Janneke van der Horst
Trash chique 03/30/2010
 
Picture
Als alle Nederlanders hun geboortedorp zelf hadden mogen kiezen dan was het Gooi waarschijnlijk een miljoenenstad geweest. Zeker nu. Al lijkt de grote hype wel voorbij, nog bijna dagelijks hoor ik ergens de begintune van Gooische Vrouwen rinkelen. En als ik vertel dat ik in Blaricum ben geboren en opgegroeid, dan willen mensen weten of we een zwembad hadden buiten in de tuin, of juist binnen, hoe mijn Thaise au pair heette en of ik Gordon wel eens in het echt heb gezien.

Maar niet iedereen uit Blaricum is opgegroeid met geld, zoals ook niet iedereen in Volendam kan zingen. Ik heb Blaricum heel anders beleefd dan het beeld dat er over dit dorp bestaat. Tot mijn twaalfde leefde ik meer als een meisje uit een boerengemeente dan uit een villadorp. Ik zat op de katholieke basisschool. Zong in het kerkkoor. Klasgenoten kwamen na schooltijd regelmatig voorbij als bijrijder op een tractor. In het gezelschap van twee koeien vroeg een schoolgenootje mij eens of hij mijn plasser mocht zien. Dit was mijn eerste seksuele ervaring, ook al zei ik nee. Pas later, tijdens de middelbare schooltijd, kwam ik door de brede lanen, op hockeyfeestjes, leerde ik Lacoste kennen. Het Gooi zoals mensen het graag zien. De charme van een dorp als Blaricum lag, denk ik, in de combinatie van deze twee werelden, van mijn lagere en mijn middelbare schooltijd. De paarden door de straten, gevolgd door de Saab 900. Ze leefden samen in een vredige symbiose.

Maar Blaricum is niet meer het dorp waar ik opgroeide. Zo gaat dat vast met alle dorpen en steden, maar het valt mijn vrienden van vroeger en mij bij terugkeer steeds weer op. En dat terwijl we er pas tien jaar weg zijn. Blaricum begint steeds eenzijdiger te worden.

In De Gooi-en Eemlander stond onlangs dat het Gooi een van de snelst vergrijzende regios in Nederland is. Dat is natuurlijk geen wonder, zeker niet in Blaricum, uitgeroepen tot de duurste gemeente van Nederland. Er zijn maar weinig jongeren die het zich kunnen permitteren om in het dorp te blijven wonen. Betaalbare woningen zijn er nauwelijks. Boeren, stratenmakers, bakkers, timmermannen trekken weg uit het dorpsbeeld. De zogenaamde nieuwe rijken komen ervoor in de plaats.

Als ik er wel eens terug ben, verbaas ik me over deze nieuwkomers. Ze nemen het dorp over, zoals de Hollanders de campings die Ursul de Geer bezocht voor zijn televisieprogramma. Ze bouwen metershoge hekken om hun huizen, begroeten je bij de ingang met hun bewakingscameras, hollen het dorp intellectueel nog verder uit. Sinds twee jaar hebben ze bij de Japanner naar goed Amsterdam-Zuid-gebruik zelfs valet parking. Dit in het centrum van een dorp waar het s avonds nooit een probleem is om binnen tweehonderd meter te parkeren.

In de vermakelijke televisieserie Gooische Vrouwen leven we mee met de sympathieke maar ordinaire Cheryl (gespeeld door Linda de Mol) die probeert haar draai te vinden in het kakkineuze Gooi. We staan aan haar kant. We houden van haar. Verbazen ons steeds over de kortzichtigheid van haar buren. Toch is de houding van oud geld ten opzichte van nieuw geld niet zo verwonderlijk. Nieuw geld is vaak nogal schreeuwerig en in het Gooi praat men nu eenmaal liever op gedempte toon.

In november van vorig jaar stond er in deze krant een artikel over het dorp Laren, het buurdorp van Blaricum, met de kop Slagveld Laren, over de burgeroorlog in het Gooi. Hier werd een beeld geschetst van een dorp dat kapot werd gemaakt door nieuwe rijken en waar burgers elkaar welbespraakt, naar het leven staan. Dit lijkt mij wat overtrokken. In Blaricum overheerst de vredige sfeer nog altijd. Maar dat er toch ook veel onvrede bestaat onder de inwoners over de komst van de nieuwelingen is wel duidelijk.

Al jarenlang hoor ik gemopper over het gedrag van de nieuwe rijken. Ze zouden niet integreren. Bemoeien zich niet of nauwelijks met het verenigingsleven. Hun patserige autos zijn te groot voor de kleine straatjes. Ze parkeren zelden binnen de lijntjes, lijken zich overal welkom te voelen, rijden te hard en verpesten het uitzicht in de achtertuin met hun protserige nieuwe villas. Dit leidt tot onbehagen, burenruzies en soms ook tot rechtszaken. De nieuwe rijken passen zich niet of nauwelijks aan. Terwijl de oude Blaricummers hun kinderen zien wegtrekken, omdat zij het zich niet kunnen veroorloven in Blaricum te wonen. Op de avond dat op de plaatselijke voetbalclub de wethouder een prijs uitreikt aan de vrijwilliger van het jaar, ontvangt een ondernemer een paar honderd meter verderop op een groots galafeest de Mossel Award als de meest succesvolle vastgoedman van het jaar.

Twee gescheiden werelden. Het illustreert dat segregatie niet alleen een grootstedelijk probleem is tussen de middenklasse en de onderklasse, maar ook voorkomt in een dorp als Blaricum tussen de middenklasse en de rijken. Niet alleen trailer trash, het Amerikaanse equivalent van tokkies, kan voor overlast zorgen maar ook, zoals het in het Gooi spottend gezegd wordt, het trash chique. Adel verplicht niet meer.

NRC, 22 maart
 
Adam's Peak 04/01/2009
 

We klommen met veel geluid. Zoals sommige zware rokers of astmapatiënten dat doen wanneer ze bij mij thuis, op vier hoog arriveren. Maar dat zijn slechts tweeënveertig treden. Dit waren er 6.442. En ze waren niet van gelijke hoogte. Als extra hindernis, zaten er Singaleze stelletjes her en der, midden op de trappen, uit te rusten. Soms met slapende kinderen op hun schoot. Het was rond half vier s nachts maar Adams Peak, een berg in het binnenland van Sri Lanka, leefde meer dan het centrum van Amsterdam. De hele weg omhoog, tot aan de top, waren er kraampjes, bevoorraad door oudere mannen op versleten slippers, met drankjes, roti en rijst en curry. Het was de dag na Poa-dag, volle maan, en als we even pauze namen, viel het ons op hoe ongelofelijk mooi het er was. Maar meestal hadden we er geen oog voor. En keken we met grote tegenzin naar de top van de berg. Die niet dichterbij leek te komen. Als de horizon of de derde ster op het shirt van Ajax.

Ik houd van sport maar heb nooit de behoefte gevoeld mijn lichaam op de proef te stellen. Mijn fysieke grenzen op te zoeken. Ik heb marathonlopers nooit begrepen, zelfs deelnemers aan de avondvierdaagse niet. Het was slechts een inschattingsfout dat ik daar beland was. Een verlangen vanuit mijn kindertijd eens mee te gaan in een stoet van pelgrims. Toen ik nog dacht dat er een God bestond. In het christendom, de islam, het boeddhisme en hindoeïsme is de top van Adams Peak een heilige plek. De Sri Lankanen worden geacht ten minste eenmaal in hun leven deze pelgrimstocht te ondernemen. De meesten die ik onderweg sprak, deden het al voor de vijfde of zesde keer. Zij werden, soms op blote voeten, een enkele keer zonder benen, voortgedreven door een hoger doel. Wij, atheïsten, moesten op eigen kracht. We sjouwden naar boven onder medelijdende glimlachjes van half bejaarde vrouwen. Die licht waren als jonge meisjes. Niet eerder voelde ik me zon blank stuk vlees. Alsof zelfs de onderkanten van mijn voeten uit zitvlees bestonden. Met veel inspanning bereikten we die ochtend de top. Voor even gelukkig met de zon die opkwam. Fotos schietend om niet te hoeven kerven: We were here.

 
 

Ik kreeg de autobiografie van Joyce Maynard, waarin een groot gedeelte gaat over haar korte relatie met J.D. Salinger. Zij was achttien toen, hij drieënvijftig. Bijna twee keer een volwassen leven stond tussen hen in.

Haar boek werd, nu tien jaar geleden, door veel recensenten verguisd. En nog steeds. Maynard zou uit zijn op geld en roem over het hoofd van Salinger. Ik heb geen idee wat de werkelijke beweegreden was van Maynard.

Misschien wilde ze terugslaan of misschien had ze gewoon een verhaal te vertellen. Zoals er wel meer zijn met die aandrang. Stap maar een willekeurige kroeg binnen. Het boek gaat namelijk niet alleen over Salinger. Ook over haar jeugd, haar ouders, andere liefdes. Ik sla de paginas over haar kindertijd en al die 'crap' over. Ik ben daar zelden in geïnteresseerd, geloof dat we pas echt geboren worden wanneer we de ouderlijke huizen verlaten. Ik ben een van die gluurders die nooit aan het boek begonnen was wanneer Salinger er niet werd uitgekleed. En blader driftig door, zoals eens naar bepaalde paginas in Turks Fruit.

Het is het risico van twee schrijvers in een liefdesrelatie. Mee te gaan in verhalen of gedichten. Ik vermoed dat geen enkele schrijver de muze of mannelijke muze wil zijn van een andere schrijver. Die macht over jezelf uit handen geven is alsof iemand je pen afpakt. En aan de achterkant van je velletjes begint te schrijven. Zodat het door je eigen woorden heen schijnt.

Maynard is een stuk minder wreed of wrokkig dan ik naar aanleiding van reacties had verwacht.

Het is gewoon een verhaal over een tragische liefde. Over een jong, beïnvloedbaar meisje met een veel oudere en sterkere man. En dat gaat uit. En dat is zelden in een goed overleg. Maar Salinger houdt zijn kleren nog netjes aan. En hij leeft nog. Hij is in de gelegenheid zich te verweren. Invloed uit te oefenen op hoe hij herinnerd wordt.

Een kans die Ischa Meijer na de verschijning van I.M. niet was gegeven. Steeds weer als ik door de Reestraat fiets, zie ik de dikke man daar in zijn broek poepen.