Juni 2010
    April 2010
    Maart 2010
    Februari 2010
    December 2009
    September 2009
    Juni 2009
    Mei 2009
    April 2009
    Maart 2009
    Februari 2009
    Januari 2009

    RSS Feed


Create a free website with Weebly