Janneke van der Horst
  • Keiharde zelfpromotie
  • Staanplaats (Columns Ajax)
  • Boeken
  • Aardige woorden
  • Links
  • Contact
Blaauwhooft 05/13/2009
 

Voorleesclub De Zwoegende Boezems presenteert:
De Zelfmoorduren Tussen Drie en Vijf.
 
Met deze keer:
oud-politiecommissaris Joop van Riessen
F. Starik
Maarten Beemster
Rick Treffers (muziek) & Thomas Verbogt
Janneke van der Horst


Zondag 17 mei aanvang 15.00
Café ’t Blaauwhooft
Hendrik Jonkerplein 1
Bickerseiland Amsterdam
telefoon 020 623 87 21


Bij mooi weer buiten


Toegang 5 euro

 
Domweg ongelukkig in de Deurloostraat 05/11/2009
 

Het is zo’n straat waar ouders uit een dorp blij van worden. De stoepen zijn breed en geveegd, de huizen ruim, er zijn genoeg drempels om auto’s af te remmen, moeders lachen. De enige geluidsoverlast komt van voetballende basisschoolkinderen of koerende duiven. Ik bewoonde er tot genoegen van mijn dorpse ouders een kamer. Het was er veilig. Ze konden er goed parkeren.

Ik keek uit op een straat met precies dezelfde huizen als waar ik zelf in woonde. Soms vergiste ik me in mijn eigen deur. Een paar blokken verder woonde een vriendin in eenzelfde kamer als ik, het uitzicht verschilde alleen in het ontbreken van een vergeelde stadsdeelposter bij haar overbuurman.                                                       

In de winter was de straat grauw, zelfs het licht uit de huizen kon de straat niet opvrolijken. In de zomer hing er een dorpse rust, maar dan zonder het dorpse groen en zonder de dorpse uitzichten. Zonder dat dorpse gevoel dat de wereld klein genoeg is om te overzien. Ik bracht mijn dagen zo veel mogelijk door in het centrum, mijn avonden nog meer. Als ik ’s nachts de straat in fietste, sloeg het geluid van mijn ratelende kettingbak heen en weer tegen de huizen.                                   

In het huis werd weinig gelachen. De enige vrolijkheid kwam van telefoon en televisie. De huisgenoot was ongelukkiger dan ik. We hadden geen gezamenlijke hobby’s, maar joegen eensgezind in het mooie huis, in de nette buurt, met de brede stoepen, op kleine, grijze muizen. We gaven ze gif. We stopten een apparaat in het stopcontact dat zulke hoge tonen voortbracht dat de muizen ervoor zouden wegrennen. We legden overal muizenvallen neer, ik leerde er veel over muizen vangen. Muizenvallen die je evenwijdig aan de muur zet, vangen de meeste muizen. Als ik geluk had, ving ik er vier per week. De kraalogen negeerden me wanneer ik ze oppakte. Het verraad was te groot. Soms waren de muizen ons te slim af, en vonden we lege muizenvallen, zonder komijnenkaas. Maar meestal niet. Met een tang gooide ik de dode muizen uit het raam.

De huisgenoot bracht een kat in huis. Een overblijfsel van het ontbonden huwelijk van haar ouders. Goed tegen de muizen. Kaalgeschoren omdat de huisgenoot allergisch was. De huisgenoot negeerde het beest, zoals ze leven negeerde. Ze gaf hem 's ochtends en 's avonds eten. Vol afschuw aaide ik ’s nachts de naakte huid van een eenzame kat.

De kat joeg met haar geur de muizen weg. Steeds vaker bleef ik logeren in studentenhuizen waar mensen tot diep in de nacht om een praatje verlegen zaten. Waar je niet ‘in slechts tien minuten fietsen in de stad was’, maar waar je gewoon de deur of het raam open moest doen. Ik houd van de nauwe steegjes. Van de versiersels op de huizen, van het lawaai op het plein. Van de stadse rust van de Plantagebuurt. Van het leven, het leven, het leven.

 
Nacht van de stoffige literatuur 05/04/2009
 

koop snel kaartjes via www.comedytheater.nl!

Weg met de Bling Bling in de boekenkast!

Propria Cures presenteert een aanval op de hippe, sexy boekwerkjes die thans opgeld doet, en een lofzang op ouderwetse zware literatuur, geschreven door pijprokende mannen en van secundaire geslachtskenmerken gespeende vrouwen. Kortom, literatuur zoals literatuur bedoeld is: over de Zware Zaken des Levens, liefst ingekapseld in anachronistische volzinnen! En dit dan met een knipoog.

Met o.a Thomas Rosenboom, Herman Koch, Henk Spaan, Tommy Wieringa, Nico Dijkshoorn, P.F. Tomese, Robert Vuijsje.



 





 
vriendinnen op terras 04/25/2009
1 Comment
 

Ze wisten niet of ze vereerd moesten zijn of zich ernstig zorgen moesten maken toen een vrouw aan ze vroeg of ze de nachtburgemeesters van Amsterdam waren.

1 Comment
 
Ratten en reigers 04/20/2009
2 Comments
 

Ik was achttien, klaar met de middelbare school en ik kon overal naartoe. Naar Oost-Europa, Rio de Janeiro, Azië, New York, Berlijn. Maar ik vertrok naar de stad een kilometer of dertig boven mijn geboortedorp, nam mijn intrek in een kamer waar ik vocht tegen muizen en ratten en een sluimerende eenzaamheid, ondanks de muizen en de ratten en de warme kroegen met mooie vrienden.
Toen ik twintig was, drieëntwintig, vijfentwintig, ook toen kon ik overal naartoe. Ik kende iemand in Israël, in Londen, in Moskou, in de bergen van Marokko. Ik was op de Antillen al eens ten huwelijk gevraagd door een zoon van een steenrijke Venezolaan. In Parijs en Kopenhagen woonden vakantieliefdes, ik kende hun huizen.
Maar ik bleef. En ik verhuisde in de stad naar een pand op de kade, dichter bij het centrum van het centrum, waar je door het zolderraam een tekening uit een prentenboek ziet. Hier woon ik hoog boven de daken, nog hoger boven het grondwater, net boven het Nieuw Amsterdams Peil, waar geen muizen meer komen, en ook geen ratten, maar waar duiven mijn balkon onderpoepen en met hun dikke lijven onhandig landen voor mijn raam. Ik sis ‘kssst’ en de duiven vliegen angstig op, waarna ik ze weer driftig hoor koeren, vanaf het dak van de buren, als verongelijkte burgers op een spreeksteen.
Nog veel erger dan de duiven zijn de reigers, die me in de gaten houden vanuit hun nesten. De reigers die, met hun lange poten en hun lange snavels, de dienst uitmaken op straat. Het geluid dat ze voortbrengen doet pijn aan mijn tanden. Soms fiets ik een stukje om als ik er één zie staan.
Nu ben ik zevenentwintig en ik kan nog altijd overal naartoe. Ik heb geen vaste baan, geen eigen huis, alle goudvissen zijn dood. Op het internet kijk ik wel eens naar voordelige vluchten naar Zuid-Italië en San Francisco, of goedkope treinreizen naar Bretagne. Ik weet dat het vandaag regende in Sienna en dat in St. Tropez de eerste bikini’s al zijn opgemerkt door verheugde columnisten. Morgen verwachten ze onweer in Bangkok en 28 graden in Bloemfontein.
In Amsterdam wordt het vijftien graden met lichte bewolking en kans op neerslag. Ik weet dat het de makelaars niet zal tegenhouden zonnebrillen in hun haar te steken. Toch blijf ik hier, een kilometer of dertig boven mijn geboortedorp. Regelmatig droom ik dat ik alle reigers van de stad één voor één de nek omdraai. Laatst dacht ik dat een duif naar me knipoogde. Mensen zeggen dat er in deze stad altijd een rat binnen vier meter van je vandaan is.

Verschenen in de wereldboekenstadbijlage van Het Parool, met als thema Amsterdam.


2 Comments
 
Shortstory.nu 04/07/2009
 

Ton Rozeman, schrijver en liefhebber van het korte verhaal is een website begonnen met als onderwerp...het korte verhaal!
Voor liefhebbers nu dus eindelijk; www.shortstory.nu 

Ik zou al deze reclame natuurlijk niet maken als er ook niet wat aandacht is gegeven aan Ik weet hoe jongens huilen en in het bijzonder aan de schrijver ervan:

http://www.shortstory.nu/bundels_korte_verhalen/janneke_van_der_horst_-_ik__weet_hoe-jongens_huilen/

Maar kijk vooral ook even bij Elke Geurts

 
Adam's Peak 04/01/2009
4 Comments
 

We klommen met veel geluid. Zoals sommige zware rokers of astmapatiënten dat doen wanneer ze bij mij thuis, op vier hoog arriveren. Maar dat zijn slechts tweeënveertig treden. Dit waren er 6.442. En ze waren niet van gelijke hoogte. Als extra hindernis, zaten er Singaleze stelletjes her en der, midden op de trappen, uit te rusten. Soms met slapende kinderen op hun schoot. Het was rond half vier s nachts maar Adams Peak, een berg in het binnenland van Sri Lanka, leefde meer dan het centrum van Amsterdam. De hele weg omhoog, tot aan de top, waren er kraampjes, bevoorraad door oudere mannen op versleten slippers, met drankjes, roti en rijst en curry. Het was de dag na Poa-dag, volle maan, en als we even pauze namen, viel het ons op hoe ongelofelijk mooi het er was. Maar meestal hadden we er geen oog voor. En keken we met grote tegenzin naar de top van de berg. Die niet dichterbij leek te komen. Als de horizon of de derde ster op het shirt van Ajax.

Ik houd van sport maar heb nooit de behoefte gevoeld mijn lichaam op de proef te stellen. Mijn fysieke grenzen op te zoeken. Ik heb marathonlopers nooit begrepen, zelfs deelnemers aan de avondvierdaagse niet. Het was slechts een inschattingsfout dat ik daar beland was. Een verlangen vanuit mijn kindertijd eens mee te gaan in een stoet van pelgrims. Toen ik nog dacht dat er een God bestond. In het christendom, de islam, het boeddhisme en hindoeïsme is de top van Adams Peak een heilige plek. De Sri Lankanen worden geacht ten minste eenmaal in hun leven deze pelgrimstocht te ondernemen. De meesten die ik onderweg sprak, deden het al voor de vijfde of zesde keer. Zij werden, soms op blote voeten, een enkele keer zonder benen, voortgedreven door een hoger doel. Wij, atheïsten, moesten op eigen kracht. We sjouwden naar boven onder medelijdende glimlachjes van half bejaarde vrouwen. Die licht waren als jonge meisjes. Niet eerder voelde ik me zon blank stuk vlees. Alsof zelfs de onderkanten van mijn voeten uit zitvlees bestonden. Met veel inspanning bereikten we die ochtend de top. Voor even gelukkig met de zon die opkwam. Fotos schietend om niet te hoeven kerven: We were here.

4 Comments
 
Casa Amstel 03/24/2009
3 Comments
 

Veel vrouwen voelen zich herboren als ze hun haar rood verven, onder het mom: ‘een nieuw kapsel, een nieuwe ik’. Mannen geloven niet zo in de kracht van de kleurspoeling of het permanentje, maar steeds vaker kom ik oude kennissen tegen die geen Tommie meer heten maar Tom of hun tweede en derde naam ineens pontificaal op hun visitekaartje zetten. In Friends veranderde Phoebe haar naam in Princess Consuela Bananahammock, want als je alles kunt kiezen waarom zou je dan voor Laura of Ellen gaan?
Er zijn twee soorten mensen die zich zonder goede reden een nieuwe naam aanmeten: de gekken en de aanstellers. De grootste aansteller van al mijn vage kennissen is Lodewijk, hij luistert tegenwoordig officieel naar de naam Bliksemflits. Tenminste, dat beweert hij, ik heb geen idee of de gemeente het toelaat dat een papperige jongen van eind twintig zichzelf zo’n belachelijke naam geeft, maar het was destijds wel weer reden voor een avond drinken en dansen. Bliksemflits geeft al een feestje als hij weet welke dag van de week het is, dus we kregen begin 2007 een geboortekaartje met zijn nieuwe naam erop, en vierden de geboorte van Bliksemflits met ongeveer zestig man en grote flessen champagne.
Behalve dat hij een groot feestgever is, valt er weinig aardigs over de jongen Bliksemflits te vertellen, of het moet zijn dat hij nooit een vrouw, zelfs niet tien vrouwen, zal laten betalen na een etentje, aardig kan dansen en voor zover ik weet nog nooit een hond heeft geschopt.
Gisternacht eindigden we weer in Casa Amstel – ik maak geen grapje, zo wordt zijn huis genoemd, omdat het uitkijkt over de Amstel. Hij zegt ook altijd als er iemand voor het eerst binnenkomt: ‘wees welkom, mi casa su casa’, op de aanstellerige toon van iemand die veel reist maar weinig talen spreekt.
Als ik een man was, zou ik expres naast de pot plassen, maar domme meisjes vinden het geweldig, dansen tegen hem aan alsof ze geen armen hebben en hem met hun heupen naar de slaapkamer moeten duwen, de plek waar hij het een stuk minder goed doet dan op de dansvloer. Misschien moet ik er nog bij vertellen dat ik ook ooit een week of zo met hem ging, maar hij zoent zoals zijn karakter is; slijmerig en inhalig. 
Zijn beste vriendin Caty begon gisteravond weer voor ons te zingen. Er zijn van die vrouwen die van zichzelf vinden dat ze zo mooi kunnen zingen dat ze zelfs in Lang zal ze leven al hun gevoel leggen. Caty is er ook zo één. Ze heet trouwens eigenlijk Irene, ik heb nog bij haar op de middelbare school gezeten, maar ze noemt zichzelf nu Caty, omdat ze denkt dat ze ooit nog een internationale ster wordt.
Het ging zoals vaker, Caty zong met vele snikken haar eigen bij elkaar gejatte lied over hoe beautiful ze wel niet is, terwijl Bliksemflits na een uur lang dansen met twee negentienjarigen op de bank naast mij in slaap viel.
Hij is het bewijs dat de kracht van een naam wordt overschat: of hij nu Lodewijk of Bliksemflits heet, hij lijkt op een te vroeg geboren baby als hij slaapt en hij stinkt uit zijn mond naar voetbalsokken.

3 Comments
 
Stamkroeg 03/19/2009
4 Comments
 

Jamsessie De korte Golf, by Kenneth Muskiet


De Reguliersdwarsstraat is voor mij nog steeds een soort no-goarea. Niet omdat er een winkel zit waar ze mannentanga’s verkopen en ook niet omdat het er altijd een beetje stinkt naar bier en naar die zurige lucht waar Amsterdamse dwarsstraten vaak naar ruiken, maar omdat ik nog steeds emotioneel word in die straat.
In de Reguliersdwarsstraat zat tot een paar jaar geleden café de Korte Golf. De enige echte stamkroeg die ik in mijn leven heb gehad. En het was niet alleen mijn stamkroeg, mijn baan daar als barvrouw was ook de leukste baan tot nu toe. Nu vinden velen het misschien wat overdreven om emotioneel te doen over een kroeg, dat begrijp ik. Maar als er een plek is waar dingen gebeuren die voor altijd tussen vier muren moeten blijven, dan wil je dat die muren blijven staan. Al is het maar omdat je het idee hebt dat de herinneringen anders zo veel sneller vervliegen.
Niet dat het zo’n ruige kroeg was, ik kan me niet herinneren dat er ooit coke uit mijn navel is gesnoven, om maar een voorbeeld te noemen, maar het was een kroeg voor mensen met een hang naar melancholie. Mensen die genoeg hadden aan drank en gesprekken en die gevoelig waren voor de geschiedenis van de kroeg.
Want de liefde voor de Korte Golf ontwikkelde je meestal niet, die werd je aangepraat. Oudere stamgasten konden je het gevoel geven dat je net het grote feest had gemist. Ze vertelden ons hoe Mick Jagger er ooit optrad op één van de jamsessies op zondag. En hoe ze vroeger altijd in de Korte Golf indronken voordat ze naar de beruchte discotheek ‘de Richter’ gingen. En wij, onze generatie stamgasten, gaven weer hoog op over het nachtelijke bezoek van Marcus Miller, en dat hij ‘gewoon’ een cola light bestelde.
Alle verhalen werden doorgegeven en gaven ons de energie tot zeven uur ’s ochtends te blijven. Voor de toekomste herinnering. Om na sluitingstijd niet te klagen als één van de muzikanten de klep van de valse piano opende en luidkeels vervelende liedjes begon te zingen, omdat we er toch de romantiek van probeerden in te zien. En ons geduld werd beloond; als we elkaar nu tegenkomen – op straat, of in een andere kroeg – is de Korte Golf ons voornaamste gespreksonderwerp. Niet omdat je, zoals je vaak met andere oud-collega’s of vrienden uit een verloren tijd, echt geen ander gespreksonderwerp hebt, maar omdat we blij zijn dat we het er eindelijk weer over kunnen hebben met een gelijkgestemde.
Carmiggelt schreef eens: ‘Ik houd zo van een oude Amsterdamse kroeg, de diepe bedstee in het veilig vaderhuis.’ Zo hielden wij van de Korte Golf. Of meer, het was niet de vertrouwde geur van een vaderhuis dat ons steeds weer trok maar de warmte van de moederschoot.
Nu is de Korte Golf niet meer. De stamgasten dronken de kroeg langzaam leeg, lieten stapels bonnetjes achter of dronken gratis met het personeel mee. Het lot van een kroeg met een te aardige kroegbaas en een publiek van studenten en arme muzikanten.
Op de avond dat de Korte Golf sloot, haalden we foto’s van de muur en de cd’s uit het rek. De jongens van de overkant rolden barkrukken naar hun trappenhuis. We dronken de laatste flessen leeg, zongen nog een keer op de klanken van de valse piano. Toen we naar buiten liepen, was het al licht. Ik was 23 jaar. Veel te jong om een stamkroeg te verliezen.

4 Comments
 
Kattenkwaad 03/05/2009
2 Comments
 

Bij gebrek aan tekst deze flyer.

Komt allen maandagavond!

En met allen bedoel ik alle vier mijn trouwe bezoekers (inclusief mijn vader en moeder).

2 Comments
 
<< Previous
Forward >>
    Ik ben geboren in de zomer van 1981, was redacteur bij Propria Cures, had een feuilleton in HP de Tijd, een column in NRC en Het Parool en schrijf regelmatig voor Hard gras. Voor Het Parool keek ik twee seizoenen naar voetballers en materiaalmannen van Ajax en schreef daarover vijf keer per week de rubriek Staanplaats. In april 2008 debuteerde ik met de verhalenbundel ´Ik weet hoe jongens huilen´. Mijn Ajax-columns zijn in juni 2011 gebundeld in ‘Alle dagen Ajax.’ Mijn idool is een kruising tussen mijn oma zaliger, een paar van mijn beste vrienden en Dennis Bergkamp. Ooit ga ik weer een boek (fictie) schrijven.

    Categories

    All
    Amsterdam
    Brokstukken
    Het Parool
    In Kikkerperspectief
    Mededelingen
    Nrc
    Verhalen

    Archief

    Februari 2012
    September 2011
    Juni 2011
    April 2011
    Januari 2011
    November 2010
    Oktober 2010
    Juni 2010
    April 2010
    Maart 2010
    Februari 2010
    December 2009
    September 2009
    Juni 2009
    Mei 2009
    April 2009
    Maart 2009
    Februari 2009
    Januari 2009

    RSS Feed


Create a free website with Weebly