Het casino in Deauville 02/01/2010
Het Normandische badplaatsje Deauville kent genoeg mogelijkheden om je vakantiegeld kwijt te raken. Er zijn restaurants waar je alles van de kaart wilt proeven en winkels waar een knoop van een blouse meer waard is dan de volle tank van een privévliegtuig. Maar als je hier dan toch bent is er iets veel machtigers om met je geld te doen: gokken! Dagenlang, onafgebroken het geld van je spaarrekeningen vergokken. Niet zoals in het Holland Casino natuurlijk, dat is aardig voor als je uit de Zaanstreek komt. Maar overdag bij de paardenrennen en 's avonds, niet ver daarvandaan, in het befaamde casino van Deauville, waar gokken een oude traditie is. Het statige witte gebouw met zijn kitscherige lichtjes heeft dezelfde aantrekkingskracht als een pretpark op kinderen. Hier verspeelde Winston Churchill zijn geld een zomer lang tot de zon weer opkwam, bridgede Omar Sharif tussen filmopnames door, legden vrouwen hun laatste antieke juwelen in en was de voertaal, zelfs onder de schoonmakers, steevast Frans. Want gokken is geen kinderspel. Gokken voelt nooit als ' domweg gokken', maar als iets waarop je invloed kunt uitoefenen. Het voelt als iets waar je goed in bent of juist niet. Gokken kent hetzelfde fanatisme als een spel waar je fysieke kracht of kennis voor gebruikt. Je geld is je evenveel waard als je eer. En het casino van Deauville is een klein paradijs. Eens liep ik er zevenhonderd euro rijker naar buiten. We leefden één avond als nieuwe rijken. We dronken whisky en champagne tot het geld op was en we minutenlang avances maakten naar ons eigen spiegelbeeld, in een club onder het Casino waar nog een dresscode geldt. Waar met goud behangen vrouwen en hun veel oudere mannen een avond uitgaan. De betere tijden voor mensen met geld, la belle epoque, de jaren twintig en zelfs vijftig, ze zijn hier nog voelbaar. Er is nog steeds de elitaire losbandigheid, zoals in een boek van F. Scott Fitzgerald. De lucht is vol met geld. Heimwee naar een tijd waarin je nooit hebt geleefd, naar een status die je nooit zou hebben gehad, bestaat. Het bezeten enthousiasme waarmee een bejaarde vrouw al haar fiches verspeelt en intussen glazen whisky naar binnen klokt, is hartverwarmend, de concentratie van de elegante mannen rond de roulettetafel bijna olympisch. Als je naar de stijve gezichten van de glad geschoren croupiers kijkt, naar de kroonluchters daarboven, denk je jezelf bijna in avondjurk. Je hoeft dit niet te zien natuurlijk, je kunt ook achter een gokkast gaan zitten, daar een paar euro in gooien en af en toe op een knopje drukken, hopend op het geratel van muntjes. Dan is het net alsof je in de Van Woustraat zit. Maar je hebt hier werkelijk veel fantasie nodig om te leven in het nu. CommentsSjem 02/04/2010 02:38
Een grote Janneke fan heb je blij gemaakt. Weer even over jouw woorden mee gevoerd naar een andere wereld!
Reply
05/13/2010 10:08
Thanks for sharing this article.That's very helpful and interesting.
Reply
Comments are closed. | Ik ben geboren in de zomer van 1981, was redacteur bij Propria Cures, had een feuilleton in HP de Tijd, een column in NRC en Het Parool en schrijf regelmatig voor Hard gras. Voor Het Parool keek ik twee seizoenen naar voetballers en materiaalmannen van Ajax en schreef daarover vijf keer per week de rubriek Staanplaats. In april 2008 debuteerde ik met de verhalenbundel ´Ik weet hoe jongens huilen´. Mijn Ajax-columns zijn in juni 2011 gebundeld in ‘Alle dagen Ajax.’ Mijn idool is een kruising tussen mijn oma zaliger, een paar van mijn beste vrienden en Dennis Bergkamp. Ooit ga ik weer een boek (fictie) schrijven.
CategoriesAll Archief
Februari 2012 |
RSS Feed