Een dandy en een prinsesje 01/26/2009
De dag dat ik voor het eerst tot de Heer bad, verloor ik mijn fietssleutel en mijn vader. Het was een warme dag. Zo'n dag waarop de sproeiers aangaan aan het eind van de middag en je uit alle tuinen de uitgelaten stemmen van de buurtkinderen hoort die in hun ondergoed door het drassige gras glijden. Mijn vader had me die ochtend thuis gehouden van school zodat we eens een dag samen hadden. Zonder mijn bemoeizuchtige moeder om ons heen, die voor een paar dagen naar familie in het Zuiden was. Haar leren koffer had ze volgestopt met delicatessen uit de stad. Wij mochten er niet van snoepen. Mijn vader en ik waren speciaal voor haar familiebezoek nog gefotografeerd. Ze had mij een wit jurkje aangedaan, bekleed met fijne roze bloemetjes. Voor mijn vader had ze een pak en een grote hoed. Het pak was van zachte wol gemengd met kasjmier. Mijn moeder kon niet stoppen over de stof te aaien. ‘Wat kun je toch een dandy zijn,’ had ze gekird terwijl ze haar rood geverfde lippen op zijn wangen achterliet. Toen ik de tuin inliep had mijn moeder licht hysterisch in haar handen geklapt zoals vrouwen dat doen wanneer ze een duur cadeau krijgen. Ze liet me minutenlang rondjes draaien zodat mijn jurkje omhoog bolde en ik gezonde rode wangen kreeg. ‘Prinsesje, prinsesje!’ riep ze opgewonden. Mijn vader had naar me geknipoogd om daarna mijn hand overdreven afstandelijk in de zijne te nemen en arrogant naar de lens te kijken. Mijn jurkje voelde zacht aan op mijn blote benen en kietelde mijn knieën wanneer ik bewoog. De buurjongens keken nieuwsgierig onder de heg door, maar mijn moeder joeg ze met een sissend geluid weg, alsof het katten waren. Na de fotosessie werden we naar binnen gestuurd om ons weer voorzichtig te verkleden, want de kleren moesten dezelfde dag nog terug naar de winkel. Comments Comments are closed. | Ik ben geboren in de zomer van 1981, was redacteur bij Propria Cures, had een feuilleton in HP de Tijd, een column in NRC en Het Parool en schrijf regelmatig voor Hard gras. Voor Het Parool keek ik twee seizoenen naar voetballers en materiaalmannen van Ajax en schreef daarover vijf keer per week de rubriek Staanplaats. In april 2008 debuteerde ik met de verhalenbundel ´Ik weet hoe jongens huilen´. Mijn Ajax-columns zijn in juni 2011 gebundeld in ‘Alle dagen Ajax.’ Mijn idool is een kruising tussen mijn oma zaliger, een paar van mijn beste vrienden en Dennis Bergkamp. Ooit ga ik weer een boek (fictie) schrijven.
CategoriesAll Archief
Februari 2012 |
RSS Feed