7 mei
Soapie
Met een soapie kwam je vroeger overal binnen, en dat is nog steeds zo, alleen werden we nu al vroeg weer weggestuurd. Dat is een les, als je een party crasht: zorg dan dat niemand je kent, dan weet ook niemand dat je er eigenlijk niet hoort. Zo werd ik dus het bekerfeestje van Ajax in de Odeon uitgezet. Redelijk terecht, want ik was niet uitgenodigd. Maar ook wel ten onrechte dus, want ik was met een soapie. Maar dat stelt tegenwoordig minder voor, blijkbaar. Gelukkig had ik nog twee wodka-red bull kunnen drinken en had ik nog even gedanst voor het feest voor ons over was.
Niet alle Ajacieden heb ik gezien. Gelukkig voor Urby Emanuelson: misschien was ik hem in die staat om de nek gevlogen. Voor die wodka met red bull was er al wat gedronken tenslotte. We hadden met een klein groepje de bekerwedstrijd gekeken. Zoals het hoort. We zongen: 'Helemaal niets in Rotterdam' en 'Alors on dance'. Maar dat had niets meer met voetbal te maken.
Ik heb op het feest Jeroen Verhoeven nog aangesproken. We komen allebei uit het Gooi. En Eriksen, maar die moest opeens heel nodig naar de wc. Midden in een zin van mij. Altijd al gezegd dat Eriksen een intelligente jongen is. Volgend jaar de derde ster. Dat gevoel heb ik. Dat heeft hopelijk niets te maken met die wodka-red bull.
6 mei
Actie
Voetballen op het trainingsveld naast de Arena. Dat heeft toch iets. In de Arena is misschien nog mooier maar op het gras in de Arena liggen platen, zodat de supporters vanavond daar de bekerwedstrijd kunnen zien. En zoals dat gaat met sport, en in dit geval voetbal, als je eenmaal bezig bent, vergeet je de omgeving toch; het enige waar je nog aan denkt is de bal. Dan maakt het niet meer uit of je in Camp Nou of op het veld van de Blaricumse voetbalvereniging staat.
Ik deed mee aan het jaarlijkse mediavoetbaltoernooi van Ajax. Ik had er al eens foto's van zien hangen in de perskamer. Al die journalisten in korte broek. Nu stond ik er zelf ook in een korte broek die tot over mijn knieën kwam. Ik voelde me als Vurnon Anita en zei meteen dat ik het liefst als back stond opgesteld.
Het thema was het WK en ik was ingedeeld bij Argentinië. Dat was ondanks mijn aanwezigheid het beste team, want we wonnen het WK. We kregen een beker en te eten en een Ajaxtrainingspak dat ik nu draag. Het was een goede afsluiting (bijna!) van een seizoen Staanplaats. Ik leerde wat ik al wist: over het algemeen zijn voetbaljournalisten matige voetballers, met hier en daar een uitzondering. Ik was een van die uitzonderingen, maar dan een negatieve. Over het algemeen zijn voetbaljournalisten vrij sportief. Op een enkeling na. Nu weet ik zeker waarom ik met hen nooit sprak en zij nooit met mij. En het belangrijkste: als je als meisje de bal nooit krijgt, helpt huilen altijd.
30 april
Broekhangen
Ik heb nooit geweten dat op Koninginnedag ook kranten uitkwamen. Ik kan me in elk geval niet herinneren er ooit een ontvangen te hebben op die dag. Ik zie Koninginnedag als een feestdag. Net als tweede paasdag of Hemelvaartsdag. De buurtsuper is dicht. De fitness ook. Feestdag dus.
De spelers van Ajax trainen gewoon vandaag. Zoals altijd op vrijdag. Martin Jol wil geen rare dingen gaan doen deze week. Geen trainingskamp. Geen extra training of juist eentje minder. Niemand mag naar de kapper. Gewoon doen. Zoals altijd. Dus op vrijdag trainen en daarna macaroni eten. Bij het ontbijt eerst de sportpagina lezen in de krant, en daarna pas de stripjes. Een glas melk en dan een kop koffie.
Voor de spelers is het goed om nu in het ritme te blijven. En ze kunnen zich ook beschermen tegen de verleidingen van Koninginnedag. "Kunnen ze ook geen gekke dingen doen," zei Jol. En zo is het wel een beetje. Al lijkt het me voor een voetballer uit den vreemde een moeilijk feest, Koninginnedag. Zeker in Amsterdam. Ik had er wel wat voor overgehad om samen met Atouba over de vrijmarkt te lopen. En met Sulejmani Koninginnenacht te vieren. Of met Marko Pantelic te gaan broekhangen in het Vondelpark.
27 april
Droomplek
De vrouw van de KNVB zegt: "Je staat niet op de lijst en er zijn geen kaarten meer." En ze zegt: "Ajax heeft er niets over te zeggen." Ze zegt niet: 'Het spijt me', of 'wat vervelend'.
Ik wil haar laten zien dat ik niet gevoelig ben voor haar gezicht zonder glimlach. Dus ik loop naar de deuren in de hal bij de hoofdingang en ik zie George Weah, de beste Afrikaanse voetballer aller tijden en ik loop hem achterna de roltrap op en niemand vraagt wie ik ben of om een kaartje. En Weah loopt naar de bestuurskamer, en ik blijf hem volgen en nog steeds vraagt niemand wie ik ben. Ze lijken juist blij me te zien. Mensen lachen.
In de bestuurskamer schudt Weah me de hand, Uri Coronel kust me op mijn voorhoofd. Er is wijn en water in overvloed. Ik wil naar het veld en loop een deur door, dan een trap af en voor ik het weet sta ik in een rood-witte gang. Ik passeer de kleedkamers van de spelers. Sulejmani knikt naar me. Dan loop ik de stalen trap op, naar het veld en kijk naar het zingende publiek op de tribune. Ik pak een stoel en draag hem achter het doel van Feyenoord, zodat er na de keeper niemand dichter bij Ajax-doelpunten is dan ik. Nog voordat ik gewend ben aan mijn plek in het stadion scoort Siem de Jong en dan binnen een minuut nog een keer. Ik juich naar de man naast me. Ik word niet wakker.
23 april
Rivaliteit
Eigenlijk heb ik nooit veel zo om de beker gegeven. Het is toch een beetje een troostprijs. Ik herinner me nog dat ik als tiener Robbie Witschge een dansje zag doen nadat hij met Feyenoord de beker had gewonnen. Toen al vond ik het belachelijk dat iemand zich zo aanstelde bij het behalen van zo'n tweederangsprijs.
Maar voor het eerst kijk ik er nu wel enigszins naar uit. Vooral omdat het tegen Feyenoord is, dat geeft het natuurlijk extra lading. En omdat ik hoop dat Ajax het laffe spel van de Rotterdammers in Twente afstraft met flink veel doelpunten. Het is erg jammer dat er door de spelers van Feyenoord blijkbaar geluisterd wordt naar een groep mensen wier vocabulaire zich beperkt tot het opsteken van een middelvinger.
De afgelopen jaren had ik wel een beetje te doen met de Rotterdammers. Ook bij andere bevriende Ajacieden bespeurde ik die emotie. Er is voor Ajax-fans niet veel aan in de top drie zonder Feyenoord in de buurt. Hoe vaak PSV ook landskampioen wordt, er is maar één echte rivaal. Het is spijtig dat veel andere supporters van zowel Ajax als Feyenoord de romantiek van deze rivaliteit en de klassieker niet inzien. Dat romantische gevoelens bij hooligans alleen tot uiting komen als ze de naam van hun overleden dobermann op hun arm laten tatoeëren.
22 april
Spiegelen
De Ajacieden zijn twee dagen vrij. Ik weet niet wat ze aan het doen zijn. Misschien maken ze net als ik van de gelegenheid gebruik om alle eenzame sokken in de sokkenla weg te gooien. Zodat er alleen nog maar paren zijn. En nemen ze de tijd om de mieren te verdelgen die via het dakterras de badkamer binnenwandelen en de potjes op de wastafel bestijgen.
Gisteren stond ik voor mijn spiegel in de slaapkamer en keek naar de Ajax-sticker eronder. Jaren geleden opgehangen zodat iedereen die in deze spiegel zou kijken Ajacied was. Ik heb ook een sticker op de spiegel met XLXLXLXLXL. Spiegelhumor. Ik geef niet graag adviezen, maar let op voor mensen die aan spiegelhumor doen. Die krijgen misschien ook elke dag per e-mail een verse mop in hun inbox.
Soms vraag ik me wel eens af of Enoh wel eens naar de moppentelefoon heeft gebeld. En welk liedje Pantelic in zijn hoofd heeft als hij op de fiets zit in de zon. Zou Emanuelson zijn tanden voor of na het ontbijt poetsen? Ik ben een slechte journalist, maar vandaag wil ik weten of Martin Jol wel eens bang is in kleine ruimtes. Of hij ooit heeft overgegeven op een begrafenis. Of hij begrijpt dat er mensen zijn die hun tweede hond dezelfde naam geven als hun eerste.
16 april
Pantelic
Het lijkt of Marko Pantelic niet het meest populaire onderwerp is van een omhelzing na een doelpunt. Misschien stinkt hij, misschien wil hij te graag. Hij lijkt soms de enige single op een oudejaarsfeest. Naarstig op zoek naar iemand om vast te pakken om twaalf uur. Misschien is hij wel iets te lichamelijk.
In de wedstrijd tegen PSV was duidelijk te zien hoe Pantelic tussen de billen van Suarez graaide en hem daarna nog even een paar keer op de billen petste. Spanken heet dat ook wel op sommige website voor volwassenen. Als er gescoord is, drukt hij zijn medespelers net iets te stevig tegen zich aan. Of hij kust ze. Het is nog net niet zo dat zijn teamgenoten van hem wegrennen na een doelpunt maar echt van harte gaan de felicitaties meestal niet. Ik kan me er ook wel iets bij voorstellen, ik zou Marko Pantelic ook niet graag willen aanraken.
En dat terwijl ik wel een liefhebber van hem ben. Niemand kan zo baatzuchtig onbaatzuchtig zijn. Elke wissel is voor hem een publiekswissel. Iedereen 'my friend'. Ook niemand in het team is meer een teamspeler dan Pantelic. Hij is van minder waarde dan hij zelf denkt, maar van meer waarde dan vele Ajax-fans en misschien ook zijn teamgenoten denken. Hij moet alleen wat minder gretig zijn om zijn teamgenoten aan te raken. Dat zou helpen. Ik wil trouwens niet suggereren dat Pantelic op mannen op valt. Dat doet hij niet. Een man die op mannen valt, zou nooit rondlopen met zo'n kapsel.
14 april
Journalisten
Je raakt uiteindelijk toch een beetje gewend aan de voetbaljournalisten. Eerst wist ik niet waar ik het met ze over moest hebben. Voetbal bleek een aardig onderwerp. Daar weten ze veel van. Vaak ook nieuwtjes die je zelf ook op internet had kunnen lezen, maar dat leerde ik pas later. Soms weten ze ook iets te vertellen over een bepaalde speler die een bepaalde scheidsrechter in een bepaalde wedstrijd nog voor iets had uitgescholden. In 1983. Daar weten zij dingen over, over het voetbaljaar 1983.
Het zijn vaak mannen, maar jongensachtige mannen in jongensachtige kleren. Hier en daar een verdwaalde vrouw. Een sportieve, meisjesachtige vrouw. Sommigen van die voetbaljournalisten maken grappen waar ik om moet lachen. Sommigen niet. Maar als er dan opeens een meneer van Nova op de persconferentie verschijnt, is dat alsof er een neger een klasje van linedancers binnenloopt. Het is een beetje raar.
De man droeg een nette jas, geen spijkerbroek en ook geen gympen. De man van Nova sprak daarbij vrij geaffecteerd. Je hoorde dat zijn mond niet gewend was om dingen als 'risicowedstrijd' en 'Feyenoord' te zeggen. Wel 'miljoenennota' en 'croissant. De voetbaljournalisten voelden zich niet prettig met deze meneer in de buurt. Ze maakten grappen over pijp roken. Zelfs Martin Jol leek voor het eerst een beetje underdressed.
13 april
Ballenjongen
Zoals bij alle wedstrijden op profniveau zijn ook bij de thuiswedstrijden van Ajax altijd ballenjongens actief. De ballenjongens lopen rond in te grote rode jassen van Ajax en gooien of rollen ballen naar spelers als de bal over de lijn is gegaan. Ik hoef het verder niet uit te leggen.
Geregeld zijn het jongens van Ajax zelf. Uit de jeugdopleiding. Soms zijn het jongens van andere clubs. Je ziet het verschil pas na de wedstrijd. Wanneer de ballen van Aegon het publiek ingeschoten mogen worden door de Ajacieden uit het eerste.
De jongens uit de jeugdopleiding van Ajax helpen altijd graag even mee met schieten. De jongens van andere clubs schieten of rollen de ballen netjes in de richting van de spelers van Ajax. Ze piekeren er niet over in de Arena zomaar ballen het publiek in te schieten.
Afgelopen zondag waren jongens van SV Ouderkerk de ballenjongens. Achter een van de doelen zat een jongen van een jaar of veertien. Gok ik. Maar hij was iets kleiner dan de andere ballenjongens. In de eerste helft miste Suarez in het strafschopgebied een kans of een bal en rende door. Hij leunde heel even op de reclameborden om op adem te komen. Precies waar de kleine ballenjongen zat. En precies lang genoeg voor de jongen om de topscorer van de eredivisie even geruststellend op de schouder kloppen. De ballenjongen heeft de rest van de wedstrijd gegrijnsd.
10 april
Meneer Schoevaart
Meneer Schoevaart, de 92-jarige archivaris van Ajax, laat mij oude jaargangen zien van clubbladen. Ik lees enkele stukjes van ene Vlokkie. Ze zijn geestig en scherp. Heel anders dan wat je nu ziet in blaadjes van Ajax of op de website. "Ja, dat was het pseudoniem voor de heer Knegt, die kon goed schrijven. Hij schreef nooit over voetbal, altijd over de entourage." We bekijken een prachtig fotoboek. Het boek is opgedragen aan hem, Willem Schoevaart. Ik lees in het voorwoord dat hij tot de magnificent seven behoort. Een van de zeven unieke erfdragers van het Europese Verenigingsleven. Daar hoort natuurlijk een foto bij. We lopen naar de muur. Daar staat meneer Schoevaart in het stadion van Monaco. Met nog zes anderen. Op een andere foto zit hij met een paar oud-Feyenoorders. "Deze meneer is al bijna even lang lid van Feyenoord als meneer Kraan en ik van Ajax."
Ik vertel hem dat mijn vriend voor PSV is. "Dat geeft toch helemaal niet."
Ik kijk nog eens in het boek. Meneer Schoevaart kijkt mee. "Ze vragen wel eens aan mij, leeft die en die nog? Nee, moet ik dan zeggen. Dan bedenk ik me dat hele elftallen die ik heb gekend al dood zijn." Maar meneer Schoevaart is te oud om lang bij de dood stil te staan. Hij vertelt me geestdriftig over de bordjesclub, de trainer Reynolds en Gerrit Keizer die zowel voor Arsenal keepte als voor Ajax. Als ik wegga krijg ik Ajax-vaantjes en Ajax-pennen mee.
3 april
Die stem
Dit is nog eens een trainer met een stem. Geen trainer bij Ajax, ook geen assistent-trainer, kan tegen dat geluid op. Ik wil geen verband leggen tussen het stemgeluid van de trainer en het succes van zijn elftal, maar geen enkel team bij Ajax doet het zo goed als het team van Robin Pronk. De B1. Ze staan bovenaan in de competitie met 44 punten uit achttien wedstrijden, en ze maakten zestig doelpunten. Dat is een hoger gemiddelde dan het eerste heeft.
"Nu lang maken, jongens." Het geluid schuurt een beetje. Daar luisteren jongens van zestien wel naar. Dit paasweekend doet de B1 mee aan de Future Cup op de Toekomst. Ze spelen tegen onder andere de jeugd onder zeventien van FC Barcelona en Liverpool. Een mooie krachtmeting voor Pronk en zijn jongens.
Ondanks dat ik verhalen hoorde over dit team, ken ik er niemand. Ik heb wel eens wat namen gehoord, maar ik weet niet welk gezichten daarbij horen. Alleen de witblonde Davy Klaassen ken ik nu bij naam, want hij was te laat op de training en Pronk zei: "Hi, Davy."
Een jongen om op te letten, vertelt Mister Ajax Sjaak Swart me even later achter het grote raam in de kantine. Ik had hem per ongeluk aangesproken, ik was even vergeten dat ik dat niet durf. Hij noemde nog wat grote talenten en wees ze me aan.
Ik ga ze verder niet verklappen, dan kan ik later doen alsof ik ze zelf ontdekt heb.
1 april
Lulu
Is het een film? Een orkaan? Een schrijfster? Een ontdekte ster? De hond van Sjaak Swart? Nee, 'Lulu' is het Chinese gezicht van Ajax. Ik zag haar op de tribune bij Jong Ajax. Een mooi meisje van een jaar of 21. Ik wilde er al eerder over berichten. Niet over mooie meisjes, of dit mooie meisje in het bijzonder, maar over de Chinese flirt van Ajax.
De Ajaxwebsite is tegenwoordig namelijk niet alleen in het Nederlands en Engels maar ook in het Chinees. Dat is toch een land om rekening mee te houden. China. Daar hoor je al een tijdje over. Over dat land. Vooral voor de sponsor is het natuurlijk een land om rekening mee te houden.
Je verwacht eerder een Spaanse versie, desnoods een Duitse. Maar die hebben hun eigen competities al. Betere ook. Nu kunnen ze in Peking ook zien dat de F1 heeft gewonnen van Zeeburgia. En lezen dat Demy de Zeeuw is begonnen met voetbal bij WSV Apeldoorn. Lulu vertaalt dit soort teksten allemaal. Dat hoop je dan maar. Niemand bij Ajax spreekt Chinees. PSV had ook een tijdje een Chinese versie van haar website. Daar zaten de Chinezen natuurlijk helemaal niet op te wachten. Op nieuws uit Eindhoven. PSV huurde nog een Chinese tweeling maar die is weer op het vliegtuig terug gezet. Wij hebben nog geen Chinees bij Ajax. Wel dus het meisje Lulu. Haar naam klinkt als een zomerhit.
31 maart
Cursus
Zouden trainers een training krijgen in slechtnieuwsgesprekken? In de zakenwereld is daar een cursus voor. Trainers zullen het wel op hun eigen manier moeten doen. Die krijgen alleen het advies dat ze er iemand bij moeten hebben. Voor als de speler later verkeerde dingen zegt in de media.
Op zo' n training leer je dat je slecht nieuws in vijf stappen brengt. Eerst leid je het gesprek in. Dus niet: "George, je weet zelluf, we gaan je contract niet verlengen." Nee, schenk een kopje thee in en zeg bijvoorbeeld: "We zijn hier samen om te praten over je contract." Daarna pas die klap uitdelen.
Laat een speler nooit lang in spanning zitten. Dan gaan ze maar nadenken en zo, dat is nooit goed. "Je speelt al het hele jaar bij Jong Ajax en daar ben je een beetje te oud voor. Je kunt uitkijken naar een nieuwe club."
Stap drie, heel belangrijk, is: help met verwerken. Hierbij is het heel belangrijk om invoelingsvermogen te tonen. Te luisteren. En dan ook iets terugzeggen. Daarna help je met het zoeken naar oplossingen. "Misschien is FC Oss een leuk cluppie voor je. Heb daar nog een maat van mij rondlopen. Kan ik wel eens bellen."
En dan, stap vijf, heldere afspraken maken. "16 juni lever je je auto en Ajax-sporttas in." En sluit af met iets aardigs: "En George, die spaarrekening met honderd euro die je won met het Aegon-cameraspel toen je weer eens op de tribune zat? Die mag je natuurlijk gewoon houden."
30 maart
Op de tribune
Voor u genoteerd tijdens Jong-Ajax tegen Jong-Willem II:
-Er komt een bal aan jongen, misschien moet je wat bewegen!
-Weer een bal het hek over, kost Ajax weer honderdtwintig euro.
-Sulejmani eet veel te veel pizza man!
-Aissaiti! Je bent geen postbode. Haal die bal uit je tas, je hoeft hem niet te brengen.
-Buitenspel! Grens! Grens! O, wilde je het even spannend houden, deugniet.
-Pizza's Hawaï. Pizza's met extra kaas. Pizza's met shoarma.
-Hoe kan die Will ooit aanvoerder geworden zijn? Mijn grote god.
-Ik heb nog nooit een centrale verdediger gezien die zo slecht kan koppen als die Van der Meulen.
-Ga nou eens voetballen Ajax! Je speelt tegen nummer laatst!
-grensjeuhebunvloaginjuhand!
-Weer een bal weg, moeten ze bij de communicatie weer goedpraten. Dat kan Ajax niet missen.
-Ah, Supi komt erin! (Sususepa)
-Hij gaat steeds door de knieën, zie je dat, in plaats van omhoog te springen om de bal weg te koppen. Met een beetje geluk landt die bal dan midden op je hoofd.
-Sulejmani is weer moe hoor. Zo'n hele wedstrijd is niet niks. Kom op nou jongen!
-Pizza's salami. Pizza's quattro stagioni. Pizza's shoarma speciaal.
26 maart
Vlucht
Tot ik het boek Het jaar van de Adelaar las van Marcel van Roosmalen, wist ik niet dat adelaar en arend namen voor hetzelfde dier waren. Ik ben niet zo'n vogelaar. In groep vier haalde ik weliswaar mijn 'vogeldiploma', maar ik hoefde voor deze test maar tien vogels uit elkaar te houden. Vogels die in de tuin van onze school voorkwamen. Mussen en zo. Er zat geen adelaar of arend bij.
De vorige adelaar van Vitesse, Hertog, was een vechtarend; de nieuwe adelaar, Hertog II, is een zeearend. Dat zou iets veiliger zijn. De vechtarend is meestal iets kleiner maar kan dieren groter dan zichzelf doden, zoals een jonge antilope. Zo'n beest weegt ongeveer evenveel als een peuter. Dat kan riskant zijn. De zeearend, eet graag visjes. Hooguit een keer een eend. Ik heb dit alles van het internet, dus vertrouw op deze informatie zoals u op sites als Wikipedia vertrouwt.
Bij Go Ahead Eagles hebben ze ook een zeearend. Een mooi beest om te zien. Sommige Vitesse-supporters waren hierover verontwaardigd, vonden dat ze werden nageaapt. Maar Benfica heeft ook al jaren zo'n beest. Ik vind het maar niets, zo'n levend beest als mascotte. Ik houd sowieso niet erg van dingen die vliegen. De arend van Go Ahead Eagles, Harley, vloog bij zijn vlucht voor aanvang van de wedstrijd tegen Ajax meteen het stadion uit. Dan weet je het wel. Als je mascotte vlucht.
24 maart
Duidelijke taal
Mark van Bommel heeft een prijs gewonnen. De Duidelijketaalprijs 2010. Van Bommel is de best sprekende voetballer van het Nederlands elftal. Dat is ook prijzenswaardig natuurlijk. Zeker als je bedenkt dat Van Bommel is opgegroeid in Limburg. En bevriend is met André Ooijer en Jan Vennegoor of Hesselink.
Maar het ging niet alleen om verstaanbaarheid. Ook werd er geturfd hoe vaak een voetballer clichés gebruikte in de trend van: "Als je een goal maakt, dan zit-ie erin", "wij waren beter maar hun benutten de kansen" en "ik houd alleen van seks en geweld in boeken en films als het functioneel is." Van Bommel gebruikte de minste clichés. Volgens het onderzoek dan.
Ze bekeken en beluisterden drie interviews de man. Onze Demy de Zeeuw eindigde als tweede. De Brabander Ruud van Nistelrooij als derde. Zondagavond was Robin van Persie bij Studio Voetbal en ik had zeker hoog op hem ingezet als ik had geweten van die prijs. Van Persie is geen jochie meer maar een zelfbewuste jongeman. Niet vaak hoor je een voetballer (of oud-voetballer) zo soepel en intelligent praten. Daar kan zeker Ronald Waterreus nog wat van leren. Vader en zoon Mulder ook. Belangrijkste vraag is natuurlijk welke Oranje-voetballer als laatste eindigde. Volgens Elfvoetbal, dat de hele lijst publiceerde, was het Klaas-Jan Huntelaar. En was De Zeeuw trouwens derde en Van Nistelrooij vierde. Wout Brama tweede. Ik weet niet hoe serieus we dit moeten nemen.
23 maart
Positief
Een goede vriendin vindt dat je altijd van het positieve moet uitgaan. Ze hoopt nooit op een parkeerplek voor haar huis in de binnenstad van Amsterdam, ze wéet dat er een plekje is.
"Er is een heel mooi plekje," zegt ze dan. En als we haar straat dan inrijden, zien we een lege plek. "Zie je," zegt ze. Niet verbaasd of triomfantelijk maar op zo'n toon dat ik het nu maar eens van haar moet aannemen. De toon van een geduldige leraar bij een leerling. "Zie je nu dat de wortel van vijfentwintig vijf is?" Zo.
Op volle terrassen vindt ze altijd een tafeltje. "Gaat u net weg? Perfect. Heel fijn."
Ik ben zelf niet zo positief ingesteld en voel me er vaak een beetje ongemakkelijk bij. Vaak loop ik maar een beetje achter haar aan. Zij regelt het wel dat we langs de rij voor een club kunnen lopen. Of een korting krijgen in een hotel. Ik vind het veilig om van het negatieve uit te gaan. Dan kan alles alleen maar meevallen.
Wat een rotdag wordt dit, denk ik elke morgen. Ik durf dus ook nog niet te roepen dat Ajax kampioen wordt. Die vriendin van mij wel. Veel andere Ajax-fans ook. Dat is zo leuk aan Ajax-supporters. Bij FC Twente 'lopen ze niet op de zaken vooruit.' Op de Albert Cuyp verkopen ze vast al derde sterren.
18 maart
Verjaren
Vandaag is Ajax 110 geworden en is mijn oma precies drie jaar dood. Ze zou nu 95 zijn. Ik weet niet hoe lang je iemands verjaardag blijft doorrekenen. Je zegt vast niet over je oma of moeder dat ze nu 135 zou zijn geweest. Maar 95 had haar nog gestaan.
Mijn oma was Rotterdamse en voor Feyenoord. De liefde voor die club heeft ze niet op haar kleinkinderen weten over te brengen. Twee van ons zijn Ajacied, twee van ons houden niet van voetbal. Met meer zijn we niet. Ik betrapte haar nooit op enig tactisch inzicht, ook niet op een teleurstelling na verlies. Feyenoord was voor haar waarschijnlijk een stukje Rotterdam. Ze moet die stad wel eens hebben gemist.
Mijn oma verhuisde rond haar veertigste naar Boxtel, een onbeduidend plaatsje in Brabant waar haar dochter mijn vader ontmoette. Daar woonde ze als protestantse tussen katholieken. Ze leerde er het kaartspel rikken en ze at er worstenbroden. Maar carnaval heeft haar nooit kunnen bekoren.
Het is niet erg om een oma te hebben die voor Feyenoord is. Het is ook niet erg om haar niet te willen zien als ze opgebaard ligt. Vanuit Boxtel reden we aan het einde van haar sterfdag weer terug naar het noorden. Mijn vader deed de radio aan. Ajax won die dag in Eindhoven met 5-1 van PSV. Achterin de auto begonnen we te lachen
13-03
Provincieclub
Ik heb altijd moeite met schatten maar ik denk dat er vandaag een man of dertig was in de persruimte. Dat is best veel. Zeker als je bedenkt dat er dus een man of dertig ergens iets over Ajax schrijft. In kranten of op websites. En die berichten worden dan ook nog eens op andere websites integraal overgenomen.
Maar al die mannen en ook vrouwen kwamen dus vandaag vanuit hun huizen en kantoren en redacties naar de Arena om naar de trainer van Ajax te luisteren. Ze hoorden Jol tegen een journalist grappen dat hij ‘wel erg bruin was en eruit zag als zwarte Piet’.
Over de opmerking dat Jol PSV in
De Telegraaf een provincieclub had genoemd, zei Jol dat de journalist het hele stuk moest lezen, en niet alleen de kop. Dat hij juist vriendelijk was over PSV.
Maar dat valt wel mee, ik heb het gelezen, er gaat duidelijk wat minachting van uit voor het spel van PSV.
Verder was er niet zo veel vandaag. Nog wat opmerkingen over Suk. Dat hij wat lomp is maar niemand pijn doet. Dat zijn tweede gele kaart bij Jong Ajax onterecht was, dat hij dus geen rood had moeten krijgen. En dat Lindgren nog geblesseerd is. En, oh ja, daar kwamen we voor: over de wedstrijd tegen PSV zei hij: ‘Wat ik ervan verwacht? Niets. Hoe laat begint de wedstrijd zondag? Half vijf? Nou dan weten we om half zeven meer.’ En toen gingen we weer naar huis.
11-03
Schrijven
Al toen ik schreef voor het studentenblad Propria Cures kwamen er wel eens mensen naar me toe. Mensen die ik nauwelijks kende. Maar die vaak wel iemand kenden, die ik ook kende. Dan zeiden ze: ik schrijf gedichten, wil je ze eens lezen? Of: mensen vonden mijn reisblog zo leuk, mijn moeder en oma vinden echt dat ik er iets mee moet doen.
Ze gaven me wat velletjes papier: dit heeft mijn broertje geschreven. Het gaat over zijn eerste moeilijke liefde. En over zijn fascinatie voor uitwerpselen van ratten. Kun jij het niet eens aan een uitgever geven?
Meestal wist ik niet wat ik moest zeggen. Ik kon toen nog niet zo goed ‘opbouwend’ kritiek geven. Maar ik dacht: het hoort erbij. Het hoort bij schrijven. Iedereen wil schrijven. Ik heb ook jarenlang getennist en ik speel veel rummicub. Maar nooit heeft iemand mij een backhand laten zien of werd mij gevraagd een vriend van een vriend te introduceren bij een rummicubclub. Ik schrijf nu dagelijks over voetbal. Dat is alles. Ik heb geen belangrijke contacten bij Ajax. Ik heb geen enkele invloed. Een gemiddeld zicht op het spel. Maar ik kreeg vandaag een e-mail van een Afrikaanse voetballer die graag met mij wil afspreken. Omdat ik over Ajax schrijf en hij een voetballer is. Daar wil hij over praten. Of misschien gaat hij een bal hooghouden.
09-03
Goedgemutst
We doen weer mee aan de strijd om de titel. Misschien maar een week, maar het geeft toch weer even dat ouderwets knusse gevoel. Met vlaflip op schoot tussen je vader en broer naar Studio Sport kijken. De stand en doelpunten bijhouden in een schoolschriftje. Simpelweg lachen om PSV-fans. Gewoon om hoe ze eruit zien. Of hoe ze praten.
Rijkaardsnorretjes tekenen in familiealbums. Zingend naar school op de maandagmorgen. Een lied van Paljas of Jeruzalem. Soms Queen of Madonna. Een goed begin van de week. De voetbaljournalisten hebben er op maandag ook weer zin in. In de kranten wordt PSV flink aangepakt.
Zo gaat dat dan. Eén keer verliezen in 26 eredivisiewedstrijden en je gaat er meteen aan. Opeens is er alles mis bij PSV. De kleedkamer is niet meer vol. Eigenlijk zijn ze toch geen echt collectief. Ze kunnen slecht tegen het verlies. Rutten begint meteen huilie huilie naar de scheidsrechter te wijzen. De spelers kunnen niet eens de professionaliteit opbrengen om de pers na afloop te woord te staan. Alles is plotsklaps maar matig en rot.
Niet dat dit soort stukken ons iets kan schelen in Amsterdam. Net goed. Misschien gaan ze er in Eindhoven ook in geloven en winnen we zondag in eigen huis. Maar laten we niet te veel op de zaken vooruit lopen. Deze week doen we in elk geval weer eens mee. Gezellig.
04-03
Kampioen
Louis van Gaal staat in het blad van de ANWB, Kampioen heet het. Ze interviewen in elke editie een bekende Nederlander over een stad naar keuze. Antonie Kamerling kwam al voorbij, Hind, Willeke Alberti.
Het zijn oppervlakkige en vrij korte interviewtjes, net te kort om te lezen tijdens het eten van een boterham. Maar toch lees ik ze altijd. Soms uit interesse, soms omdat je wilt weten welke plekken je in Saint Paul de Vence moet mijden als je Ivo Niehe niet tegen wilt komen.
Dit is niet de reden waarom ik het stukje met Van Gaal lees. Ik ben een fan van hem, ook als hij in het blad van de ANWB staat en ons toeristische tips over München geeft.
Mitchell Donald vertelde dinsdagavond in het Parooltheater dat hij voor een app van Nike voor de iPhone vijf bijzondere plekken op moest geven in Amsterdam. Ja, Paradiso staat er ook bij, maar die had ik helemaal niet genoemd. Zo gaat het ook duidelijk in dit stukje met Van Gaal. Of zou die werkelijk zeggen: München is een heerlijke winkelstad, met veel leuke boetiekjes. ? Of over delicatessenwinkel Dallmayr: Een schatkamer vol lekkernijen en specialiteiten van over de hele wereld. Van kruiden tot kreeft. Hier kun je heerlijk rondneuzen.
We geloven dat Van Gaal lepeltje-lepeltje slaapt en een lieve man is voor Truus, maar niet dat hij van leuke boetiekjes of van rondneuzen houdt, en München een heerlijke winkelstad vindt.
03-03
Mitchell Donald
Hij praat rustig. Gemakkelijk. Verstandig. Als iemand die zo’n goede mediatraining heeft gekregen dat je het niet merkt. Thomas Rijsman en Nils Adriaans interviewen hem in het Parooltheater. Het is snel duidelijk: Donald wil een voetballer worden waar geen trainer van Ajax omheen kan. Nu al droomt hij over een groots afscheid bij Ajax.
Hij is dan wel op eigen initiatief verhuurd aan Willem II, maar alleen om te spelen en te groeien en daarna terug te keren bij Ajax. “Het was wel even moeilijk, na elf seizoenen in rood-wit iedereen een handje te geven: tot de zomer!” Hij vertelt hoe hij hoorde dat hij een contract kreeg. In 2007 draaide Urby Emanuelson op trainingskamp in Zuid-Afrika opeens zijn laptop naar hem om: ‘Donald dwingt contract af’, las hij voor. “Zo’n krabbeltje zetten… Ik wist niet hoe het was tot het gebeurde.”
Als jongeling bij het eerste keek hij op tegen Heitinga en Sneijder. “Sneijder is een niet normaal goede middenvelder. Hij ziet alles, is snel en een beetje vervelend.” Donald lacht. “Je hebt altijd zo’n idee over hoe spelers in het echt zijn, maar Sneijder is echt een pestkop.”
Ze vragen hem naar zijn liefde voor kleren. “Zie je dit jasje? Vind je het mooi? Ja? Zara. Deze trui? Dit shirt? Zara.”
De goedgeklede (verhuurde) Ajacied is geen patser, wil hij aangeven. Hij is een voetballer. En vooral Ajacied. Na afloop geeft hij alle bezoekers netjes een hand. We zijn allemaal een beetje fan.
02-03
Minnares
Het gaat tegenwoordig natuurlijk allemaal om het geld bij die jongens. En om zo’n dure auto met navigatiesysteem. Vroeger hadden de jongens helemaal geen na-vi-ga-tie-sys-teem. Moesten ze helemaal zelf uitzoeken hoe ze het trainingscomplex afkwamen.
Het schijnt ook heel gevaarlijk te zijn, zo’n na-vi-ga-tie-systeem. Met van die stralingen en zo. Kun je kanker van krijgen. Of een tumor. En dat kopt niet lekker.
Het is niet goed hoor, zoveel stralingen. Net als bij die mobiele telefoons waar je ze de hele tijd mee ziet. Voor de televisie kunnen ze amper een normale zin uitspreken, maar door die telefoons hebben ze opeens van alles te vertellen. Zullen de minnaressen wel zijn. Je eigen vrouw ga je niet de hele tijd bellen. Dat weet een kind.
Vroeger moesten die minnaressen gebeld worden na de training, even een minuutje in de kwartjestelefoon achter in de kantine. Maar nu bellen ze die meisjes gewoon tijdens het warmlopen of de massage. En ’s avonds gaan ze niet even gezellig de kroeg in, dat je dan kan zeggen: hé Theo, dat was een goede wedstrijd. Nee, dan gaan ze twitteren. Dan vertellen ze precies wat ze aan het doen zijn. Niks dus.
Nee, dat was vroeger allemaal wel anders. In die glorietijd van Ajax, weet je wel, toen de minnaressen gewoon nog Greet en Ans heetten. En je nog meneer tegen de trainer zei. En pannenkoek zonder die n ertussen. Toen wist je nooit wat iemand aan het doen was.
26-02
Kale man
Er loopt een man tussen de jongens van Jong Ajax. Een kale man. Hij draagt het trainingspak van Ajax, niet het trainerspak, een trainingspak. Hij is dus een van hen. Hij neemt ballen aan, schiet ze weg, lijkt grappen te maken want er wordt gelachen. Het duurt even voordat ik door heb dat de kale man Andy is. Andy van der Meyde.
De laatste keer dat ik hem live zag, had hij nog haar en oogde hij iets slanker. En iets sneller. Nu is hij terug op de Toekomst.
‘Komt hij terug?’ vraag ik aan een man die staat te kijken. ‘Nee, volgens mij niet. Volgens mij traint-ie alleen mee.’
Toch weet je maar nooit. Bij Ajax. Ik zou het leuk vinden hem weer te zien spelen in de Arena. Maar ik hoopte ook dat Patrick Kluivert weer op zijn oude niveau zou komen. En dat Rafael van der Vaart bij Nancy, zijn eerste liefde, zou blijven.
Er zijn niet alleen kale mannen die hopen op een plek bij Ajax. Er zijn ook kinderen. Kinderen die meedoen aan de talentdagen bij Ajax. Het is vakantie. Ze kijken serieus. Kinderen die hopen dat ze opvallen. Ouders die hopen dat hun kinderen opvallen. Ze zijn niet kaal. Ze hebben haar. Soms zelfs krullen. Ze komen nauwelijks tot mijn navel. Maar ze hebben wel hoop. Net zoals de kale man. De hoop dat ze opvallen en mee mogen doen.
25-02
Mascotte
Tijdens thuiswedstrijden van Ajax zie ik David Endt vaak op een stoeltje zitten achter het doel van de tegenstander. Wat doet hij daar toch? Hij zit daar alleen. Soms zit er een fotograaf naast hem. Maar meestal niet. De bekendste teammanager van de eredivisie lijkt de rust op te zoeken.
Af en toe verstuurt hij sms’jes. Of doet spelletjes op zijn mobiele telefoon. Dat zou ook nog kunnen. ‘Misschien zit hij daar om aan de stadionomroeper door te geven wie er gescoord heeft,’ opperde iemand. ‘Of om de keeper af te leiden.’ ‘Misschien brengt het geluk. Misschien is David Endt de ware mascotte van Ajax. Niet Lucky, maar David Endt.’
Een laatste idee was dat de rest van de begeleiding heel erg stinkt. Maar David Endt heeft zelf een andere verklaring. ‘Het begon in 1996 in de halve finales van de Champions League tegen Panathinaikos. Ik zat daar en vond het heel prettig. Je zit zo dicht op het veld, op het spel. Je kunt horen wat ze tegen elkaar zeggen. Je kunt oogcontact maken. Soms met de keeper van het andere team. De scheidsrechter. Of met je eigen jongens. Veel beter dan op de tribune tussen allerlei belangrijke mensen. Hier kan ik ongestoord juichen.’
Vanavond zit hij niet achter het doel. Dat mag niet van de mensen van de Uefa. David Endt moet netjes aan de zijkant zitten. Of op de tribune.
24-02
Geblesseerd
Het miezert en de tribune is vol. De meeste mensen hebben aan een paraplu gedacht. Of aan een regenpak. Ik niet. Op het kunstgrasveld glijden de spelers van Jong Ajax en Jong AZ. "Hoe lang nog?" vraagt keeper Sergio Padt tien minuten voor het einde van de eerste helft aan de grensrechter. "Ik weet het niet," antwoordt de man, "mijn horloge is beslagen." De jonge keeper glimlacht.
Er spelen weinig doorgewinterde A-selectiespelers mee vandaag. Alleen Ogararu en Kennedy. Verder de jonge Aissati en Suk. Wielaert schijnt geblesseerd te zijn. Ook Kennedy wordt in de tweede helft vervangen vanwege een lichte blessure. Marvin Zeegelaar begint de laatste wedstrijden op de bank. Uit het eerste van AZ spelen Holman, Jonathas, Holland, Swerts en Van der Velden mee. Toch is Jong Ajax sterker. Het tempo is hoog.
"Suk kan echt wat," klinkt het om me heen. De lange spits geeft twee briljante hakjes. Een van de uitblinkers van de tweede helft, Aras Özbiliz, scoort dankzij zo'n hakje. Toch verliezen we met 3-2. In de kantine lopen spits Castillion en aanvoerder Will rond in spijkerbroeken en dikke jassen.
"Ben je geblesseerd?" vraag ik Castillion.
"Ja, ik heb een lichte irritatie aan mijn knie, maar ik kan volgende week wel weer spelen."
"En wanneer kun je weer spelen?" Als ik het vraag hoor ik dat hij dat net gezegd heeft. Castillion lacht. "Volgende week weer."
23-02
Test
Ajax-Vitesse. Naast me zit een Vitessefan. Een 'Vitesse-watcher' zelfs, zoals dat wordt genoemd. Hij zit niet heel lekker op zijn stoel. Nu al niet. De jongens van Vitesse doen hun warming-up. De jongens van Ajax ook. Bij Vitesse ziet het er wat rommelig uit.
"Ze kunnen ook nooit iets synchroon doen," verzucht de Vitessefan tijdens het inlopen van zijn ploeg. Als de één met de armen zwaait, beweegt een ander de heupen. Een van de spelers draagt een gewoon T-shirt. Sommigen hebben de ene sok opgetrokken en de andere niet. Het zouden jongens op het Museumplein kunnen zijn. Naast hen zien de ontspannen Ajacieden er bijna uit als een militair team. Een ontruimingssignaal maakt dat beeld compleet.
In verschillende talen wordt ons gezegd dat we het stadion moeten verlaten en dat we geen gebruik mogen maken van de liften. In het Duits, Engels, Spaans. Maar alleen in het Nederlands staat op het grote scherm te lezen dat het om een test gaat.
Ik vraag de Vitessefan tijdens de eerste helft dingen als: wat is jullie grootste nederlaag ooit?. En: wat is het record eigen doelpunten in een wedstrijd? Ook: regent het in Arnhem vaak?
"Ik moet even roken," zegt de Vitessefan in de rust. We knikken. Het staat 3-0. "Ik hoop niet dat Vitesse nu gas gaat terugnemen," sms't hij vlak voor de tweede helft naar de persvoorlichter van Vitesse.
20-02
Zingen in de Arena
Martin Jol had mij gevraagd, of eigenlijk de opdracht gegeven, om een lied te zingen in het stadion. Vlak voor de wedstrijd. Hij zei dat ik op de middenstip moest staan en 'Holiday' moest zingen van Madonna. Ik zei nog dat ik helemaal niet kon zingen. Ik zei nog dat ik het lied niet had ingestudeerd. Maar Jol luisterde niet naar me en ik kon niet weigeren.
Ik zei zelfs dat het altijd al mijn droom was geweest om een lied te zingen op de middenstip. Hij had beloofd dat hij de cassetterecorder zelf zou bedienen. Hij had beloofd dat de supporters het geweldig zouden vinden. Hij duwde me het veld op.
Het bandje startte. De supporters waren stil. Ze floten niet eens. Ik hoorde iemand kuchen. Ik begon te zingen. Op mijn manier. Toen stopte abrupt de muziek en begon vijftigduizend man mij uit te schelden. Ik werd pas wakker nadat ik de Arena was uitgerend en al in de metro zat.
Deze droom had niets te maken met het optreden van Karin Bloemen in de rust bij Ajax-Juventus donderdagavond. Ik droomde dit de avond ervoor. En ik wist na het ontwaken niet waar ik me meer zorgen over moest maken. Dat ik in mijn dromen grotere dromen heb dan in het echt.
Of dat ik alweer over Martin Jol droomde.
19-02
Mixed zone
Je hoort het vaak na een wedstrijd: een journalist die niet op de persconferentie met Martin Jol wacht, maar naar meteen beneden gaat, naar de mixed zone. Ik ben ook wel eens meegevraagd naar de mixed zone, de plek waar spelers en journalisten elkaar kunnen ontmoeten. Maar het leek me altijd verstandiger om te luisteren naar wat Jol te vertellen had dan om wat te keuvelen met voetballers.
Toch ging ik na Juventus wel. Ik voelde me klaar voor de mixed zone. Ik voelde me er klaar voor om tussen spelers te lopen, een biertje met ze te drinken. Eriksen een schouderklopje te geven. Del Piero een hand.
Ze zeiden dat de mixed zone niet moeilijk te vinden was: gewoon naar beneden en dan twee keer rechts. En het klopte, na twee keer rechts kwam ik in de gracht naast het veld terecht. Ik zag daar een rij met journalisten staan. Waarom ze in de ongezellige gracht stonden en niet in de gezellige mixed zone, was me eerst niet duidelijk.
Toen ik dichterbij kwam, zag ik een rood touw tussen palen hangen. Het touw liep een beetje rond. Aan de ene kant van het touw stonden journalisten, aan de andere kant spelers. Het deed me een beetje denken aan sushi op de lopende band bij de Japanner. De spelers bewogen steeds een stukje op langs journalisten met wie ze moesten spreken.
Er draaide geen muziek. Er waren geen borrelhapjes. Geen statafels. Dit was de mixed zone.
18-02
Kinderen
Na de persconferentie begeleid ik drie Italiaanse journalisten naar de metro. Ik vraag wat ze verwachten van Ajax-Juventus.
"I hope Ajax wins," zegt de kleinste. De journalist met de baard knikt. Ik ben verbaasd.
"We don't like Juventus. We like Torino, the enemy of Juventus. Iedereen haat Juventus in Italië."
De langste journalist grijpt in. "In Turijn dan. Juventus heeft veertien miljoen fans in Italië, maar in Turijn is bijna iedereen voor Torino."
"Spelen jullie nog in de Serie A?" vraag ik aan de twee fanatieke Torinoaanhangers. "We waren de beste in de jaren veertig. We wonnen alles. Maar dat team is omgekomen bij een vliegtuigongeluk. Dead, all of them."
De langste journalist lacht. "Nee, geen Serie A meer."
Daarna bestoken ze me met vragen. Hoe oud is Suarez? Hoe oud is Sulejmani? "Still a child," is hun reactie op mijn antwoorden.
"Hoe oud is Eriksen?
"Net achttien."
"Still a baby, hij kan nog hand in hand met zijn vader naar het stadion om voetbal te kijken. In Italië tel je dan nog niet mee. Cannavaro en Camoranesi zijn allebei 33, Del Piero is 35."
Ik vertel dat we bij Ajax ook twee oudere spelers hebben, Rommedahl en Pantelic. Allebei 31. De kleine fan van Torino schudt het hoofd.
16-02
Ren is
Er zijn voetballers die weinig spelen maar geliefd zijn bij het publiek. Gabri bijvoorbeeld. Of Sulejmani. Er zijn ook spelers die wel geregeld spelen maar over wie je zelden iemand hoort. Van die spelers van wie niemand een shirtje koopt voor zijn zoontje. Voor wie geen liedjes zijn. Die journalisten niet graag willen interviewen.
Dennis Rommedahl is zo'n speler. Vorig jaar was hij verhuurd aan NEC. Bij NEC was aan het einde van het seizoen een verkiezing van de meest favoriete spelers. Rommedahl speelde de tweede helft van de competitie bijna elke wedstrijd bij NEC maar eindigde niet bij de eerste zeventien favoriete spelers van die club. Het is dus niet alleen voor de supporters van Ajax erg makkelijk om geen fan te zijn van Rommedahl.
Ook al speelde hij vele interlands, maakte hij een paar belangrijke doelpunten dit seizoen voor Ajax en was hij bij een aantal doelpunten betrokken, toch wordt deze dertiger vaak belachelijk gemaakt door journalisten en voetbalsupporters. Ze noemen hem 'Ren is Dommedahl', zijn bijnaam toen hij nog bij PSV speelde. Of een 'jongen die net goed genoeg is voor de eredivisie'. Dat hij een wonderlijke voetbalcarrière heeft gekend, niet minder wonderlijk dan de carrière van Rasmus Lindgren of Kenneth Perez, lijkt niemand echt te raken. Rommedahl is niet sexy genoeg. Hij laat Van der Wiel meestal de voorzetten geven. Hij heeft te weinig grensrechters uitgescholden.
13-02
Journalist
Om een misverstand weg te nemen lieve lezers: ik ben geen journalist. Die ambitie heb ik ook niet. Daar ben ik te slordig voor. Dat moge duidelijk zijn. Ook houd ik meer van verhalen dan van feitjes, durf ik nooit iemand aan te spreken en wanneer er iets belangrijks gebeurt of wordt gezegd, droom ik net weg. Voordat ik aan deze rubriek begon, bedacht ik verhalen en schreef ze op. Dertien van die verhalen zijn gebundeld. Maar het kunnen er ook best veertien zijn. Ik hoef hierdoor dus gelukkig niet op te boksen tegen de feitenkanonnen die de meeste voetbaljournalisten zijn.
Ik ben gevraagd als vrouw, uit een totaal andere hoek. En dat levert andere Staanplaatsen op. Niet alleen omdat ik de eerste ben die geen toegang heeft tot trainingen en steeds iets moet verzinnen zonder ook maar iets te zien. Ook omdat ik niet zo veel van voetbal weet als mijn voorgangers. En misschien omdat ik op andere dingen let. Tijdens de persconferentie van vandaag zag ik vooral de vlekken op de broek van de cameraman voor me. Als ik Danny Blind, een van mijn favoriete oud-Ajacieden, zie lopen, weet ik niet hoe oud hij was toen hij debuteerde, welke schoenmaat hij heeft en of hij links- of rechtsdragend is. Wel vraag ik me af waar hij op dat moment aan denkt. En waarom hij zo weinig lacht. Als er gescoord wordt, kijk ik niet naar de juichende Ajacieden, maar naar de wisselspelers op de bank. Ik vind Urby Emanuelson 'lief'.
10-02
Sulejmani/Eriksen
De speakers stotteren iets onverstaanbaars voor aanvang van de wedstrijd. We denken de opstelling. Gelukkig hebben we die ook op papier. Er staan mooie namen bij. Kenneth Vermeer. Eriksen en Suk. Sulejmani en Aissati. Verder nog Kennedy en de haast vergeten Ogararu en Wielaert. De auto zei dat het -3 graden was. Ik geloof het.
Boven, vanuit de warme kantine, kijken mensen door de grote ramen naar het kunstgrasveld. Rik van den Boog staat dapper buiten op de kleine tribune. Martin Jol is ook gesignaleerd. De spelers van Jong Ajax en Jong Heerenveen/Emmen lopen het veld op. Een donkere wisselspeler van Jong Heerenveen/Emmen heeft een bruine deken om zich heen gewikkeld. Hij krijgt er iets heiligs van.
En er is iets met Sulejmani. Misschien is hij naar de kapper geweest. Of een paar kilo afgevallen? Hij lijkt fitter dan tegen NEC. Volgens Jol moet je een 'tovenaar' zijn om dat in een week voor elkaar te krijgen, maar Sulejmani rent echt sneller bij Jong Ajax. En hij maakt een doelpunt. Dankzij mooi samenspel met Eriksen. De speaker stottert blij. Jong Heerenveen/Emmen scoort het tweede en in de tweede helft het derde doelpunt. Gelukkig scoort de jonge held Suk de gelijkmaker. Het eindigt in 2-2.
Vooral Eriksen maakte weer veel indruk. Op een filmpje op de website van Ajax zag ik dat hij in een gastgezin woont bij twee pubermeisjes. Dat kan niet goed gaan als ze hem hebben zien spelen.
09-02
Geluksduif
We waren later dan normaal. In de parkeergarage was het chaotisch. Voor ons stond een blitse sportwagen. Stil. Wij stonden meer dan tien minuten achter de blitse sportwagen die rechtdoor wilde, terwijl wij rechtsaf moesten.
Niemand van de hesjes leek zich druk te maken om de rij achter de stilstaande blitse sportwagen. Niemand van de hesjes leek zich druk te maken om de toeterende man van over de honderd kilo in de auto achter ons.
Net toen ik de auto uit wilde stappen om er iets van te zeggen, reed er een zwarte auto voorbij op de baan naast ons. En in de zwarte auto zat op de achterbank een bekend gezicht. Voor ik er erg in had bonkte ik op het raam en stak mijn duim op. Hyun-Jun Suk glimlachte breed, stak toen ook zijn duim op en lachte daarna volgens mij met geluid. Ik hoop dat het opsteken van een duim in Korea hetzelfde betekent als hier.
In het stadion vloog onze nieuwe mascotte rakelings over het veld en het publiek. De duif die sinds kort in de Arena lijkt te wonen, brengt ons meer geluk dan die verwende adelaar de Arnhemmers bracht. En het voeden kost ook niets. Vlak voor het tweede doelpunt vloog de stadsvogel behendig met een frietje in de snavel naar het nok van het stadion.
06-02
Siem
Ik ben te oud natuurlijk om Siem de Jong-posters in mijn slaapkamer te hangen. Te jong om Siem aan een dochter uit te huwelijken, en ik heb ook geen jonger zusje om hem aan te koppelen, maar het is duidelijk dat ik Siem de Jong graag in de buurt zou hebben. Waar en met wie dan ook.
Hij is het soort jongen dat je kost wat kost wilt koppelen. Zo’n jongen die je misschien niet voor jezelf ziet zitten, maar wel voor je beste vriendin. Dat hij niet zo van lezen houdt en dat hij uit een volleybalfamilie komt, is hem vergeven.
Want Siem de Jong heeft veel mee.
Hij speelt natuurlijk in het eerste van Ajax, is intelligent en bescheiden. En een doorzetter. Volgens Martin Jol heeft hij ‘passie’. Dat is leuk aan een man, passie. Hij heeft ook een bijzondere uitwerking op de vrouwelijke voetbalfan.
Een jongere vriendin leeft op als Siem de Jong in de basis staat. “Sieeeemm!” roept ze wanneer de spelers hun bloemetje in het publiek mogen gooien. Tot haar teleurstelling gooit hij nooit in ons vak.
“Hij verdient een eigen lied,” zegt ze steeds weer. We hebben al wel eens wat opzetjes gemaakt. Voor onze Siem, de ideale schoonzoon.
Maar sinds vandaag ben ik weer een illusie armer: Siem de Jong reed de Arena uit in een Mercedes.
Dat was het ergste nog niet.
Het was een witte.
05-02
Lange onderbroek
Het is een beetje vervelend dat Arjen Robben nu met de eer gaat strijken. Ik gun die jongen heus wel wat: een leuke vrouw, een nette tuin, een doelpunt hier en daar. Maar niet deze eer. Het is echt een groot misverstand dat Arjen Robben nu een trendsetter zou zijn. Met zijn lange onderbroek.
Ik ken namelijk iemand die al veel eerder dan Arjen Robben een lange onderbroek droeg. Niet alleen tijdens het schaatsen of in het stadion als hij naar een wedstrijd van Ajax ging kijken, maar ook bij het voetballen bij de zaterdagamateurs. Hij woonde bij mij in de buurt en als hij op een winterse wedstrijddag terugkwam uit Amsterdam en even bukte, zag je een wollige onderbroek boven zijn ribbroek uitkomen.
Hij schaamde zich er niet voor. Ook niet op het voetbalveld. Er zaten voornamelijk oudere mannen in zijn team. Dat zie je bij voetbal niet vaak. Op de tennisbaan zie je nog wel eens een man van in de tachtig een bal oprapen, op het voetbalveld niet. In zijn team waren sommigen al boven de zestig. Niemand onder de vijftig.
In de winter droegen ze lange onderbroeken voor de spieren. Ik ging soms bij ze kijken. Geregeld rolden er ballen in de sloot omdat de mannen niet meer snel genoeg waren om de bal binnen het veld te houden. Bijna elke week viel er voorgoed een teamgenoot af.
04-02
Alles op Suk
Er kwam een Turks jongetje op school. Hij sprak geen Nederlands. Wij spraken geen Turks. Maar alle meisjes wilden meteen naast hem zitten. Het Turkse jongetje riep moedergevoelens bij ons op, nog ver voor we in staat waren kinderen te verwekken.
Het jongetje was vrolijk en enthousiast maar hij had iets hulpeloos. We verdrongen elkaar om hem te helpen. Hij knikte bij alle vragen blij ja . Met trefbal gooide hij mensen op zijn eigen helft af. Hij ging naar de meisjes-wc, wist nooit waarom we opeens buiten gingen spelen en tijdens het kringgesprek deed hij net als de anderen zijn vinger zo ver mogelijk omhoog. Alsof het een spel was.
Aan hem moet ik denken als ik naar Suk kijk. Zijn talent kan ik nog niet goed inschatten, maar zijn enthousiasme wel. Op de training doet hij de oefeningen altijd als laatste zodat hij weet wat hij moet doen. Zijn gastouders hebben overal post-its opgeplakt met Nederlandse woorden: deur , kraan , tafel , mes .
Het publiek scandeerde zijn naam tijdens de wedstrijd. Ze zongen: Alles op Suk, olé, olé. Ze joelden als hij aan de bal kwam. Suk heeft nu al een heldenstatus. Het leek langs hem heen te gaan. Na de wedstrijd werd hem gevraagd of hij het leuk vond bij Ajax. Suk glunderde: Al krijg ik alles op de wereld dan nog zou ik dit niet inruilen.
Ik heb het weer, dat gevoel. Ik wil hem de weg en de jongens-wc wijzen.
02-02
Vink
Mooie beelden bij het Sportjournaal. We zien de scheidsrechter Pieter Vink rekken en strekken in De Kuip. We zien hem rennen langs de zijlijn ter warming up, we zien hem zijn oortje testen. Maar vooral zien we Pieter Vink de mens. Zoals hij nonchalant wandelt over het strand van Noordwijk vlakbij zijn woonplaats Noordwijkerhout. Even niet in dat korte broekje. Even zonder fluitje.
Gewoon Pieter Vink, zoals hij naar zijn schoonmoeder gaat of de afhaalchinees. Zonder enige zeggenschap over de mensen om hem heen. Als een man die gewoon op de hoek van je straat zou kunnen wonen. Prachtig geschoten door de NOS. De mens in zijn omgeving. Heerlijk. Ik geniet altijd zo van interviews op het strand. Het geeft net iets extra’s zo met die zee. En met die lucht en met al dat zand. Die zon in dat water. Alsof je zo de omslag van een zelfhulpboek binnenwandelt. En terwijl Vink met zijn handen in de zakken langs de zee kuiert, geeft hij manmoedig toe dat hij een inschattingsfout heeft gemaakt. ‘Het was een overtreding op Suarez.’ Hij heeft zelfs spijt.
Maar natuurlijk heeft hij niet alleen een inschattingsfout gemaakt, Pieter Vink heeft een andere situatie juist heel goed ingeschat. Zijn assistent dacht dat Tomasson een strafschop verdiende. Maar Vink dacht een ‘split second’ na en hij vond het een ‘100 procent schwalbe’. Het moest toch even gezegd. Daarna, het zal niemand verbazen, nemen we afscheid van Pieter Vink met het geluid van een tokkelende gitaar.
29-01
Faalangst
Ajax loot deze reeks erg gunstig. AGOVV, FC Dordrecht, de amateurclub WHC, NEC was ook prima vergeleken met FC Twente, PSV of Feyenoord en nu dus Go Ahead Eagles. Dat moet kunnen. Zeker als het weer een beetje gaat lopen bij Ajax.
De basisspelers trainden vandaag binnen. Jammer, ik had Rasmus Lindgren graag even gezien. Toen Lindgren werd gewisseld keek de bescheiden Zweed Martin Jol niet aan en gaf hij niemand een handje. "Jullie kunnen lekker de tyfus krijgen," dacht hij vast. Of iets soortgelijks in het Zweeds. Hij lachte pas weer toen Siem de Jong scoorde. Zijn invaller.
Waarom Jol Lindgren en Aissati wisselde voordat hij Sulejmani naar de kant haalde was een raadsel voor mij met mijn boerenverstand. Lindgren was de enige stabiele factor op het veld. En Sulejmani, ach, Sulejmani. Die liep na vijftig minuten al te hijgen alsof hij twee marathons had gelopen. Hoe moet je zo'n jongen, zo'n talent, toch aan het spelen krijgen? Ik begreep dat Van Basten van alles heeft geprobeerd. Moed inpraten, vleien, steeds maar weer vertrouwen uitspreken. Een keer is hij maar eens heel boos geworden in de kleedkamer. Ook dat had geen effect. Faalangst, zeggen ze. Kijk dan naar Lindgren. Hij mocht niet eens meer meetrainen met het eerste, kreeg een uit nood geboren kans van Jol en nam meteen zwijgzaam het elftal op sleeptouw. Faalangst is iets voor de toneelopvoering op de middelbare school, niet voor Ajax.
28-01
Uitglijder
Ajax zorgt goed voor ons. Voor de supporters. Op de website werden we gewaarschuwd: "Denk eraan om u warm te kleden." Ik ben direct naar Bever Zwerfsport gefietst om thermisch ondergoed te kopen en daarna naar de Hema voor goede skisokken. Bij Carl Denig kocht ik in de uitverkoop een goed warme muts en handschoenen. Thuis deed ik het thermische ondergoed aan. Daaroverheen een legging, toen een maillot, daaroverheen mijn skisokken en ik eindigde met een spijkerbroek. Natuurlijk had ik twee shirtjes over mijn thermische hemd aan, een wollen trui en een dikke winterjas. Ik deed Uggs aan mijn voeten en ik kon gaan. Met het openbaar vervoer natuurlijk, fietsen durfde ik niet aan. Ajax had iedere supporter hard nodig. In het stadion had ik het bloedheet. Ik paste maar net in een stoeltje. Naar de wc gaan kostte me zoveel tijd dat ik toevallig net die ene aardige bal van Sulejmani mistte. Tijdens het juichen voor de goals en goede ballen van Lindgren en later Eriksen scheurde ik bijna uit mijn broek.
Vlak voor vertrek waarschuwde de stadionspeaker de supporters natuurlijk nog even voor de gladde trappen buiten. Voorzichtig hielden we ons vast aan de reling en zetten behoedzaam de ene voet en dan de andere voet op de treden. Alles ging goed. Tot vlak voor mijn huis, daar gleed ik uit. Gelukkig was ik nog net op tijd binnen om PSV eindelijk eens te zien verliezen.
27-01
Garnaal
Als ik aankom bij het trainingsveld, zijn de verdedigers al naar binnen. De overgebleven Ajacieden oefenen op vrije trappen. Kenneth Vermeer heeft het rustig: áls de bal al over de poppen komt, is het meestal dik naast. Martin Jol kan erom lachen.
Hyun-Jun Suk oefent een stukje verderop zeker een kwartier lang alleen op de dubbele schaar en houdt hoog als een puber in de achtertuin. Het verdient geen schoonheidsprijs, maar het handjevol supporters wordt er wel enthousiast van. Ik ga naar binnen omdat mijn voeten pijn doen van de kou.
In de perskamer staat beschuit met muisjes. Blauwe en witte muisjes. Maarten Stekelenburg kreeg een zoon. We zitten met een stuk of zes man op Martin Jol te wachten en eten beschuit. Op de grond liggen overal muisjes. "Het is rustig," zegt Jol als hij binnenkomt. Iemand vraagt of Suk misschien invalt tegen NEC als de wedstrijd ernaar is. "Als de wedstrijd ernaar is, kan iedereen op de bank invallen."
Iemand vraagt of Rasmus Lindgren weg mag als er interesse komt. "Er is geen interesse."
"Maar als er toch interesse komt?"
"Dat is een hypothese. Als mijn tante een garnaal had gehad, dan was ze mijn oom. Ja." Hij haalt zijn schouders op. Jol houdt niet van hypotheses. Er zijn verder geen vragen meer.
"Dat was een goeie quote, van die garnaal," grinnikt een journalist na afloop.
26-01
Voetbalplaatjes
Het nieuwe voetbalplaatjesboek van Albert Heijn is niet helemaal up to date. Dwight Lodeweges is nog trainer van NEC en Ronald Koeman van AZ. De plaatjes lijken zeer vroeg in het seizoen gemaakt want ook Atouba behoort tot mijn grote vreugde tot de uitverkorenen bij Ajax.
Natuurlijk sparen we deze voetbalplaatjes. Niet voor neefjes of buurmeisjes, maar voor onszelf. Het is prettig om iets te sparen. Het is ook prettig dat de plaatjes gratis zijn. Niet om het geld maar om het idee. Dat we niet voor vijftig euro in een keer plaatjes kunnen kopen. Vroeger met de Paniniplaatjes was het soms oneerlijk verdeeld in het gezin. Oudere broers kregen meer zakgeld en hadden hun boek daarom sneller vol. Een vriend van mij had helemaal nog geen zakgeld en mocht de achterkantjes hebben van zijn oudere broer en neef. Vlijtig plakte hij met lijm alle achterkantjes in een schrift zodat hij ook een beetje mee kon doen.
Bij de plaatjes van Albert Heijn moet je de achterkantjes ook bewaren. Er staan codes op. Daarmee kun je naar een website om het verhaal achter het plaatje te horen. Zo had ik vandaag Urby Emanuelson in een pakje. Hij vertelde dat hij vaak wordt geloot voor de dopingcontrole en dan 'alleen in een kamertje zit te wachten op het plasje.' Wat is er toch met die jongen? Urby Emanuelson is werkelijk de enige volwassene die 'plasje' kan zeggen zonder dat je hem wilt krabben.
23-01
Gezelliger?
Ajax wil het gezelliger maken in het stadion. Er ligt al een tijdje een plan om alle gele, groene, blauwe en nog wat kleuren stoeltjes met de tijd te vervangen door alleen rode en witte stoeltjes. Dat klinkt goed, veel meer hoeft er dan niet te gebeuren. Het persgedeelte is al aangepakt begreep ik. Er zijn niet alleen nieuwe stoeltjes geplaatst maar ook een stuk of twintig televisieschermen, zodat de journalisten niet meer over elkaar heen struikelen om op dat ene schermpje bij Leo Driessen te kijken of Suarez terecht geen vrije trap meekreeg. Dat is luxe.
In een interview met Michael van Praag in de allerlaatste editie van De Ajacied vertelt Van Praag dat er destijds niet genoeg geld was om de Arena warm te maken, te versieren, en dat het daarom vooral een betonnen bak was geworden.
Ik ken niemand die de Arena echt mooi vindt. Dat spijt me, want daardoor kan niemand mij goed uitleggen waarom ik de Arena wel mooi vind. Dat lukt mij namelijk niet goed. Maar ik weet wel dat het juist met dat beton te maken heeft. Ik houd van de Arena, gezien vanuit het supportershonk, of verder nog, vanaf sportpark De Toekomst. Er gaat iets machtigs vanuit.
Ik weet zeker dat iedere Nederlandse voetballer die voor het eerst in de spelersbus naar Ajax rijdt, even moet slikken wanneer de Arena opdoemt. Koud, kaal en massief. We mogen blij zijn dat er niet genoeg geld was om de Arena gezellig rood-wit te versieren.
22-01
Verliezen
In zijn voetbalteam speelt het zoontje van Kenneth Perez. Een kleine duikelaar. Terwijl de rest van de jongetjes nog moeite heeft met overspelen, rolt deze zevenjarige als een echte prof een paar meters door. Als hij valt, kijkt hij niet naar zijn bezeerde been of knie, maar naar de scheidsrechter. Zijn teamgenoten rennen bezorgd naar hem toe. Buigen zich nieuwsgierig over een enkel of scheenbeen op zoek naar schrammen of bloed. Maar hij mankeert meestal niets.
Mijn neefje is door hem verpest. "Om hem ben ik voor FC Twente. Omdat zijn vader er speelt. En omdat het paard in hun vlag op het paard van Ferrari lijkt."
We gaven mijn neefje vanaf zijn geboorte Ajaxspulletjes. Een Ajaxovertrek, een wedstrijdshirt, een rugtas, een broodtrommel. Elke nacht draait er een bandje met het Ajaxstrijdlied. Opeens werd hij voor FC Twente. Ik nam hem mee naar de Arena. Liet hem handjes schudden met Van Basten en Suarez. Hij vond het prachtig. "Ben je nu voor Ajax?" Hij knikte en deed zijn handen uit elkaar: "Ik ben zoveel voor Ajax." Daarna deed hij zijn handen nog verder uit elkaar: "En zoveel voor FC Twente."
Ik vertelde hem nog eens over de geschiedenis van Ajax. Over alle successen. "Ja, maar nu winnen ze niet meer zo vaak. Ik houd niet zo van verliezen."
Afgelopen nacht heb ik het slaperige jongetje uit zijn bedje getild en voorzichtig 'AFC Ajax' op zijn borst laten tatoeëren. Ik houd niet zo van verliezen.
21-01
Staffelen
De verdedigers Vertonghen, Anita, Oleguer, Alderweireld, Van der Wiel en, terug van weggeweest, middenvelder Lindgren krijgen koptraining van Danny Blind. De jongens staan hand in hand in een kringetje en koppen de bal naar elkaar. Als de bal uit de richting gaat, moet de hele kring hand in hand meebewegen om de bal toch te kunnen koppen. Blind lijkt plezier te hebben in deze training. Hij moedigt de jongens enthousiast aan. De jongens dollen onderling ook een beetje. ‘Kijk je uit voor je kuif Toby?' Vertonghen herhaalt zijn grap wanneer niet iedereen direct reageert. Daarna koppen ze op doel. Stekelenburg staat erin. Alleen Anita weet hem een paar keer te passeren. De anderen koppen steeds naast het doel of zelfs naast de bal.
“Die kleine doet het wel!” roept Blind.
Bij de laatste oefening staan ze met z’n allen in een rij voor het doel. Blind legt het uit: “En als de bal eraan komt, staffelen.”
De bal komt eraan.
“Staffelen jongens!”
Er komt wat rommelig beweging in de horizontale rij voor het doel. Lindgren kopt naast.
“En nog een keer! Daar komt-ie! Staffelen!”
De Spanjaard Oleguer kijkt hulpeloos in mijn richting maar ik haal meteen mijn schouders op. Ik heb ook werkelijk geen idee wat staffelen is.
20-01
Smullen
Er loopt weer een mooi verhaal rond bij Ajax. Het werd tijd. Soms mis je de uitspattingen van een Zlatan, Mido of Dani. De jongens van nu zijn zo beheerst. Zelden doen ze een interessante of gewaagde uitspraak. Thuis kijken ze graag een dvd'tje of spelen een spelletje op de Wii. Als er al iets gebeurt dan is het op Twitter. Blij was ik met de komst van Marko Pantelic, hij bracht wat kleur in de selectie. En met Christian Eriksen, die jongen heeft iets in zijn ogen. Knagende voetbalhonger.
Maar nu is er ook de jongeman Hyun-Jun Suk. Een geweldig verhaal. In de zomer stond dit achttienjarige Zuid-Koreaanse talent nog anoniem aan het hek bij het trainingsveld van Jong Ajax en droomde dat hij ooit zou mogen meespelen. Een paar weken later ondertekende hij een contract dat inging op 1 januari. Deze week laat Jol de Zuid-Koreaan meetrainen met het eerste. Dit is een jongensdroom waar ook meisjes van kunnen smullen.
Bij de wedstrijd van Jong Ajax tegen Jong Sparta afgelopen maandag zat de grote en sterke Zuid-Koreaan op de tribune te kijken. Hij wees op een gegeven ogenblik naar zijn linkerbeen en zei trots: "links". Toen naar zijn rechterbeen en zei: "rechts!" Suk leert Nederlands met zijn benen. Op de training schoot hij enkele malen hard op doel. Vaak met succes. Soms prachtig. Hij genoot. Bij het uitlopen na de training hield hij voortdurend een bal aan zijn voet.
19-01
Daklozenkrant
Natuurlijk, het is een heel aardig gebaar van Ajax, maar meer ook niet. Toch staat het trots vermeld op de website: Ajax steunt Haïti. De spelersgroep doneert drieduizend euro, Ajax verdubbelt dit en Aegon verdubbelt dat bedrag weer. Als je met het steunen van goede doelen gaat pronken, maak dan een groot gebaar. Of doneer anders in stilte.
Natuurlijk vinden sommigen dat het een voorbeeld kan zijn voor de Ajax-supporters en dat de F-side giro 555 nu misschien ook weet te vinden. Maar als je het goede voorbeeld wilt geven aan je fans dan doneer je als spelersgroep toch minstens een duizendje per hoofd. Niet een honderdje los uit je achterzak.
Er is al zo weinig om trots op te zijn op het moment. Het is niet zo dat we in mei met opgeheven hoofd tegen een PSV'er kunnen zeggen: Jullie werden misschien wel landskampioen maar onze spelers doneerden wel even drieduizend euro aan Haïti. Nee, met elkaar, niet de man.
Laten we eens stellen dat wel een stuk of tien spelers in de spelersgroep een miljoen per jaar verdienen en laten we hen even als gemakkelijk rekenvoorbeeld nemen. Er is ongeveer honderd euro per man uitgegeven in die grote spelersgroep, dat is voor de miljoenverdieners 0,01 procent van hun jaarinkomen, als ik 0,01 procent van mijn jaarinkomen schenk, zou dat 2,50 euro zijn. Misschien moet ik maar eens trots op mijn website gaan vermelden dat ik vorige week een daklozenkrant heb gekocht.
24 december: Gratis worst
De snert was erg goed. De boerenkool en hutspot ook. De zuurkool vond ik wat minder. Eén van de gastvrouwen van het stadion van FC Zwolle had gezegd dat ik 'best wel een stukje worst mocht eten in de businessruimte', toen ik haar vroeg waar ik een broodjeUnox kon kopen. Het is gratis.' Ze knipoogde erbij.
Nadat ik genoeg had gegeten, en gedronken, liep ik weer langs dezelfde vrouw. Ik knikte dankbaar. Ze lachte zoals gastvrouwen lachen. Het was niet persoonlijk. 'Wie denkt u dat er gaat winnen vanavond?' vroeg een kleine man met een sjaaltje met '1/8 bekerfinale' en 'WHC' en 'Ajax' erop. 'Ik zou het u niet durven zeggen, meneer,' antwoordde de gastvrouw gemeend.
Beneden aan de trap verkocht een ouder echtpaar de sjaaltjes van de bekerwedstrijd. Ze hadden zich strategisch opgesteld. Je kon de trap niet op of af zonder één van hen aan te raken. Ze deden zaken als marktkooplui aan het einde van de dag. 'Tien euro maar! Uniek exemplaar!' Soms speelden ze op de man: 'Kom op nu, Edward, niet zo gierig!' Edward schudde zijn hoofd.
Direct schieten ze iemand anders aan: 'Ah, meneer Van der Bos! Toch?'
Hun succes was niet daverend te noemen. De overwinning van Ajax op WHC wel. Het maakte de fans van WHC niet uit. Ze klapten voor elk doelpunt. Geertje Schut, de enthousiaste vrouwelijke stadionspeaker, ging na afloop met zo veel mogelijk Ajacieden op de foto: 'Mijn kerst kan niet meer stuk!'
23 december: Sneeuwballen
Sneeuwschuivers of mannen met grote scheppen hebben een deel van het trainingsveld bespeelbaar gemaakt. Het andere deel ligt onder een dikke laag sneeuw. Met slechts een handjevol journalisten sta ik aan de rand van het veld. We kijken naar de laatste training voor de winterstop en voor de bekerwedstrijd tegen de amateurclub WHC.
De wedstrijd zou eerst bij de club in Wezep worden gespeeld, maar door het weer zal de wedstrijd nu in Zwolle plaatsvinden. Er wordt vanuit gegaan dat de wedstrijd doorgaat. In Zwolle ligt een kunstgrasveld, er wordt een speciaal dekzeil van Heracles geleend en vrijwilligers, gelokt door gratis snert en glühwein, maken het veld sneeuwvrij. Dat laatste is een goed teken. De dag ervoor was zelfs het sneeuwschuiven nog afgelast.
Jol lijkt de wedstrijd tegen de amateurs serieus te nemen. Hij roept tijdens de training: ‘Niet praten, gewoon scherp spelen’. Later, op de persconferentie, zegt hij niemand te zullen sparen. WHC uit is natuurlijk geen Anderlecht thuis. Na de training gooien de jongens sneeuwballen naar elkaar.
Vooral Vertonghen is fanatiek. 'Ik gooi met haat,' roept de Belg met Amsterdams accent. En tegen Suarez: 'Ik zweer je, als je gooit maak ik je kapot.' Hij spreekt de taal die is geboren op pleinen in zwarte buurten. Jol grijnst in onze richting. 'Gooi maar op de journalisten,' moedigt hij zijn spelers aan.
22 december: Weeralarm
'Er is maar één moment om op tijd te komen. Ben je er niet dan ben je óf te vroeg óf te laat.? Eén van de vele wijsheden van Johan Cruijff om je aan te warmen in deze koude dagen. Het weeralarm was zondag niet op tijd. Voor de tweede keer. In augustus kwam het te vroeg. Op zondag kwam het weeralarm te laat.
De ANWB is boos. Ene Bert uit Assen is boos. Ik haalde mijn schouders op.
Ik ben een soort stadse boer. Om het weer te beoordelen kijk ik gewoon naar buiten. Vanuit het raam op de Stadhouderskade op vierhoog zag ik voetgangers glibberen, fietsers wankelen of zelfs vallen en enkele auto's zachtjes de bocht omgaan. Ik zette de kachel hoger en wat theewater op, en besloot binnen te blijven voor de rest van de dag.
Het was een perfecte zondag om de hele dag voetbal te kijken. Als er tenminste voetbal was, maar alles was afgelast. Vanwege dat weeralarm. Geen Ajax dus tegen NAC. Geen PSV. Geen FC Twente.
Ik checkte mijn e-mail. Keek op de website van Ajax of er nog nieuws was. Ik zette alle wedstrijden van Ajax in de nieuwe agendavulling van 2010. Op pagina 818 van teletekst keek ik tegen wie PSV ook alweer had moeten spelen. Daarna wachtte ik op de bank de avond en de vrolijke verschijning van Tom Egbers af.
16 december: Standbeeld
Cvitanich. De meeste supporters vinden hem vooral 'sympathiek'. Fans van andere clubs kunnen Cvitanich 'voor een Ajacied' best waarderen. 'Een werker,' noemen ze hem,'dienstbaar'. Na het vertrek van Huntelaar werd hij de eerste spits van Ajax. Al vonden velen hem te licht. Toch scoorde hij de eerste keer dat hij in de basis stond. De wedstrijd erop scoorde hij een brace, en daarna een hattrick.
Toen werd het stiller. Zijn werklust bleek afgelopen zomer. In de zomerstop trainde hij door bij zijn oude club Banfield in Argentinië. Hij wilde al helemaal fit zijn bij de aanvang van een nieuw seizoen en de komst van Martin Jol. Een nieuwe trainer biedt nieuwe kansen. Helaas, werklust is niet genoeg voor Ajax. Jol haalde Pantelic. Cvitanich veranderde langzaam van de grappenmaker op het trainingsveld tot een stille jongeman. Hij is er niet gelukkig. Hij wil weg. Spelen. Maar verhuur aan de Mexicaanse CF Pachuca is ondanks berichten nog niet helemaal zeker.
Gelukkig is er ook positief nieuws voor Cvitanich. Zijn oude club Banfield is voor het eerst in 113 jaar kampioen geworden. Dankzij Cvitanich. Het landskampioenschap, dat bij Ajax niet lukt, lukt hem op afstand wel bij Banfield. In de krant La Critica de Argentina verscheen gisteren een artikel waarin een bestuurslid van de voetbalclub zegt dat ze een standbeeld zouden moeten oprichten voor Cvitanich. Zonder de 6,7 miljoen die ze van Ajax voor hem kregen, hadden ze dit nooit gepresteerd. Cvitanich: bedankt.
15 december: Voetbalstrijd
We zaten bijna tegen het dak zo hoog op onze vrijkaarten voor de wedstrijd FC Twente-NAC. Dicht tegen elkaar. Mijn geliefde, een PSV-fan, en ik, de Ajacied. We hadden FC Twentesjaaltjes van vijf euro om tegen de koude. We verzekerden elkaar dat we, hoe koud we het ook hadden of zouden hebben, nooit een sjaaltje van elkaars club om zouden doen.
De rivaliteit met FC Twente is ondanks de actuele stand nog net niet groter dan de behoefte aan warmte. De onderlinge strijd tussen PSV en Ajax natuurlijk wel. Voor één keer stonden we achter dezelfde club, daar hadden we wel een lange treinreis voor over.
Tussen de Tukkers juichten we samen zachtjes na de 0-1. Nkufo miste een strafschop, we klapten met het Twentepubliek mee dat Nkufo toezong, al klapten wij voor de keeper van NAC. Soms ging er een bel en werden de tussenstanden van de andere wedstrijden bekendgemaakt. PSV-AZ bleef hangen op 0-0, het Twentepubliek en ik juichten, mijn geliefde keek strak voor zich uit. FC Twente herpakte zich uiteindelijk en won nog vrij makkelijk met 3-1. 'Een verlies van PSV zou mijn avond opfleuren,' zei ik in de trein terug. Mijn geliefde kreeg via een sms-dienst het wedstrijdnieuws van PSV binnen en werd steeds stiller. Een paar minuten nadat hij zijn Twentesjaaltje van de nek had getrokken, scoorde Toivonen voor PSV. Hij begon opeens te grijnzen, ik bleef chagrijnig tot aan Amsterdam.
12 december: Dani is in de stad!
In de kantine van De Toekomst is het al kerst. Kerstbomen, kerstballen en vooral kerstmuziek, meer dan een uur lang. Het is er gezellig druk voor een doordeweekse middag. Een jongen van een jaar of tweeëntwintig, die sprekend op Michael Reiziger lijkt, gaat ietwat verlegen aan de ronde tafel bij Ajax-fotograaf Louis van der Vuurst zitten en pakt een krant. Op zijn trainingspak prijkt heel groot het woord STAGE.
Louis zegt: 'Hé, Michael'.
Algemeen directeur Rik van den Boog wordt gefilmd en moet daarvoor naturel naar de bar lopen en een kop koffie bestellen. Dus loopt hij naar de bar en zegt zo charmant mogelijk: 'Mag ik een kopje koffie?' Het moet over.
David Endt kijkt uit naar de komst van de oud-speler en vrouwenidool Daniel da Cruz Carvalho, alias Dani. 'Het is zo'n aardige jongen. Altijd heel vriendelijk. En ook gul. Als je een avond met hem uitging, betaalde hij alles. Voor de hele groep.'
Endt vertelt dat Dani in Portugal een eigen jeugdopleiding wil beginnen en daarom even op de Toekomst zal rondkijken. 'Hij heeft een plan opgestuurd, het zag er heel goed uit, op papier.' Aegon betaalt Dani's reisje naar Amsterdam, dat wel.
Als ik het nieuws aan vriendinnen vertel, horen zij in mijn woorden alleen maar: 'Dani is in de stad!' Het worden weer onrustige nachten in het centrum van Amsterdam.
11 december: De nieuwe
Christian Eriksen, zijn naam gonst al een tijdje. De nieuwe Laudrup wordt hij vaak genoemd. De nieuwe Bergkamp zelfs. Voorlopig gaat 'de nieuwe' nog met het openbaar vervoer naar De Toekomst. Hij is pas zeventien ten slotte. Al zou hij wel een auto kunnen betalen. Het schijnt dat hij tachtigduizend euro per jaar verdient. Barcelona vond de jonge Deen te duur.
Ik zag de Deen een paar weken geleden op dat winderige stuk tussen de Arena en het nieuwe gebouw van Endemol. Een blonde jongen in een rood trainingspak, van de straatgeluiden afgesloten door zijn iPod. Eriksen, dacht ik, en ik keek of hij me passeerde als een groot talent. Maar ik wist niet zeker waar je dan op moet letten.
Er gaan geruchten dat het talent meedoet tegen NEC. Dat hij bij de selectie zou zitten. Een gerucht dat overal enthousiast over wordt genomen, op internet, teletekst, in kranten. De journalisten en supporters zijn wel weer toe aan een nieuwe Kluivert, een nieuwe Seedorf, een nieuwe Van der Vaart. Vers bloed in de Arena. Maar voorlopig traint hij nog mee bij de A1. In een klein groepje, er heerst buikgriep.
Eriksen krijgt apart van de rest een individuele looptraining. Hij kijkt zelfverzekerd, volgt de aanwijzingen van de looptrainer nauwkeurig op en kauwt op een aardige bonk kauwgom. Waarschijnlijk drie stukjes tegelijkertijd. De looptrainer verzekert me dat hij bij de selectie zit: 'Ik zag het net op teletekst staan.
10 december: Talent
De Ajacieden trainen weer naast de Arena. Ik let extra op Cvitanich. Maar aan zijn gezicht is niet af te lezen of het mogelijke verhuur aan CF Pachuca hem oplucht.
Sulejmani ontbreekt op de training. Hij deed wel mee met Jong-Ajax tegen Jong-FC Twente maandagavond en scoorde twee keer.
Hij speelt goed bij Jong-Servië en bij Jong-Ajax. Prachtig zelfs. Het is heerlijk om de beelden te zien. Maar het wordt nu tijd voor doelpunten in de grotemensenelftallen.
Martin Jol kan wel blijven herhalen dat hij nog zo jong is, maar hij is 21, geboren in 1988, net als Van der Wiel – wel een vaste waarde in het eerste. Alderweireld en Anita zijn zelfs uit 1989. Suarez, de aanvoerder, is maar een kleine twee jaar ouder dan Mickey. Van der Vaart was achttien toen hij in het eerste debuteerde en hij was net 22 toen hij werd verkocht aan HSV. Moet ik het ook nog even hebben over Kluivert en Van Basten? Seedorf? Dat lijkt me niet. En zeg alstublieft niet dat ik Sulejmani niet met zulke grote namen moet vergelijken. Sulejmani is de duurste aankoop van Ajax, dus hij mag met iedereen worden vergeleken. Juist ook met de grote namen uit de eigen jeugd. Het excuus dat voetballers moeten wennen aan het Ajaxspel (Hoe lang? Een paar maanden, een half jaar, twee jaar?) is weer een goede reden eerst naar de eigen talenten te kijken.
Ze zijn er.
9 december: Menzo
Soms kom je een oud-Ajacied tegen. We kruisten elkaar op een trap van het Cambuurstadion, voor de wedstrijd van Cambuur tegen Go Ahead Eagles. Stanley Menzo. Nu hoofdtrainer van Cambuur. Hij liep de business lounge in waar het rook naar een studentenvereniging en waar André Hazes uit de boxen klonk. Cambuur. Gezellig.
Menzo leek ontspannen, ondanks de belangrijke wedstrijd van die avond. Go Ahead stond op één, Cambuur op drie. Menzo doet het aardig. Dat straalt hij ook uit. Al pakte Cambuur maar twee punten in de drie wedstrijden daarvoor. Ik liep naar boven, naar het restaurant en passeerde een foto van Dennis Bergkamp in een wedstrijd tegen Cambuur. Cambuur pronkt niet alleen met oud-spelers, maar ook met oud-tegenstanders.
Het restaurant zag er boven verwachting goed uit. De tafels waren netjes gedekt. Er stond een piano en er zat iemand achter. Hij zong vrij aardig. 'Het ziet er best leuk uit,' zei ik daarom ook tegen oud-Cambuurspeler, oud-NEC-speler en oud-paardenstaartdrager René van Rijswijk. 'Dat verwacht je niet.' 'Ja, het is best leuk, toch. De catering wordt gedaan door een restaurant met een ster.'
Ik matigde mijn toon. Er werd gezongen. De voorzitter werd naar voren gehaald door Sinterklaas. Een man van de business-club gooide balorig pepernoten naar meisjes in de bediening. De wijn was heel goed. De wedstrijd eindigde in nul-nul. Menzo was blij met het punt.
8 december: Bijna klemvast
'Mouth and macneal' was nog niet helemaal klaar met de Sinterklaasrijmelarij. Na de winst van FC Utrecht, of het verlies van Ajax – het is maar hoe je het bekijkt – schreef hij op de website van de Telegraaf: 'Die derde ster die staat nog ver en, hij komt niet dichterbij.' Heel wat poëtischer waarschijnlijk dan de woorden van Mark dubois, Steven, Jeroen, Luuk, Willem, Butthead, Boy en Ajaciedleiden, bij hun reacties stond: 'Deze reactie van een lezer is achteraf verwijderd, omdat deze in strijd was met onze huisregels.'
Waarschijnlijk waren deze reacties te vergelijken met hier thuis. Ook op het forum van het Ajax-netwerk wordt er lekker gemopperd. Op de spelers, op Jol, op de afgelopen jaren, op de scheidsrechter, op de regen, zelfs op Ronald Koeman en op het mopperen van anderen.
Voor vreugde kun je deze dag maar beter naar de website van Ajax zelf. Daar staat vrolijk te lezen dat de Ajacieden een 'nieuwe speel kameraad' hebben. Deze speelkameraad is een bal. De Jabulani. Zoeloe voor 'vreugde'. De nieuwe bal van Adidas. Over het verlies van Ajax in dit stukje geen woord maar wel een foto van Stekelenburg op de grond met de bal net naast zijn handen en het onderschrift: 'Maarten Stekelenburg heeft de Jabulani bijna klemvast.' Ik weet niet waarom, maar het klinkt grappig als je het hardop zegt.
Soapie
Met een soapie kwam je vroeger overal binnen, en dat is nog steeds zo, alleen werden we nu al vroeg weer weggestuurd. Dat is een les, als je een party crasht: zorg dan dat niemand je kent, dan weet ook niemand dat je er eigenlijk niet hoort. Zo werd ik dus het bekerfeestje van Ajax in de Odeon uitgezet. Redelijk terecht, want ik was niet uitgenodigd. Maar ook wel ten onrechte dus, want ik was met een soapie. Maar dat stelt tegenwoordig minder voor, blijkbaar. Gelukkig had ik nog twee wodka-red bull kunnen drinken en had ik nog even gedanst voor het feest voor ons over was.
Niet alle Ajacieden heb ik gezien. Gelukkig voor Urby Emanuelson: misschien was ik hem in die staat om de nek gevlogen. Voor die wodka met red bull was er al wat gedronken tenslotte. We hadden met een klein groepje de bekerwedstrijd gekeken. Zoals het hoort. We zongen: 'Helemaal niets in Rotterdam' en 'Alors on dance'. Maar dat had niets meer met voetbal te maken.
Ik heb op het feest Jeroen Verhoeven nog aangesproken. We komen allebei uit het Gooi. En Eriksen, maar die moest opeens heel nodig naar de wc. Midden in een zin van mij. Altijd al gezegd dat Eriksen een intelligente jongen is. Volgend jaar de derde ster. Dat gevoel heb ik. Dat heeft hopelijk niets te maken met die wodka-red bull.
6 mei
Actie
Voetballen op het trainingsveld naast de Arena. Dat heeft toch iets. In de Arena is misschien nog mooier maar op het gras in de Arena liggen platen, zodat de supporters vanavond daar de bekerwedstrijd kunnen zien. En zoals dat gaat met sport, en in dit geval voetbal, als je eenmaal bezig bent, vergeet je de omgeving toch; het enige waar je nog aan denkt is de bal. Dan maakt het niet meer uit of je in Camp Nou of op het veld van de Blaricumse voetbalvereniging staat.
Ik deed mee aan het jaarlijkse mediavoetbaltoernooi van Ajax. Ik had er al eens foto's van zien hangen in de perskamer. Al die journalisten in korte broek. Nu stond ik er zelf ook in een korte broek die tot over mijn knieën kwam. Ik voelde me als Vurnon Anita en zei meteen dat ik het liefst als back stond opgesteld.
Het thema was het WK en ik was ingedeeld bij Argentinië. Dat was ondanks mijn aanwezigheid het beste team, want we wonnen het WK. We kregen een beker en te eten en een Ajaxtrainingspak dat ik nu draag. Het was een goede afsluiting (bijna!) van een seizoen Staanplaats. Ik leerde wat ik al wist: over het algemeen zijn voetbaljournalisten matige voetballers, met hier en daar een uitzondering. Ik was een van die uitzonderingen, maar dan een negatieve. Over het algemeen zijn voetbaljournalisten vrij sportief. Op een enkeling na. Nu weet ik zeker waarom ik met hen nooit sprak en zij nooit met mij. En het belangrijkste: als je als meisje de bal nooit krijgt, helpt huilen altijd.
30 april
Broekhangen
Ik heb nooit geweten dat op Koninginnedag ook kranten uitkwamen. Ik kan me in elk geval niet herinneren er ooit een ontvangen te hebben op die dag. Ik zie Koninginnedag als een feestdag. Net als tweede paasdag of Hemelvaartsdag. De buurtsuper is dicht. De fitness ook. Feestdag dus.
De spelers van Ajax trainen gewoon vandaag. Zoals altijd op vrijdag. Martin Jol wil geen rare dingen gaan doen deze week. Geen trainingskamp. Geen extra training of juist eentje minder. Niemand mag naar de kapper. Gewoon doen. Zoals altijd. Dus op vrijdag trainen en daarna macaroni eten. Bij het ontbijt eerst de sportpagina lezen in de krant, en daarna pas de stripjes. Een glas melk en dan een kop koffie.
Voor de spelers is het goed om nu in het ritme te blijven. En ze kunnen zich ook beschermen tegen de verleidingen van Koninginnedag. "Kunnen ze ook geen gekke dingen doen," zei Jol. En zo is het wel een beetje. Al lijkt het me voor een voetballer uit den vreemde een moeilijk feest, Koninginnedag. Zeker in Amsterdam. Ik had er wel wat voor overgehad om samen met Atouba over de vrijmarkt te lopen. En met Sulejmani Koninginnenacht te vieren. Of met Marko Pantelic te gaan broekhangen in het Vondelpark.
27 april
Droomplek
De vrouw van de KNVB zegt: "Je staat niet op de lijst en er zijn geen kaarten meer." En ze zegt: "Ajax heeft er niets over te zeggen." Ze zegt niet: 'Het spijt me', of 'wat vervelend'.
Ik wil haar laten zien dat ik niet gevoelig ben voor haar gezicht zonder glimlach. Dus ik loop naar de deuren in de hal bij de hoofdingang en ik zie George Weah, de beste Afrikaanse voetballer aller tijden en ik loop hem achterna de roltrap op en niemand vraagt wie ik ben of om een kaartje. En Weah loopt naar de bestuurskamer, en ik blijf hem volgen en nog steeds vraagt niemand wie ik ben. Ze lijken juist blij me te zien. Mensen lachen.
In de bestuurskamer schudt Weah me de hand, Uri Coronel kust me op mijn voorhoofd. Er is wijn en water in overvloed. Ik wil naar het veld en loop een deur door, dan een trap af en voor ik het weet sta ik in een rood-witte gang. Ik passeer de kleedkamers van de spelers. Sulejmani knikt naar me. Dan loop ik de stalen trap op, naar het veld en kijk naar het zingende publiek op de tribune. Ik pak een stoel en draag hem achter het doel van Feyenoord, zodat er na de keeper niemand dichter bij Ajax-doelpunten is dan ik. Nog voordat ik gewend ben aan mijn plek in het stadion scoort Siem de Jong en dan binnen een minuut nog een keer. Ik juich naar de man naast me. Ik word niet wakker.
23 april
Rivaliteit
Eigenlijk heb ik nooit veel zo om de beker gegeven. Het is toch een beetje een troostprijs. Ik herinner me nog dat ik als tiener Robbie Witschge een dansje zag doen nadat hij met Feyenoord de beker had gewonnen. Toen al vond ik het belachelijk dat iemand zich zo aanstelde bij het behalen van zo'n tweederangsprijs.
Maar voor het eerst kijk ik er nu wel enigszins naar uit. Vooral omdat het tegen Feyenoord is, dat geeft het natuurlijk extra lading. En omdat ik hoop dat Ajax het laffe spel van de Rotterdammers in Twente afstraft met flink veel doelpunten. Het is erg jammer dat er door de spelers van Feyenoord blijkbaar geluisterd wordt naar een groep mensen wier vocabulaire zich beperkt tot het opsteken van een middelvinger.
De afgelopen jaren had ik wel een beetje te doen met de Rotterdammers. Ook bij andere bevriende Ajacieden bespeurde ik die emotie. Er is voor Ajax-fans niet veel aan in de top drie zonder Feyenoord in de buurt. Hoe vaak PSV ook landskampioen wordt, er is maar één echte rivaal. Het is spijtig dat veel andere supporters van zowel Ajax als Feyenoord de romantiek van deze rivaliteit en de klassieker niet inzien. Dat romantische gevoelens bij hooligans alleen tot uiting komen als ze de naam van hun overleden dobermann op hun arm laten tatoeëren.
22 april
Spiegelen
De Ajacieden zijn twee dagen vrij. Ik weet niet wat ze aan het doen zijn. Misschien maken ze net als ik van de gelegenheid gebruik om alle eenzame sokken in de sokkenla weg te gooien. Zodat er alleen nog maar paren zijn. En nemen ze de tijd om de mieren te verdelgen die via het dakterras de badkamer binnenwandelen en de potjes op de wastafel bestijgen.
Gisteren stond ik voor mijn spiegel in de slaapkamer en keek naar de Ajax-sticker eronder. Jaren geleden opgehangen zodat iedereen die in deze spiegel zou kijken Ajacied was. Ik heb ook een sticker op de spiegel met XLXLXLXLXL. Spiegelhumor. Ik geef niet graag adviezen, maar let op voor mensen die aan spiegelhumor doen. Die krijgen misschien ook elke dag per e-mail een verse mop in hun inbox.
Soms vraag ik me wel eens af of Enoh wel eens naar de moppentelefoon heeft gebeld. En welk liedje Pantelic in zijn hoofd heeft als hij op de fiets zit in de zon. Zou Emanuelson zijn tanden voor of na het ontbijt poetsen? Ik ben een slechte journalist, maar vandaag wil ik weten of Martin Jol wel eens bang is in kleine ruimtes. Of hij ooit heeft overgegeven op een begrafenis. Of hij begrijpt dat er mensen zijn die hun tweede hond dezelfde naam geven als hun eerste.
16 april
Pantelic
Het lijkt of Marko Pantelic niet het meest populaire onderwerp is van een omhelzing na een doelpunt. Misschien stinkt hij, misschien wil hij te graag. Hij lijkt soms de enige single op een oudejaarsfeest. Naarstig op zoek naar iemand om vast te pakken om twaalf uur. Misschien is hij wel iets te lichamelijk.
In de wedstrijd tegen PSV was duidelijk te zien hoe Pantelic tussen de billen van Suarez graaide en hem daarna nog even een paar keer op de billen petste. Spanken heet dat ook wel op sommige website voor volwassenen. Als er gescoord is, drukt hij zijn medespelers net iets te stevig tegen zich aan. Of hij kust ze. Het is nog net niet zo dat zijn teamgenoten van hem wegrennen na een doelpunt maar echt van harte gaan de felicitaties meestal niet. Ik kan me er ook wel iets bij voorstellen, ik zou Marko Pantelic ook niet graag willen aanraken.
En dat terwijl ik wel een liefhebber van hem ben. Niemand kan zo baatzuchtig onbaatzuchtig zijn. Elke wissel is voor hem een publiekswissel. Iedereen 'my friend'. Ook niemand in het team is meer een teamspeler dan Pantelic. Hij is van minder waarde dan hij zelf denkt, maar van meer waarde dan vele Ajax-fans en misschien ook zijn teamgenoten denken. Hij moet alleen wat minder gretig zijn om zijn teamgenoten aan te raken. Dat zou helpen. Ik wil trouwens niet suggereren dat Pantelic op mannen op valt. Dat doet hij niet. Een man die op mannen valt, zou nooit rondlopen met zo'n kapsel.
14 april
Journalisten
Je raakt uiteindelijk toch een beetje gewend aan de voetbaljournalisten. Eerst wist ik niet waar ik het met ze over moest hebben. Voetbal bleek een aardig onderwerp. Daar weten ze veel van. Vaak ook nieuwtjes die je zelf ook op internet had kunnen lezen, maar dat leerde ik pas later. Soms weten ze ook iets te vertellen over een bepaalde speler die een bepaalde scheidsrechter in een bepaalde wedstrijd nog voor iets had uitgescholden. In 1983. Daar weten zij dingen over, over het voetbaljaar 1983.
Het zijn vaak mannen, maar jongensachtige mannen in jongensachtige kleren. Hier en daar een verdwaalde vrouw. Een sportieve, meisjesachtige vrouw. Sommigen van die voetbaljournalisten maken grappen waar ik om moet lachen. Sommigen niet. Maar als er dan opeens een meneer van Nova op de persconferentie verschijnt, is dat alsof er een neger een klasje van linedancers binnenloopt. Het is een beetje raar.
De man droeg een nette jas, geen spijkerbroek en ook geen gympen. De man van Nova sprak daarbij vrij geaffecteerd. Je hoorde dat zijn mond niet gewend was om dingen als 'risicowedstrijd' en 'Feyenoord' te zeggen. Wel 'miljoenennota' en 'croissant. De voetbaljournalisten voelden zich niet prettig met deze meneer in de buurt. Ze maakten grappen over pijp roken. Zelfs Martin Jol leek voor het eerst een beetje underdressed.
13 april
Ballenjongen
Zoals bij alle wedstrijden op profniveau zijn ook bij de thuiswedstrijden van Ajax altijd ballenjongens actief. De ballenjongens lopen rond in te grote rode jassen van Ajax en gooien of rollen ballen naar spelers als de bal over de lijn is gegaan. Ik hoef het verder niet uit te leggen.
Geregeld zijn het jongens van Ajax zelf. Uit de jeugdopleiding. Soms zijn het jongens van andere clubs. Je ziet het verschil pas na de wedstrijd. Wanneer de ballen van Aegon het publiek ingeschoten mogen worden door de Ajacieden uit het eerste.
De jongens uit de jeugdopleiding van Ajax helpen altijd graag even mee met schieten. De jongens van andere clubs schieten of rollen de ballen netjes in de richting van de spelers van Ajax. Ze piekeren er niet over in de Arena zomaar ballen het publiek in te schieten.
Afgelopen zondag waren jongens van SV Ouderkerk de ballenjongens. Achter een van de doelen zat een jongen van een jaar of veertien. Gok ik. Maar hij was iets kleiner dan de andere ballenjongens. In de eerste helft miste Suarez in het strafschopgebied een kans of een bal en rende door. Hij leunde heel even op de reclameborden om op adem te komen. Precies waar de kleine ballenjongen zat. En precies lang genoeg voor de jongen om de topscorer van de eredivisie even geruststellend op de schouder kloppen. De ballenjongen heeft de rest van de wedstrijd gegrijnsd.
10 april
Meneer Schoevaart
Meneer Schoevaart, de 92-jarige archivaris van Ajax, laat mij oude jaargangen zien van clubbladen. Ik lees enkele stukjes van ene Vlokkie. Ze zijn geestig en scherp. Heel anders dan wat je nu ziet in blaadjes van Ajax of op de website. "Ja, dat was het pseudoniem voor de heer Knegt, die kon goed schrijven. Hij schreef nooit over voetbal, altijd over de entourage." We bekijken een prachtig fotoboek. Het boek is opgedragen aan hem, Willem Schoevaart. Ik lees in het voorwoord dat hij tot de magnificent seven behoort. Een van de zeven unieke erfdragers van het Europese Verenigingsleven. Daar hoort natuurlijk een foto bij. We lopen naar de muur. Daar staat meneer Schoevaart in het stadion van Monaco. Met nog zes anderen. Op een andere foto zit hij met een paar oud-Feyenoorders. "Deze meneer is al bijna even lang lid van Feyenoord als meneer Kraan en ik van Ajax."
Ik vertel hem dat mijn vriend voor PSV is. "Dat geeft toch helemaal niet."
Ik kijk nog eens in het boek. Meneer Schoevaart kijkt mee. "Ze vragen wel eens aan mij, leeft die en die nog? Nee, moet ik dan zeggen. Dan bedenk ik me dat hele elftallen die ik heb gekend al dood zijn." Maar meneer Schoevaart is te oud om lang bij de dood stil te staan. Hij vertelt me geestdriftig over de bordjesclub, de trainer Reynolds en Gerrit Keizer die zowel voor Arsenal keepte als voor Ajax. Als ik wegga krijg ik Ajax-vaantjes en Ajax-pennen mee.
3 april
Die stem
Dit is nog eens een trainer met een stem. Geen trainer bij Ajax, ook geen assistent-trainer, kan tegen dat geluid op. Ik wil geen verband leggen tussen het stemgeluid van de trainer en het succes van zijn elftal, maar geen enkel team bij Ajax doet het zo goed als het team van Robin Pronk. De B1. Ze staan bovenaan in de competitie met 44 punten uit achttien wedstrijden, en ze maakten zestig doelpunten. Dat is een hoger gemiddelde dan het eerste heeft.
"Nu lang maken, jongens." Het geluid schuurt een beetje. Daar luisteren jongens van zestien wel naar. Dit paasweekend doet de B1 mee aan de Future Cup op de Toekomst. Ze spelen tegen onder andere de jeugd onder zeventien van FC Barcelona en Liverpool. Een mooie krachtmeting voor Pronk en zijn jongens.
Ondanks dat ik verhalen hoorde over dit team, ken ik er niemand. Ik heb wel eens wat namen gehoord, maar ik weet niet welk gezichten daarbij horen. Alleen de witblonde Davy Klaassen ken ik nu bij naam, want hij was te laat op de training en Pronk zei: "Hi, Davy."
Een jongen om op te letten, vertelt Mister Ajax Sjaak Swart me even later achter het grote raam in de kantine. Ik had hem per ongeluk aangesproken, ik was even vergeten dat ik dat niet durf. Hij noemde nog wat grote talenten en wees ze me aan.
Ik ga ze verder niet verklappen, dan kan ik later doen alsof ik ze zelf ontdekt heb.
1 april
Lulu
Is het een film? Een orkaan? Een schrijfster? Een ontdekte ster? De hond van Sjaak Swart? Nee, 'Lulu' is het Chinese gezicht van Ajax. Ik zag haar op de tribune bij Jong Ajax. Een mooi meisje van een jaar of 21. Ik wilde er al eerder over berichten. Niet over mooie meisjes, of dit mooie meisje in het bijzonder, maar over de Chinese flirt van Ajax.
De Ajaxwebsite is tegenwoordig namelijk niet alleen in het Nederlands en Engels maar ook in het Chinees. Dat is toch een land om rekening mee te houden. China. Daar hoor je al een tijdje over. Over dat land. Vooral voor de sponsor is het natuurlijk een land om rekening mee te houden.
Je verwacht eerder een Spaanse versie, desnoods een Duitse. Maar die hebben hun eigen competities al. Betere ook. Nu kunnen ze in Peking ook zien dat de F1 heeft gewonnen van Zeeburgia. En lezen dat Demy de Zeeuw is begonnen met voetbal bij WSV Apeldoorn. Lulu vertaalt dit soort teksten allemaal. Dat hoop je dan maar. Niemand bij Ajax spreekt Chinees. PSV had ook een tijdje een Chinese versie van haar website. Daar zaten de Chinezen natuurlijk helemaal niet op te wachten. Op nieuws uit Eindhoven. PSV huurde nog een Chinese tweeling maar die is weer op het vliegtuig terug gezet. Wij hebben nog geen Chinees bij Ajax. Wel dus het meisje Lulu. Haar naam klinkt als een zomerhit.
31 maart
Cursus
Zouden trainers een training krijgen in slechtnieuwsgesprekken? In de zakenwereld is daar een cursus voor. Trainers zullen het wel op hun eigen manier moeten doen. Die krijgen alleen het advies dat ze er iemand bij moeten hebben. Voor als de speler later verkeerde dingen zegt in de media.
Op zo' n training leer je dat je slecht nieuws in vijf stappen brengt. Eerst leid je het gesprek in. Dus niet: "George, je weet zelluf, we gaan je contract niet verlengen." Nee, schenk een kopje thee in en zeg bijvoorbeeld: "We zijn hier samen om te praten over je contract." Daarna pas die klap uitdelen.
Laat een speler nooit lang in spanning zitten. Dan gaan ze maar nadenken en zo, dat is nooit goed. "Je speelt al het hele jaar bij Jong Ajax en daar ben je een beetje te oud voor. Je kunt uitkijken naar een nieuwe club."
Stap drie, heel belangrijk, is: help met verwerken. Hierbij is het heel belangrijk om invoelingsvermogen te tonen. Te luisteren. En dan ook iets terugzeggen. Daarna help je met het zoeken naar oplossingen. "Misschien is FC Oss een leuk cluppie voor je. Heb daar nog een maat van mij rondlopen. Kan ik wel eens bellen."
En dan, stap vijf, heldere afspraken maken. "16 juni lever je je auto en Ajax-sporttas in." En sluit af met iets aardigs: "En George, die spaarrekening met honderd euro die je won met het Aegon-cameraspel toen je weer eens op de tribune zat? Die mag je natuurlijk gewoon houden."
30 maart
Op de tribune
Voor u genoteerd tijdens Jong-Ajax tegen Jong-Willem II:
-Er komt een bal aan jongen, misschien moet je wat bewegen!
-Weer een bal het hek over, kost Ajax weer honderdtwintig euro.
-Sulejmani eet veel te veel pizza man!
-Aissaiti! Je bent geen postbode. Haal die bal uit je tas, je hoeft hem niet te brengen.
-Buitenspel! Grens! Grens! O, wilde je het even spannend houden, deugniet.
-Pizza's Hawaï. Pizza's met extra kaas. Pizza's met shoarma.
-Hoe kan die Will ooit aanvoerder geworden zijn? Mijn grote god.
-Ik heb nog nooit een centrale verdediger gezien die zo slecht kan koppen als die Van der Meulen.
-Ga nou eens voetballen Ajax! Je speelt tegen nummer laatst!
-grensjeuhebunvloaginjuhand!
-Weer een bal weg, moeten ze bij de communicatie weer goedpraten. Dat kan Ajax niet missen.
-Ah, Supi komt erin! (Sususepa)
-Hij gaat steeds door de knieën, zie je dat, in plaats van omhoog te springen om de bal weg te koppen. Met een beetje geluk landt die bal dan midden op je hoofd.
-Sulejmani is weer moe hoor. Zo'n hele wedstrijd is niet niks. Kom op nou jongen!
-Pizza's salami. Pizza's quattro stagioni. Pizza's shoarma speciaal.
26 maart
Vlucht
Tot ik het boek Het jaar van de Adelaar las van Marcel van Roosmalen, wist ik niet dat adelaar en arend namen voor hetzelfde dier waren. Ik ben niet zo'n vogelaar. In groep vier haalde ik weliswaar mijn 'vogeldiploma', maar ik hoefde voor deze test maar tien vogels uit elkaar te houden. Vogels die in de tuin van onze school voorkwamen. Mussen en zo. Er zat geen adelaar of arend bij.
De vorige adelaar van Vitesse, Hertog, was een vechtarend; de nieuwe adelaar, Hertog II, is een zeearend. Dat zou iets veiliger zijn. De vechtarend is meestal iets kleiner maar kan dieren groter dan zichzelf doden, zoals een jonge antilope. Zo'n beest weegt ongeveer evenveel als een peuter. Dat kan riskant zijn. De zeearend, eet graag visjes. Hooguit een keer een eend. Ik heb dit alles van het internet, dus vertrouw op deze informatie zoals u op sites als Wikipedia vertrouwt.
Bij Go Ahead Eagles hebben ze ook een zeearend. Een mooi beest om te zien. Sommige Vitesse-supporters waren hierover verontwaardigd, vonden dat ze werden nageaapt. Maar Benfica heeft ook al jaren zo'n beest. Ik vind het maar niets, zo'n levend beest als mascotte. Ik houd sowieso niet erg van dingen die vliegen. De arend van Go Ahead Eagles, Harley, vloog bij zijn vlucht voor aanvang van de wedstrijd tegen Ajax meteen het stadion uit. Dan weet je het wel. Als je mascotte vlucht.
24 maart
Duidelijke taal
Mark van Bommel heeft een prijs gewonnen. De Duidelijketaalprijs 2010. Van Bommel is de best sprekende voetballer van het Nederlands elftal. Dat is ook prijzenswaardig natuurlijk. Zeker als je bedenkt dat Van Bommel is opgegroeid in Limburg. En bevriend is met André Ooijer en Jan Vennegoor of Hesselink.
Maar het ging niet alleen om verstaanbaarheid. Ook werd er geturfd hoe vaak een voetballer clichés gebruikte in de trend van: "Als je een goal maakt, dan zit-ie erin", "wij waren beter maar hun benutten de kansen" en "ik houd alleen van seks en geweld in boeken en films als het functioneel is." Van Bommel gebruikte de minste clichés. Volgens het onderzoek dan.
Ze bekeken en beluisterden drie interviews de man. Onze Demy de Zeeuw eindigde als tweede. De Brabander Ruud van Nistelrooij als derde. Zondagavond was Robin van Persie bij Studio Voetbal en ik had zeker hoog op hem ingezet als ik had geweten van die prijs. Van Persie is geen jochie meer maar een zelfbewuste jongeman. Niet vaak hoor je een voetballer (of oud-voetballer) zo soepel en intelligent praten. Daar kan zeker Ronald Waterreus nog wat van leren. Vader en zoon Mulder ook. Belangrijkste vraag is natuurlijk welke Oranje-voetballer als laatste eindigde. Volgens Elfvoetbal, dat de hele lijst publiceerde, was het Klaas-Jan Huntelaar. En was De Zeeuw trouwens derde en Van Nistelrooij vierde. Wout Brama tweede. Ik weet niet hoe serieus we dit moeten nemen.
23 maart
Positief
Een goede vriendin vindt dat je altijd van het positieve moet uitgaan. Ze hoopt nooit op een parkeerplek voor haar huis in de binnenstad van Amsterdam, ze wéet dat er een plekje is.
"Er is een heel mooi plekje," zegt ze dan. En als we haar straat dan inrijden, zien we een lege plek. "Zie je," zegt ze. Niet verbaasd of triomfantelijk maar op zo'n toon dat ik het nu maar eens van haar moet aannemen. De toon van een geduldige leraar bij een leerling. "Zie je nu dat de wortel van vijfentwintig vijf is?" Zo.
Op volle terrassen vindt ze altijd een tafeltje. "Gaat u net weg? Perfect. Heel fijn."
Ik ben zelf niet zo positief ingesteld en voel me er vaak een beetje ongemakkelijk bij. Vaak loop ik maar een beetje achter haar aan. Zij regelt het wel dat we langs de rij voor een club kunnen lopen. Of een korting krijgen in een hotel. Ik vind het veilig om van het negatieve uit te gaan. Dan kan alles alleen maar meevallen.
Wat een rotdag wordt dit, denk ik elke morgen. Ik durf dus ook nog niet te roepen dat Ajax kampioen wordt. Die vriendin van mij wel. Veel andere Ajax-fans ook. Dat is zo leuk aan Ajax-supporters. Bij FC Twente 'lopen ze niet op de zaken vooruit.' Op de Albert Cuyp verkopen ze vast al derde sterren.
18 maart
Verjaren
Vandaag is Ajax 110 geworden en is mijn oma precies drie jaar dood. Ze zou nu 95 zijn. Ik weet niet hoe lang je iemands verjaardag blijft doorrekenen. Je zegt vast niet over je oma of moeder dat ze nu 135 zou zijn geweest. Maar 95 had haar nog gestaan.
Mijn oma was Rotterdamse en voor Feyenoord. De liefde voor die club heeft ze niet op haar kleinkinderen weten over te brengen. Twee van ons zijn Ajacied, twee van ons houden niet van voetbal. Met meer zijn we niet. Ik betrapte haar nooit op enig tactisch inzicht, ook niet op een teleurstelling na verlies. Feyenoord was voor haar waarschijnlijk een stukje Rotterdam. Ze moet die stad wel eens hebben gemist.
Mijn oma verhuisde rond haar veertigste naar Boxtel, een onbeduidend plaatsje in Brabant waar haar dochter mijn vader ontmoette. Daar woonde ze als protestantse tussen katholieken. Ze leerde er het kaartspel rikken en ze at er worstenbroden. Maar carnaval heeft haar nooit kunnen bekoren.
Het is niet erg om een oma te hebben die voor Feyenoord is. Het is ook niet erg om haar niet te willen zien als ze opgebaard ligt. Vanuit Boxtel reden we aan het einde van haar sterfdag weer terug naar het noorden. Mijn vader deed de radio aan. Ajax won die dag in Eindhoven met 5-1 van PSV. Achterin de auto begonnen we te lachen
13-03
Provincieclub
Ik heb altijd moeite met schatten maar ik denk dat er vandaag een man of dertig was in de persruimte. Dat is best veel. Zeker als je bedenkt dat er dus een man of dertig ergens iets over Ajax schrijft. In kranten of op websites. En die berichten worden dan ook nog eens op andere websites integraal overgenomen.
Maar al die mannen en ook vrouwen kwamen dus vandaag vanuit hun huizen en kantoren en redacties naar de Arena om naar de trainer van Ajax te luisteren. Ze hoorden Jol tegen een journalist grappen dat hij ‘wel erg bruin was en eruit zag als zwarte Piet’.
Over de opmerking dat Jol PSV in
De Telegraaf een provincieclub had genoemd, zei Jol dat de journalist het hele stuk moest lezen, en niet alleen de kop. Dat hij juist vriendelijk was over PSV.
Maar dat valt wel mee, ik heb het gelezen, er gaat duidelijk wat minachting van uit voor het spel van PSV.
Verder was er niet zo veel vandaag. Nog wat opmerkingen over Suk. Dat hij wat lomp is maar niemand pijn doet. Dat zijn tweede gele kaart bij Jong Ajax onterecht was, dat hij dus geen rood had moeten krijgen. En dat Lindgren nog geblesseerd is. En, oh ja, daar kwamen we voor: over de wedstrijd tegen PSV zei hij: ‘Wat ik ervan verwacht? Niets. Hoe laat begint de wedstrijd zondag? Half vijf? Nou dan weten we om half zeven meer.’ En toen gingen we weer naar huis.
11-03
Schrijven
Al toen ik schreef voor het studentenblad Propria Cures kwamen er wel eens mensen naar me toe. Mensen die ik nauwelijks kende. Maar die vaak wel iemand kenden, die ik ook kende. Dan zeiden ze: ik schrijf gedichten, wil je ze eens lezen? Of: mensen vonden mijn reisblog zo leuk, mijn moeder en oma vinden echt dat ik er iets mee moet doen.
Ze gaven me wat velletjes papier: dit heeft mijn broertje geschreven. Het gaat over zijn eerste moeilijke liefde. En over zijn fascinatie voor uitwerpselen van ratten. Kun jij het niet eens aan een uitgever geven?
Meestal wist ik niet wat ik moest zeggen. Ik kon toen nog niet zo goed ‘opbouwend’ kritiek geven. Maar ik dacht: het hoort erbij. Het hoort bij schrijven. Iedereen wil schrijven. Ik heb ook jarenlang getennist en ik speel veel rummicub. Maar nooit heeft iemand mij een backhand laten zien of werd mij gevraagd een vriend van een vriend te introduceren bij een rummicubclub. Ik schrijf nu dagelijks over voetbal. Dat is alles. Ik heb geen belangrijke contacten bij Ajax. Ik heb geen enkele invloed. Een gemiddeld zicht op het spel. Maar ik kreeg vandaag een e-mail van een Afrikaanse voetballer die graag met mij wil afspreken. Omdat ik over Ajax schrijf en hij een voetballer is. Daar wil hij over praten. Of misschien gaat hij een bal hooghouden.
09-03
Goedgemutst
We doen weer mee aan de strijd om de titel. Misschien maar een week, maar het geeft toch weer even dat ouderwets knusse gevoel. Met vlaflip op schoot tussen je vader en broer naar Studio Sport kijken. De stand en doelpunten bijhouden in een schoolschriftje. Simpelweg lachen om PSV-fans. Gewoon om hoe ze eruit zien. Of hoe ze praten.
Rijkaardsnorretjes tekenen in familiealbums. Zingend naar school op de maandagmorgen. Een lied van Paljas of Jeruzalem. Soms Queen of Madonna. Een goed begin van de week. De voetbaljournalisten hebben er op maandag ook weer zin in. In de kranten wordt PSV flink aangepakt.
Zo gaat dat dan. Eén keer verliezen in 26 eredivisiewedstrijden en je gaat er meteen aan. Opeens is er alles mis bij PSV. De kleedkamer is niet meer vol. Eigenlijk zijn ze toch geen echt collectief. Ze kunnen slecht tegen het verlies. Rutten begint meteen huilie huilie naar de scheidsrechter te wijzen. De spelers kunnen niet eens de professionaliteit opbrengen om de pers na afloop te woord te staan. Alles is plotsklaps maar matig en rot.
Niet dat dit soort stukken ons iets kan schelen in Amsterdam. Net goed. Misschien gaan ze er in Eindhoven ook in geloven en winnen we zondag in eigen huis. Maar laten we niet te veel op de zaken vooruit lopen. Deze week doen we in elk geval weer eens mee. Gezellig.
04-03
Kampioen
Louis van Gaal staat in het blad van de ANWB, Kampioen heet het. Ze interviewen in elke editie een bekende Nederlander over een stad naar keuze. Antonie Kamerling kwam al voorbij, Hind, Willeke Alberti.
Het zijn oppervlakkige en vrij korte interviewtjes, net te kort om te lezen tijdens het eten van een boterham. Maar toch lees ik ze altijd. Soms uit interesse, soms omdat je wilt weten welke plekken je in Saint Paul de Vence moet mijden als je Ivo Niehe niet tegen wilt komen.
Dit is niet de reden waarom ik het stukje met Van Gaal lees. Ik ben een fan van hem, ook als hij in het blad van de ANWB staat en ons toeristische tips over München geeft.
Mitchell Donald vertelde dinsdagavond in het Parooltheater dat hij voor een app van Nike voor de iPhone vijf bijzondere plekken op moest geven in Amsterdam. Ja, Paradiso staat er ook bij, maar die had ik helemaal niet genoemd. Zo gaat het ook duidelijk in dit stukje met Van Gaal. Of zou die werkelijk zeggen: München is een heerlijke winkelstad, met veel leuke boetiekjes. ? Of over delicatessenwinkel Dallmayr: Een schatkamer vol lekkernijen en specialiteiten van over de hele wereld. Van kruiden tot kreeft. Hier kun je heerlijk rondneuzen.
We geloven dat Van Gaal lepeltje-lepeltje slaapt en een lieve man is voor Truus, maar niet dat hij van leuke boetiekjes of van rondneuzen houdt, en München een heerlijke winkelstad vindt.
03-03
Mitchell Donald
Hij praat rustig. Gemakkelijk. Verstandig. Als iemand die zo’n goede mediatraining heeft gekregen dat je het niet merkt. Thomas Rijsman en Nils Adriaans interviewen hem in het Parooltheater. Het is snel duidelijk: Donald wil een voetballer worden waar geen trainer van Ajax omheen kan. Nu al droomt hij over een groots afscheid bij Ajax.
Hij is dan wel op eigen initiatief verhuurd aan Willem II, maar alleen om te spelen en te groeien en daarna terug te keren bij Ajax. “Het was wel even moeilijk, na elf seizoenen in rood-wit iedereen een handje te geven: tot de zomer!” Hij vertelt hoe hij hoorde dat hij een contract kreeg. In 2007 draaide Urby Emanuelson op trainingskamp in Zuid-Afrika opeens zijn laptop naar hem om: ‘Donald dwingt contract af’, las hij voor. “Zo’n krabbeltje zetten… Ik wist niet hoe het was tot het gebeurde.”
Als jongeling bij het eerste keek hij op tegen Heitinga en Sneijder. “Sneijder is een niet normaal goede middenvelder. Hij ziet alles, is snel en een beetje vervelend.” Donald lacht. “Je hebt altijd zo’n idee over hoe spelers in het echt zijn, maar Sneijder is echt een pestkop.”
Ze vragen hem naar zijn liefde voor kleren. “Zie je dit jasje? Vind je het mooi? Ja? Zara. Deze trui? Dit shirt? Zara.”
De goedgeklede (verhuurde) Ajacied is geen patser, wil hij aangeven. Hij is een voetballer. En vooral Ajacied. Na afloop geeft hij alle bezoekers netjes een hand. We zijn allemaal een beetje fan.
02-03
Minnares
Het gaat tegenwoordig natuurlijk allemaal om het geld bij die jongens. En om zo’n dure auto met navigatiesysteem. Vroeger hadden de jongens helemaal geen na-vi-ga-tie-sys-teem. Moesten ze helemaal zelf uitzoeken hoe ze het trainingscomplex afkwamen.
Het schijnt ook heel gevaarlijk te zijn, zo’n na-vi-ga-tie-systeem. Met van die stralingen en zo. Kun je kanker van krijgen. Of een tumor. En dat kopt niet lekker.
Het is niet goed hoor, zoveel stralingen. Net als bij die mobiele telefoons waar je ze de hele tijd mee ziet. Voor de televisie kunnen ze amper een normale zin uitspreken, maar door die telefoons hebben ze opeens van alles te vertellen. Zullen de minnaressen wel zijn. Je eigen vrouw ga je niet de hele tijd bellen. Dat weet een kind.
Vroeger moesten die minnaressen gebeld worden na de training, even een minuutje in de kwartjestelefoon achter in de kantine. Maar nu bellen ze die meisjes gewoon tijdens het warmlopen of de massage. En ’s avonds gaan ze niet even gezellig de kroeg in, dat je dan kan zeggen: hé Theo, dat was een goede wedstrijd. Nee, dan gaan ze twitteren. Dan vertellen ze precies wat ze aan het doen zijn. Niks dus.
Nee, dat was vroeger allemaal wel anders. In die glorietijd van Ajax, weet je wel, toen de minnaressen gewoon nog Greet en Ans heetten. En je nog meneer tegen de trainer zei. En pannenkoek zonder die n ertussen. Toen wist je nooit wat iemand aan het doen was.
26-02
Kale man
Er loopt een man tussen de jongens van Jong Ajax. Een kale man. Hij draagt het trainingspak van Ajax, niet het trainerspak, een trainingspak. Hij is dus een van hen. Hij neemt ballen aan, schiet ze weg, lijkt grappen te maken want er wordt gelachen. Het duurt even voordat ik door heb dat de kale man Andy is. Andy van der Meyde.
De laatste keer dat ik hem live zag, had hij nog haar en oogde hij iets slanker. En iets sneller. Nu is hij terug op de Toekomst.
‘Komt hij terug?’ vraag ik aan een man die staat te kijken. ‘Nee, volgens mij niet. Volgens mij traint-ie alleen mee.’
Toch weet je maar nooit. Bij Ajax. Ik zou het leuk vinden hem weer te zien spelen in de Arena. Maar ik hoopte ook dat Patrick Kluivert weer op zijn oude niveau zou komen. En dat Rafael van der Vaart bij Nancy, zijn eerste liefde, zou blijven.
Er zijn niet alleen kale mannen die hopen op een plek bij Ajax. Er zijn ook kinderen. Kinderen die meedoen aan de talentdagen bij Ajax. Het is vakantie. Ze kijken serieus. Kinderen die hopen dat ze opvallen. Ouders die hopen dat hun kinderen opvallen. Ze zijn niet kaal. Ze hebben haar. Soms zelfs krullen. Ze komen nauwelijks tot mijn navel. Maar ze hebben wel hoop. Net zoals de kale man. De hoop dat ze opvallen en mee mogen doen.
25-02
Mascotte
Tijdens thuiswedstrijden van Ajax zie ik David Endt vaak op een stoeltje zitten achter het doel van de tegenstander. Wat doet hij daar toch? Hij zit daar alleen. Soms zit er een fotograaf naast hem. Maar meestal niet. De bekendste teammanager van de eredivisie lijkt de rust op te zoeken.
Af en toe verstuurt hij sms’jes. Of doet spelletjes op zijn mobiele telefoon. Dat zou ook nog kunnen. ‘Misschien zit hij daar om aan de stadionomroeper door te geven wie er gescoord heeft,’ opperde iemand. ‘Of om de keeper af te leiden.’ ‘Misschien brengt het geluk. Misschien is David Endt de ware mascotte van Ajax. Niet Lucky, maar David Endt.’
Een laatste idee was dat de rest van de begeleiding heel erg stinkt. Maar David Endt heeft zelf een andere verklaring. ‘Het begon in 1996 in de halve finales van de Champions League tegen Panathinaikos. Ik zat daar en vond het heel prettig. Je zit zo dicht op het veld, op het spel. Je kunt horen wat ze tegen elkaar zeggen. Je kunt oogcontact maken. Soms met de keeper van het andere team. De scheidsrechter. Of met je eigen jongens. Veel beter dan op de tribune tussen allerlei belangrijke mensen. Hier kan ik ongestoord juichen.’
Vanavond zit hij niet achter het doel. Dat mag niet van de mensen van de Uefa. David Endt moet netjes aan de zijkant zitten. Of op de tribune.
24-02
Geblesseerd
Het miezert en de tribune is vol. De meeste mensen hebben aan een paraplu gedacht. Of aan een regenpak. Ik niet. Op het kunstgrasveld glijden de spelers van Jong Ajax en Jong AZ. "Hoe lang nog?" vraagt keeper Sergio Padt tien minuten voor het einde van de eerste helft aan de grensrechter. "Ik weet het niet," antwoordt de man, "mijn horloge is beslagen." De jonge keeper glimlacht.
Er spelen weinig doorgewinterde A-selectiespelers mee vandaag. Alleen Ogararu en Kennedy. Verder de jonge Aissati en Suk. Wielaert schijnt geblesseerd te zijn. Ook Kennedy wordt in de tweede helft vervangen vanwege een lichte blessure. Marvin Zeegelaar begint de laatste wedstrijden op de bank. Uit het eerste van AZ spelen Holman, Jonathas, Holland, Swerts en Van der Velden mee. Toch is Jong Ajax sterker. Het tempo is hoog.
"Suk kan echt wat," klinkt het om me heen. De lange spits geeft twee briljante hakjes. Een van de uitblinkers van de tweede helft, Aras Özbiliz, scoort dankzij zo'n hakje. Toch verliezen we met 3-2. In de kantine lopen spits Castillion en aanvoerder Will rond in spijkerbroeken en dikke jassen.
"Ben je geblesseerd?" vraag ik Castillion.
"Ja, ik heb een lichte irritatie aan mijn knie, maar ik kan volgende week wel weer spelen."
"En wanneer kun je weer spelen?" Als ik het vraag hoor ik dat hij dat net gezegd heeft. Castillion lacht. "Volgende week weer."
23-02
Test
Ajax-Vitesse. Naast me zit een Vitessefan. Een 'Vitesse-watcher' zelfs, zoals dat wordt genoemd. Hij zit niet heel lekker op zijn stoel. Nu al niet. De jongens van Vitesse doen hun warming-up. De jongens van Ajax ook. Bij Vitesse ziet het er wat rommelig uit.
"Ze kunnen ook nooit iets synchroon doen," verzucht de Vitessefan tijdens het inlopen van zijn ploeg. Als de één met de armen zwaait, beweegt een ander de heupen. Een van de spelers draagt een gewoon T-shirt. Sommigen hebben de ene sok opgetrokken en de andere niet. Het zouden jongens op het Museumplein kunnen zijn. Naast hen zien de ontspannen Ajacieden er bijna uit als een militair team. Een ontruimingssignaal maakt dat beeld compleet.
In verschillende talen wordt ons gezegd dat we het stadion moeten verlaten en dat we geen gebruik mogen maken van de liften. In het Duits, Engels, Spaans. Maar alleen in het Nederlands staat op het grote scherm te lezen dat het om een test gaat.
Ik vraag de Vitessefan tijdens de eerste helft dingen als: wat is jullie grootste nederlaag ooit?. En: wat is het record eigen doelpunten in een wedstrijd? Ook: regent het in Arnhem vaak?
"Ik moet even roken," zegt de Vitessefan in de rust. We knikken. Het staat 3-0. "Ik hoop niet dat Vitesse nu gas gaat terugnemen," sms't hij vlak voor de tweede helft naar de persvoorlichter van Vitesse.
20-02
Zingen in de Arena
Martin Jol had mij gevraagd, of eigenlijk de opdracht gegeven, om een lied te zingen in het stadion. Vlak voor de wedstrijd. Hij zei dat ik op de middenstip moest staan en 'Holiday' moest zingen van Madonna. Ik zei nog dat ik helemaal niet kon zingen. Ik zei nog dat ik het lied niet had ingestudeerd. Maar Jol luisterde niet naar me en ik kon niet weigeren.
Ik zei zelfs dat het altijd al mijn droom was geweest om een lied te zingen op de middenstip. Hij had beloofd dat hij de cassetterecorder zelf zou bedienen. Hij had beloofd dat de supporters het geweldig zouden vinden. Hij duwde me het veld op.
Het bandje startte. De supporters waren stil. Ze floten niet eens. Ik hoorde iemand kuchen. Ik begon te zingen. Op mijn manier. Toen stopte abrupt de muziek en begon vijftigduizend man mij uit te schelden. Ik werd pas wakker nadat ik de Arena was uitgerend en al in de metro zat.
Deze droom had niets te maken met het optreden van Karin Bloemen in de rust bij Ajax-Juventus donderdagavond. Ik droomde dit de avond ervoor. En ik wist na het ontwaken niet waar ik me meer zorgen over moest maken. Dat ik in mijn dromen grotere dromen heb dan in het echt.
Of dat ik alweer over Martin Jol droomde.
19-02
Mixed zone
Je hoort het vaak na een wedstrijd: een journalist die niet op de persconferentie met Martin Jol wacht, maar naar meteen beneden gaat, naar de mixed zone. Ik ben ook wel eens meegevraagd naar de mixed zone, de plek waar spelers en journalisten elkaar kunnen ontmoeten. Maar het leek me altijd verstandiger om te luisteren naar wat Jol te vertellen had dan om wat te keuvelen met voetballers.
Toch ging ik na Juventus wel. Ik voelde me klaar voor de mixed zone. Ik voelde me er klaar voor om tussen spelers te lopen, een biertje met ze te drinken. Eriksen een schouderklopje te geven. Del Piero een hand.
Ze zeiden dat de mixed zone niet moeilijk te vinden was: gewoon naar beneden en dan twee keer rechts. En het klopte, na twee keer rechts kwam ik in de gracht naast het veld terecht. Ik zag daar een rij met journalisten staan. Waarom ze in de ongezellige gracht stonden en niet in de gezellige mixed zone, was me eerst niet duidelijk.
Toen ik dichterbij kwam, zag ik een rood touw tussen palen hangen. Het touw liep een beetje rond. Aan de ene kant van het touw stonden journalisten, aan de andere kant spelers. Het deed me een beetje denken aan sushi op de lopende band bij de Japanner. De spelers bewogen steeds een stukje op langs journalisten met wie ze moesten spreken.
Er draaide geen muziek. Er waren geen borrelhapjes. Geen statafels. Dit was de mixed zone.
18-02
Kinderen
Na de persconferentie begeleid ik drie Italiaanse journalisten naar de metro. Ik vraag wat ze verwachten van Ajax-Juventus.
"I hope Ajax wins," zegt de kleinste. De journalist met de baard knikt. Ik ben verbaasd.
"We don't like Juventus. We like Torino, the enemy of Juventus. Iedereen haat Juventus in Italië."
De langste journalist grijpt in. "In Turijn dan. Juventus heeft veertien miljoen fans in Italië, maar in Turijn is bijna iedereen voor Torino."
"Spelen jullie nog in de Serie A?" vraag ik aan de twee fanatieke Torinoaanhangers. "We waren de beste in de jaren veertig. We wonnen alles. Maar dat team is omgekomen bij een vliegtuigongeluk. Dead, all of them."
De langste journalist lacht. "Nee, geen Serie A meer."
Daarna bestoken ze me met vragen. Hoe oud is Suarez? Hoe oud is Sulejmani? "Still a child," is hun reactie op mijn antwoorden.
"Hoe oud is Eriksen?
"Net achttien."
"Still a baby, hij kan nog hand in hand met zijn vader naar het stadion om voetbal te kijken. In Italië tel je dan nog niet mee. Cannavaro en Camoranesi zijn allebei 33, Del Piero is 35."
Ik vertel dat we bij Ajax ook twee oudere spelers hebben, Rommedahl en Pantelic. Allebei 31. De kleine fan van Torino schudt het hoofd.
16-02
Ren is
Er zijn voetballers die weinig spelen maar geliefd zijn bij het publiek. Gabri bijvoorbeeld. Of Sulejmani. Er zijn ook spelers die wel geregeld spelen maar over wie je zelden iemand hoort. Van die spelers van wie niemand een shirtje koopt voor zijn zoontje. Voor wie geen liedjes zijn. Die journalisten niet graag willen interviewen.
Dennis Rommedahl is zo'n speler. Vorig jaar was hij verhuurd aan NEC. Bij NEC was aan het einde van het seizoen een verkiezing van de meest favoriete spelers. Rommedahl speelde de tweede helft van de competitie bijna elke wedstrijd bij NEC maar eindigde niet bij de eerste zeventien favoriete spelers van die club. Het is dus niet alleen voor de supporters van Ajax erg makkelijk om geen fan te zijn van Rommedahl.
Ook al speelde hij vele interlands, maakte hij een paar belangrijke doelpunten dit seizoen voor Ajax en was hij bij een aantal doelpunten betrokken, toch wordt deze dertiger vaak belachelijk gemaakt door journalisten en voetbalsupporters. Ze noemen hem 'Ren is Dommedahl', zijn bijnaam toen hij nog bij PSV speelde. Of een 'jongen die net goed genoeg is voor de eredivisie'. Dat hij een wonderlijke voetbalcarrière heeft gekend, niet minder wonderlijk dan de carrière van Rasmus Lindgren of Kenneth Perez, lijkt niemand echt te raken. Rommedahl is niet sexy genoeg. Hij laat Van der Wiel meestal de voorzetten geven. Hij heeft te weinig grensrechters uitgescholden.
13-02
Journalist
Om een misverstand weg te nemen lieve lezers: ik ben geen journalist. Die ambitie heb ik ook niet. Daar ben ik te slordig voor. Dat moge duidelijk zijn. Ook houd ik meer van verhalen dan van feitjes, durf ik nooit iemand aan te spreken en wanneer er iets belangrijks gebeurt of wordt gezegd, droom ik net weg. Voordat ik aan deze rubriek begon, bedacht ik verhalen en schreef ze op. Dertien van die verhalen zijn gebundeld. Maar het kunnen er ook best veertien zijn. Ik hoef hierdoor dus gelukkig niet op te boksen tegen de feitenkanonnen die de meeste voetbaljournalisten zijn.
Ik ben gevraagd als vrouw, uit een totaal andere hoek. En dat levert andere Staanplaatsen op. Niet alleen omdat ik de eerste ben die geen toegang heeft tot trainingen en steeds iets moet verzinnen zonder ook maar iets te zien. Ook omdat ik niet zo veel van voetbal weet als mijn voorgangers. En misschien omdat ik op andere dingen let. Tijdens de persconferentie van vandaag zag ik vooral de vlekken op de broek van de cameraman voor me. Als ik Danny Blind, een van mijn favoriete oud-Ajacieden, zie lopen, weet ik niet hoe oud hij was toen hij debuteerde, welke schoenmaat hij heeft en of hij links- of rechtsdragend is. Wel vraag ik me af waar hij op dat moment aan denkt. En waarom hij zo weinig lacht. Als er gescoord wordt, kijk ik niet naar de juichende Ajacieden, maar naar de wisselspelers op de bank. Ik vind Urby Emanuelson 'lief'.
10-02
Sulejmani/Eriksen
De speakers stotteren iets onverstaanbaars voor aanvang van de wedstrijd. We denken de opstelling. Gelukkig hebben we die ook op papier. Er staan mooie namen bij. Kenneth Vermeer. Eriksen en Suk. Sulejmani en Aissati. Verder nog Kennedy en de haast vergeten Ogararu en Wielaert. De auto zei dat het -3 graden was. Ik geloof het.
Boven, vanuit de warme kantine, kijken mensen door de grote ramen naar het kunstgrasveld. Rik van den Boog staat dapper buiten op de kleine tribune. Martin Jol is ook gesignaleerd. De spelers van Jong Ajax en Jong Heerenveen/Emmen lopen het veld op. Een donkere wisselspeler van Jong Heerenveen/Emmen heeft een bruine deken om zich heen gewikkeld. Hij krijgt er iets heiligs van.
En er is iets met Sulejmani. Misschien is hij naar de kapper geweest. Of een paar kilo afgevallen? Hij lijkt fitter dan tegen NEC. Volgens Jol moet je een 'tovenaar' zijn om dat in een week voor elkaar te krijgen, maar Sulejmani rent echt sneller bij Jong Ajax. En hij maakt een doelpunt. Dankzij mooi samenspel met Eriksen. De speaker stottert blij. Jong Heerenveen/Emmen scoort het tweede en in de tweede helft het derde doelpunt. Gelukkig scoort de jonge held Suk de gelijkmaker. Het eindigt in 2-2.
Vooral Eriksen maakte weer veel indruk. Op een filmpje op de website van Ajax zag ik dat hij in een gastgezin woont bij twee pubermeisjes. Dat kan niet goed gaan als ze hem hebben zien spelen.
09-02
Geluksduif
We waren later dan normaal. In de parkeergarage was het chaotisch. Voor ons stond een blitse sportwagen. Stil. Wij stonden meer dan tien minuten achter de blitse sportwagen die rechtdoor wilde, terwijl wij rechtsaf moesten.
Niemand van de hesjes leek zich druk te maken om de rij achter de stilstaande blitse sportwagen. Niemand van de hesjes leek zich druk te maken om de toeterende man van over de honderd kilo in de auto achter ons.
Net toen ik de auto uit wilde stappen om er iets van te zeggen, reed er een zwarte auto voorbij op de baan naast ons. En in de zwarte auto zat op de achterbank een bekend gezicht. Voor ik er erg in had bonkte ik op het raam en stak mijn duim op. Hyun-Jun Suk glimlachte breed, stak toen ook zijn duim op en lachte daarna volgens mij met geluid. Ik hoop dat het opsteken van een duim in Korea hetzelfde betekent als hier.
In het stadion vloog onze nieuwe mascotte rakelings over het veld en het publiek. De duif die sinds kort in de Arena lijkt te wonen, brengt ons meer geluk dan die verwende adelaar de Arnhemmers bracht. En het voeden kost ook niets. Vlak voor het tweede doelpunt vloog de stadsvogel behendig met een frietje in de snavel naar het nok van het stadion.
06-02
Siem
Ik ben te oud natuurlijk om Siem de Jong-posters in mijn slaapkamer te hangen. Te jong om Siem aan een dochter uit te huwelijken, en ik heb ook geen jonger zusje om hem aan te koppelen, maar het is duidelijk dat ik Siem de Jong graag in de buurt zou hebben. Waar en met wie dan ook.
Hij is het soort jongen dat je kost wat kost wilt koppelen. Zo’n jongen die je misschien niet voor jezelf ziet zitten, maar wel voor je beste vriendin. Dat hij niet zo van lezen houdt en dat hij uit een volleybalfamilie komt, is hem vergeven.
Want Siem de Jong heeft veel mee.
Hij speelt natuurlijk in het eerste van Ajax, is intelligent en bescheiden. En een doorzetter. Volgens Martin Jol heeft hij ‘passie’. Dat is leuk aan een man, passie. Hij heeft ook een bijzondere uitwerking op de vrouwelijke voetbalfan.
Een jongere vriendin leeft op als Siem de Jong in de basis staat. “Sieeeemm!” roept ze wanneer de spelers hun bloemetje in het publiek mogen gooien. Tot haar teleurstelling gooit hij nooit in ons vak.
“Hij verdient een eigen lied,” zegt ze steeds weer. We hebben al wel eens wat opzetjes gemaakt. Voor onze Siem, de ideale schoonzoon.
Maar sinds vandaag ben ik weer een illusie armer: Siem de Jong reed de Arena uit in een Mercedes.
Dat was het ergste nog niet.
Het was een witte.
05-02
Lange onderbroek
Het is een beetje vervelend dat Arjen Robben nu met de eer gaat strijken. Ik gun die jongen heus wel wat: een leuke vrouw, een nette tuin, een doelpunt hier en daar. Maar niet deze eer. Het is echt een groot misverstand dat Arjen Robben nu een trendsetter zou zijn. Met zijn lange onderbroek.
Ik ken namelijk iemand die al veel eerder dan Arjen Robben een lange onderbroek droeg. Niet alleen tijdens het schaatsen of in het stadion als hij naar een wedstrijd van Ajax ging kijken, maar ook bij het voetballen bij de zaterdagamateurs. Hij woonde bij mij in de buurt en als hij op een winterse wedstrijddag terugkwam uit Amsterdam en even bukte, zag je een wollige onderbroek boven zijn ribbroek uitkomen.
Hij schaamde zich er niet voor. Ook niet op het voetbalveld. Er zaten voornamelijk oudere mannen in zijn team. Dat zie je bij voetbal niet vaak. Op de tennisbaan zie je nog wel eens een man van in de tachtig een bal oprapen, op het voetbalveld niet. In zijn team waren sommigen al boven de zestig. Niemand onder de vijftig.
In de winter droegen ze lange onderbroeken voor de spieren. Ik ging soms bij ze kijken. Geregeld rolden er ballen in de sloot omdat de mannen niet meer snel genoeg waren om de bal binnen het veld te houden. Bijna elke week viel er voorgoed een teamgenoot af.
04-02
Alles op Suk
Er kwam een Turks jongetje op school. Hij sprak geen Nederlands. Wij spraken geen Turks. Maar alle meisjes wilden meteen naast hem zitten. Het Turkse jongetje riep moedergevoelens bij ons op, nog ver voor we in staat waren kinderen te verwekken.
Het jongetje was vrolijk en enthousiast maar hij had iets hulpeloos. We verdrongen elkaar om hem te helpen. Hij knikte bij alle vragen blij ja . Met trefbal gooide hij mensen op zijn eigen helft af. Hij ging naar de meisjes-wc, wist nooit waarom we opeens buiten gingen spelen en tijdens het kringgesprek deed hij net als de anderen zijn vinger zo ver mogelijk omhoog. Alsof het een spel was.
Aan hem moet ik denken als ik naar Suk kijk. Zijn talent kan ik nog niet goed inschatten, maar zijn enthousiasme wel. Op de training doet hij de oefeningen altijd als laatste zodat hij weet wat hij moet doen. Zijn gastouders hebben overal post-its opgeplakt met Nederlandse woorden: deur , kraan , tafel , mes .
Het publiek scandeerde zijn naam tijdens de wedstrijd. Ze zongen: Alles op Suk, olé, olé. Ze joelden als hij aan de bal kwam. Suk heeft nu al een heldenstatus. Het leek langs hem heen te gaan. Na de wedstrijd werd hem gevraagd of hij het leuk vond bij Ajax. Suk glunderde: Al krijg ik alles op de wereld dan nog zou ik dit niet inruilen.
Ik heb het weer, dat gevoel. Ik wil hem de weg en de jongens-wc wijzen.
02-02
Vink
Mooie beelden bij het Sportjournaal. We zien de scheidsrechter Pieter Vink rekken en strekken in De Kuip. We zien hem rennen langs de zijlijn ter warming up, we zien hem zijn oortje testen. Maar vooral zien we Pieter Vink de mens. Zoals hij nonchalant wandelt over het strand van Noordwijk vlakbij zijn woonplaats Noordwijkerhout. Even niet in dat korte broekje. Even zonder fluitje.
Gewoon Pieter Vink, zoals hij naar zijn schoonmoeder gaat of de afhaalchinees. Zonder enige zeggenschap over de mensen om hem heen. Als een man die gewoon op de hoek van je straat zou kunnen wonen. Prachtig geschoten door de NOS. De mens in zijn omgeving. Heerlijk. Ik geniet altijd zo van interviews op het strand. Het geeft net iets extra’s zo met die zee. En met die lucht en met al dat zand. Die zon in dat water. Alsof je zo de omslag van een zelfhulpboek binnenwandelt. En terwijl Vink met zijn handen in de zakken langs de zee kuiert, geeft hij manmoedig toe dat hij een inschattingsfout heeft gemaakt. ‘Het was een overtreding op Suarez.’ Hij heeft zelfs spijt.
Maar natuurlijk heeft hij niet alleen een inschattingsfout gemaakt, Pieter Vink heeft een andere situatie juist heel goed ingeschat. Zijn assistent dacht dat Tomasson een strafschop verdiende. Maar Vink dacht een ‘split second’ na en hij vond het een ‘100 procent schwalbe’. Het moest toch even gezegd. Daarna, het zal niemand verbazen, nemen we afscheid van Pieter Vink met het geluid van een tokkelende gitaar.
29-01
Faalangst
Ajax loot deze reeks erg gunstig. AGOVV, FC Dordrecht, de amateurclub WHC, NEC was ook prima vergeleken met FC Twente, PSV of Feyenoord en nu dus Go Ahead Eagles. Dat moet kunnen. Zeker als het weer een beetje gaat lopen bij Ajax.
De basisspelers trainden vandaag binnen. Jammer, ik had Rasmus Lindgren graag even gezien. Toen Lindgren werd gewisseld keek de bescheiden Zweed Martin Jol niet aan en gaf hij niemand een handje. "Jullie kunnen lekker de tyfus krijgen," dacht hij vast. Of iets soortgelijks in het Zweeds. Hij lachte pas weer toen Siem de Jong scoorde. Zijn invaller.
Waarom Jol Lindgren en Aissati wisselde voordat hij Sulejmani naar de kant haalde was een raadsel voor mij met mijn boerenverstand. Lindgren was de enige stabiele factor op het veld. En Sulejmani, ach, Sulejmani. Die liep na vijftig minuten al te hijgen alsof hij twee marathons had gelopen. Hoe moet je zo'n jongen, zo'n talent, toch aan het spelen krijgen? Ik begreep dat Van Basten van alles heeft geprobeerd. Moed inpraten, vleien, steeds maar weer vertrouwen uitspreken. Een keer is hij maar eens heel boos geworden in de kleedkamer. Ook dat had geen effect. Faalangst, zeggen ze. Kijk dan naar Lindgren. Hij mocht niet eens meer meetrainen met het eerste, kreeg een uit nood geboren kans van Jol en nam meteen zwijgzaam het elftal op sleeptouw. Faalangst is iets voor de toneelopvoering op de middelbare school, niet voor Ajax.
28-01
Uitglijder
Ajax zorgt goed voor ons. Voor de supporters. Op de website werden we gewaarschuwd: "Denk eraan om u warm te kleden." Ik ben direct naar Bever Zwerfsport gefietst om thermisch ondergoed te kopen en daarna naar de Hema voor goede skisokken. Bij Carl Denig kocht ik in de uitverkoop een goed warme muts en handschoenen. Thuis deed ik het thermische ondergoed aan. Daaroverheen een legging, toen een maillot, daaroverheen mijn skisokken en ik eindigde met een spijkerbroek. Natuurlijk had ik twee shirtjes over mijn thermische hemd aan, een wollen trui en een dikke winterjas. Ik deed Uggs aan mijn voeten en ik kon gaan. Met het openbaar vervoer natuurlijk, fietsen durfde ik niet aan. Ajax had iedere supporter hard nodig. In het stadion had ik het bloedheet. Ik paste maar net in een stoeltje. Naar de wc gaan kostte me zoveel tijd dat ik toevallig net die ene aardige bal van Sulejmani mistte. Tijdens het juichen voor de goals en goede ballen van Lindgren en later Eriksen scheurde ik bijna uit mijn broek.
Vlak voor vertrek waarschuwde de stadionspeaker de supporters natuurlijk nog even voor de gladde trappen buiten. Voorzichtig hielden we ons vast aan de reling en zetten behoedzaam de ene voet en dan de andere voet op de treden. Alles ging goed. Tot vlak voor mijn huis, daar gleed ik uit. Gelukkig was ik nog net op tijd binnen om PSV eindelijk eens te zien verliezen.
27-01
Garnaal
Als ik aankom bij het trainingsveld, zijn de verdedigers al naar binnen. De overgebleven Ajacieden oefenen op vrije trappen. Kenneth Vermeer heeft het rustig: áls de bal al over de poppen komt, is het meestal dik naast. Martin Jol kan erom lachen.
Hyun-Jun Suk oefent een stukje verderop zeker een kwartier lang alleen op de dubbele schaar en houdt hoog als een puber in de achtertuin. Het verdient geen schoonheidsprijs, maar het handjevol supporters wordt er wel enthousiast van. Ik ga naar binnen omdat mijn voeten pijn doen van de kou.
In de perskamer staat beschuit met muisjes. Blauwe en witte muisjes. Maarten Stekelenburg kreeg een zoon. We zitten met een stuk of zes man op Martin Jol te wachten en eten beschuit. Op de grond liggen overal muisjes. "Het is rustig," zegt Jol als hij binnenkomt. Iemand vraagt of Suk misschien invalt tegen NEC als de wedstrijd ernaar is. "Als de wedstrijd ernaar is, kan iedereen op de bank invallen."
Iemand vraagt of Rasmus Lindgren weg mag als er interesse komt. "Er is geen interesse."
"Maar als er toch interesse komt?"
"Dat is een hypothese. Als mijn tante een garnaal had gehad, dan was ze mijn oom. Ja." Hij haalt zijn schouders op. Jol houdt niet van hypotheses. Er zijn verder geen vragen meer.
"Dat was een goeie quote, van die garnaal," grinnikt een journalist na afloop.
26-01
Voetbalplaatjes
Het nieuwe voetbalplaatjesboek van Albert Heijn is niet helemaal up to date. Dwight Lodeweges is nog trainer van NEC en Ronald Koeman van AZ. De plaatjes lijken zeer vroeg in het seizoen gemaakt want ook Atouba behoort tot mijn grote vreugde tot de uitverkorenen bij Ajax.
Natuurlijk sparen we deze voetbalplaatjes. Niet voor neefjes of buurmeisjes, maar voor onszelf. Het is prettig om iets te sparen. Het is ook prettig dat de plaatjes gratis zijn. Niet om het geld maar om het idee. Dat we niet voor vijftig euro in een keer plaatjes kunnen kopen. Vroeger met de Paniniplaatjes was het soms oneerlijk verdeeld in het gezin. Oudere broers kregen meer zakgeld en hadden hun boek daarom sneller vol. Een vriend van mij had helemaal nog geen zakgeld en mocht de achterkantjes hebben van zijn oudere broer en neef. Vlijtig plakte hij met lijm alle achterkantjes in een schrift zodat hij ook een beetje mee kon doen.
Bij de plaatjes van Albert Heijn moet je de achterkantjes ook bewaren. Er staan codes op. Daarmee kun je naar een website om het verhaal achter het plaatje te horen. Zo had ik vandaag Urby Emanuelson in een pakje. Hij vertelde dat hij vaak wordt geloot voor de dopingcontrole en dan 'alleen in een kamertje zit te wachten op het plasje.' Wat is er toch met die jongen? Urby Emanuelson is werkelijk de enige volwassene die 'plasje' kan zeggen zonder dat je hem wilt krabben.
23-01
Gezelliger?
Ajax wil het gezelliger maken in het stadion. Er ligt al een tijdje een plan om alle gele, groene, blauwe en nog wat kleuren stoeltjes met de tijd te vervangen door alleen rode en witte stoeltjes. Dat klinkt goed, veel meer hoeft er dan niet te gebeuren. Het persgedeelte is al aangepakt begreep ik. Er zijn niet alleen nieuwe stoeltjes geplaatst maar ook een stuk of twintig televisieschermen, zodat de journalisten niet meer over elkaar heen struikelen om op dat ene schermpje bij Leo Driessen te kijken of Suarez terecht geen vrije trap meekreeg. Dat is luxe.
In een interview met Michael van Praag in de allerlaatste editie van De Ajacied vertelt Van Praag dat er destijds niet genoeg geld was om de Arena warm te maken, te versieren, en dat het daarom vooral een betonnen bak was geworden.
Ik ken niemand die de Arena echt mooi vindt. Dat spijt me, want daardoor kan niemand mij goed uitleggen waarom ik de Arena wel mooi vind. Dat lukt mij namelijk niet goed. Maar ik weet wel dat het juist met dat beton te maken heeft. Ik houd van de Arena, gezien vanuit het supportershonk, of verder nog, vanaf sportpark De Toekomst. Er gaat iets machtigs vanuit.
Ik weet zeker dat iedere Nederlandse voetballer die voor het eerst in de spelersbus naar Ajax rijdt, even moet slikken wanneer de Arena opdoemt. Koud, kaal en massief. We mogen blij zijn dat er niet genoeg geld was om de Arena gezellig rood-wit te versieren.
22-01
Verliezen
In zijn voetbalteam speelt het zoontje van Kenneth Perez. Een kleine duikelaar. Terwijl de rest van de jongetjes nog moeite heeft met overspelen, rolt deze zevenjarige als een echte prof een paar meters door. Als hij valt, kijkt hij niet naar zijn bezeerde been of knie, maar naar de scheidsrechter. Zijn teamgenoten rennen bezorgd naar hem toe. Buigen zich nieuwsgierig over een enkel of scheenbeen op zoek naar schrammen of bloed. Maar hij mankeert meestal niets.
Mijn neefje is door hem verpest. "Om hem ben ik voor FC Twente. Omdat zijn vader er speelt. En omdat het paard in hun vlag op het paard van Ferrari lijkt."
We gaven mijn neefje vanaf zijn geboorte Ajaxspulletjes. Een Ajaxovertrek, een wedstrijdshirt, een rugtas, een broodtrommel. Elke nacht draait er een bandje met het Ajaxstrijdlied. Opeens werd hij voor FC Twente. Ik nam hem mee naar de Arena. Liet hem handjes schudden met Van Basten en Suarez. Hij vond het prachtig. "Ben je nu voor Ajax?" Hij knikte en deed zijn handen uit elkaar: "Ik ben zoveel voor Ajax." Daarna deed hij zijn handen nog verder uit elkaar: "En zoveel voor FC Twente."
Ik vertelde hem nog eens over de geschiedenis van Ajax. Over alle successen. "Ja, maar nu winnen ze niet meer zo vaak. Ik houd niet zo van verliezen."
Afgelopen nacht heb ik het slaperige jongetje uit zijn bedje getild en voorzichtig 'AFC Ajax' op zijn borst laten tatoeëren. Ik houd niet zo van verliezen.
21-01
Staffelen
De verdedigers Vertonghen, Anita, Oleguer, Alderweireld, Van der Wiel en, terug van weggeweest, middenvelder Lindgren krijgen koptraining van Danny Blind. De jongens staan hand in hand in een kringetje en koppen de bal naar elkaar. Als de bal uit de richting gaat, moet de hele kring hand in hand meebewegen om de bal toch te kunnen koppen. Blind lijkt plezier te hebben in deze training. Hij moedigt de jongens enthousiast aan. De jongens dollen onderling ook een beetje. ‘Kijk je uit voor je kuif Toby?' Vertonghen herhaalt zijn grap wanneer niet iedereen direct reageert. Daarna koppen ze op doel. Stekelenburg staat erin. Alleen Anita weet hem een paar keer te passeren. De anderen koppen steeds naast het doel of zelfs naast de bal.
“Die kleine doet het wel!” roept Blind.
Bij de laatste oefening staan ze met z’n allen in een rij voor het doel. Blind legt het uit: “En als de bal eraan komt, staffelen.”
De bal komt eraan.
“Staffelen jongens!”
Er komt wat rommelig beweging in de horizontale rij voor het doel. Lindgren kopt naast.
“En nog een keer! Daar komt-ie! Staffelen!”
De Spanjaard Oleguer kijkt hulpeloos in mijn richting maar ik haal meteen mijn schouders op. Ik heb ook werkelijk geen idee wat staffelen is.
20-01
Smullen
Er loopt weer een mooi verhaal rond bij Ajax. Het werd tijd. Soms mis je de uitspattingen van een Zlatan, Mido of Dani. De jongens van nu zijn zo beheerst. Zelden doen ze een interessante of gewaagde uitspraak. Thuis kijken ze graag een dvd'tje of spelen een spelletje op de Wii. Als er al iets gebeurt dan is het op Twitter. Blij was ik met de komst van Marko Pantelic, hij bracht wat kleur in de selectie. En met Christian Eriksen, die jongen heeft iets in zijn ogen. Knagende voetbalhonger.
Maar nu is er ook de jongeman Hyun-Jun Suk. Een geweldig verhaal. In de zomer stond dit achttienjarige Zuid-Koreaanse talent nog anoniem aan het hek bij het trainingsveld van Jong Ajax en droomde dat hij ooit zou mogen meespelen. Een paar weken later ondertekende hij een contract dat inging op 1 januari. Deze week laat Jol de Zuid-Koreaan meetrainen met het eerste. Dit is een jongensdroom waar ook meisjes van kunnen smullen.
Bij de wedstrijd van Jong Ajax tegen Jong Sparta afgelopen maandag zat de grote en sterke Zuid-Koreaan op de tribune te kijken. Hij wees op een gegeven ogenblik naar zijn linkerbeen en zei trots: "links". Toen naar zijn rechterbeen en zei: "rechts!" Suk leert Nederlands met zijn benen. Op de training schoot hij enkele malen hard op doel. Vaak met succes. Soms prachtig. Hij genoot. Bij het uitlopen na de training hield hij voortdurend een bal aan zijn voet.
19-01
Daklozenkrant
Natuurlijk, het is een heel aardig gebaar van Ajax, maar meer ook niet. Toch staat het trots vermeld op de website: Ajax steunt Haïti. De spelersgroep doneert drieduizend euro, Ajax verdubbelt dit en Aegon verdubbelt dat bedrag weer. Als je met het steunen van goede doelen gaat pronken, maak dan een groot gebaar. Of doneer anders in stilte.
Natuurlijk vinden sommigen dat het een voorbeeld kan zijn voor de Ajax-supporters en dat de F-side giro 555 nu misschien ook weet te vinden. Maar als je het goede voorbeeld wilt geven aan je fans dan doneer je als spelersgroep toch minstens een duizendje per hoofd. Niet een honderdje los uit je achterzak.
Er is al zo weinig om trots op te zijn op het moment. Het is niet zo dat we in mei met opgeheven hoofd tegen een PSV'er kunnen zeggen: Jullie werden misschien wel landskampioen maar onze spelers doneerden wel even drieduizend euro aan Haïti. Nee, met elkaar, niet de man.
Laten we eens stellen dat wel een stuk of tien spelers in de spelersgroep een miljoen per jaar verdienen en laten we hen even als gemakkelijk rekenvoorbeeld nemen. Er is ongeveer honderd euro per man uitgegeven in die grote spelersgroep, dat is voor de miljoenverdieners 0,01 procent van hun jaarinkomen, als ik 0,01 procent van mijn jaarinkomen schenk, zou dat 2,50 euro zijn. Misschien moet ik maar eens trots op mijn website gaan vermelden dat ik vorige week een daklozenkrant heb gekocht.
24 december: Gratis worst
De snert was erg goed. De boerenkool en hutspot ook. De zuurkool vond ik wat minder. Eén van de gastvrouwen van het stadion van FC Zwolle had gezegd dat ik 'best wel een stukje worst mocht eten in de businessruimte', toen ik haar vroeg waar ik een broodjeUnox kon kopen. Het is gratis.' Ze knipoogde erbij.
Nadat ik genoeg had gegeten, en gedronken, liep ik weer langs dezelfde vrouw. Ik knikte dankbaar. Ze lachte zoals gastvrouwen lachen. Het was niet persoonlijk. 'Wie denkt u dat er gaat winnen vanavond?' vroeg een kleine man met een sjaaltje met '1/8 bekerfinale' en 'WHC' en 'Ajax' erop. 'Ik zou het u niet durven zeggen, meneer,' antwoordde de gastvrouw gemeend.
Beneden aan de trap verkocht een ouder echtpaar de sjaaltjes van de bekerwedstrijd. Ze hadden zich strategisch opgesteld. Je kon de trap niet op of af zonder één van hen aan te raken. Ze deden zaken als marktkooplui aan het einde van de dag. 'Tien euro maar! Uniek exemplaar!' Soms speelden ze op de man: 'Kom op nu, Edward, niet zo gierig!' Edward schudde zijn hoofd.
Direct schieten ze iemand anders aan: 'Ah, meneer Van der Bos! Toch?'
Hun succes was niet daverend te noemen. De overwinning van Ajax op WHC wel. Het maakte de fans van WHC niet uit. Ze klapten voor elk doelpunt. Geertje Schut, de enthousiaste vrouwelijke stadionspeaker, ging na afloop met zo veel mogelijk Ajacieden op de foto: 'Mijn kerst kan niet meer stuk!'
23 december: Sneeuwballen
Sneeuwschuivers of mannen met grote scheppen hebben een deel van het trainingsveld bespeelbaar gemaakt. Het andere deel ligt onder een dikke laag sneeuw. Met slechts een handjevol journalisten sta ik aan de rand van het veld. We kijken naar de laatste training voor de winterstop en voor de bekerwedstrijd tegen de amateurclub WHC.
De wedstrijd zou eerst bij de club in Wezep worden gespeeld, maar door het weer zal de wedstrijd nu in Zwolle plaatsvinden. Er wordt vanuit gegaan dat de wedstrijd doorgaat. In Zwolle ligt een kunstgrasveld, er wordt een speciaal dekzeil van Heracles geleend en vrijwilligers, gelokt door gratis snert en glühwein, maken het veld sneeuwvrij. Dat laatste is een goed teken. De dag ervoor was zelfs het sneeuwschuiven nog afgelast.
Jol lijkt de wedstrijd tegen de amateurs serieus te nemen. Hij roept tijdens de training: ‘Niet praten, gewoon scherp spelen’. Later, op de persconferentie, zegt hij niemand te zullen sparen. WHC uit is natuurlijk geen Anderlecht thuis. Na de training gooien de jongens sneeuwballen naar elkaar.
Vooral Vertonghen is fanatiek. 'Ik gooi met haat,' roept de Belg met Amsterdams accent. En tegen Suarez: 'Ik zweer je, als je gooit maak ik je kapot.' Hij spreekt de taal die is geboren op pleinen in zwarte buurten. Jol grijnst in onze richting. 'Gooi maar op de journalisten,' moedigt hij zijn spelers aan.
22 december: Weeralarm
'Er is maar één moment om op tijd te komen. Ben je er niet dan ben je óf te vroeg óf te laat.? Eén van de vele wijsheden van Johan Cruijff om je aan te warmen in deze koude dagen. Het weeralarm was zondag niet op tijd. Voor de tweede keer. In augustus kwam het te vroeg. Op zondag kwam het weeralarm te laat.
De ANWB is boos. Ene Bert uit Assen is boos. Ik haalde mijn schouders op.
Ik ben een soort stadse boer. Om het weer te beoordelen kijk ik gewoon naar buiten. Vanuit het raam op de Stadhouderskade op vierhoog zag ik voetgangers glibberen, fietsers wankelen of zelfs vallen en enkele auto's zachtjes de bocht omgaan. Ik zette de kachel hoger en wat theewater op, en besloot binnen te blijven voor de rest van de dag.
Het was een perfecte zondag om de hele dag voetbal te kijken. Als er tenminste voetbal was, maar alles was afgelast. Vanwege dat weeralarm. Geen Ajax dus tegen NAC. Geen PSV. Geen FC Twente.
Ik checkte mijn e-mail. Keek op de website van Ajax of er nog nieuws was. Ik zette alle wedstrijden van Ajax in de nieuwe agendavulling van 2010. Op pagina 818 van teletekst keek ik tegen wie PSV ook alweer had moeten spelen. Daarna wachtte ik op de bank de avond en de vrolijke verschijning van Tom Egbers af.
16 december: Standbeeld
Cvitanich. De meeste supporters vinden hem vooral 'sympathiek'. Fans van andere clubs kunnen Cvitanich 'voor een Ajacied' best waarderen. 'Een werker,' noemen ze hem,'dienstbaar'. Na het vertrek van Huntelaar werd hij de eerste spits van Ajax. Al vonden velen hem te licht. Toch scoorde hij de eerste keer dat hij in de basis stond. De wedstrijd erop scoorde hij een brace, en daarna een hattrick.
Toen werd het stiller. Zijn werklust bleek afgelopen zomer. In de zomerstop trainde hij door bij zijn oude club Banfield in Argentinië. Hij wilde al helemaal fit zijn bij de aanvang van een nieuw seizoen en de komst van Martin Jol. Een nieuwe trainer biedt nieuwe kansen. Helaas, werklust is niet genoeg voor Ajax. Jol haalde Pantelic. Cvitanich veranderde langzaam van de grappenmaker op het trainingsveld tot een stille jongeman. Hij is er niet gelukkig. Hij wil weg. Spelen. Maar verhuur aan de Mexicaanse CF Pachuca is ondanks berichten nog niet helemaal zeker.
Gelukkig is er ook positief nieuws voor Cvitanich. Zijn oude club Banfield is voor het eerst in 113 jaar kampioen geworden. Dankzij Cvitanich. Het landskampioenschap, dat bij Ajax niet lukt, lukt hem op afstand wel bij Banfield. In de krant La Critica de Argentina verscheen gisteren een artikel waarin een bestuurslid van de voetbalclub zegt dat ze een standbeeld zouden moeten oprichten voor Cvitanich. Zonder de 6,7 miljoen die ze van Ajax voor hem kregen, hadden ze dit nooit gepresteerd. Cvitanich: bedankt.
15 december: Voetbalstrijd
We zaten bijna tegen het dak zo hoog op onze vrijkaarten voor de wedstrijd FC Twente-NAC. Dicht tegen elkaar. Mijn geliefde, een PSV-fan, en ik, de Ajacied. We hadden FC Twentesjaaltjes van vijf euro om tegen de koude. We verzekerden elkaar dat we, hoe koud we het ook hadden of zouden hebben, nooit een sjaaltje van elkaars club om zouden doen.
De rivaliteit met FC Twente is ondanks de actuele stand nog net niet groter dan de behoefte aan warmte. De onderlinge strijd tussen PSV en Ajax natuurlijk wel. Voor één keer stonden we achter dezelfde club, daar hadden we wel een lange treinreis voor over.
Tussen de Tukkers juichten we samen zachtjes na de 0-1. Nkufo miste een strafschop, we klapten met het Twentepubliek mee dat Nkufo toezong, al klapten wij voor de keeper van NAC. Soms ging er een bel en werden de tussenstanden van de andere wedstrijden bekendgemaakt. PSV-AZ bleef hangen op 0-0, het Twentepubliek en ik juichten, mijn geliefde keek strak voor zich uit. FC Twente herpakte zich uiteindelijk en won nog vrij makkelijk met 3-1. 'Een verlies van PSV zou mijn avond opfleuren,' zei ik in de trein terug. Mijn geliefde kreeg via een sms-dienst het wedstrijdnieuws van PSV binnen en werd steeds stiller. Een paar minuten nadat hij zijn Twentesjaaltje van de nek had getrokken, scoorde Toivonen voor PSV. Hij begon opeens te grijnzen, ik bleef chagrijnig tot aan Amsterdam.
12 december: Dani is in de stad!
In de kantine van De Toekomst is het al kerst. Kerstbomen, kerstballen en vooral kerstmuziek, meer dan een uur lang. Het is er gezellig druk voor een doordeweekse middag. Een jongen van een jaar of tweeëntwintig, die sprekend op Michael Reiziger lijkt, gaat ietwat verlegen aan de ronde tafel bij Ajax-fotograaf Louis van der Vuurst zitten en pakt een krant. Op zijn trainingspak prijkt heel groot het woord STAGE.
Louis zegt: 'Hé, Michael'.
Algemeen directeur Rik van den Boog wordt gefilmd en moet daarvoor naturel naar de bar lopen en een kop koffie bestellen. Dus loopt hij naar de bar en zegt zo charmant mogelijk: 'Mag ik een kopje koffie?' Het moet over.
David Endt kijkt uit naar de komst van de oud-speler en vrouwenidool Daniel da Cruz Carvalho, alias Dani. 'Het is zo'n aardige jongen. Altijd heel vriendelijk. En ook gul. Als je een avond met hem uitging, betaalde hij alles. Voor de hele groep.'
Endt vertelt dat Dani in Portugal een eigen jeugdopleiding wil beginnen en daarom even op de Toekomst zal rondkijken. 'Hij heeft een plan opgestuurd, het zag er heel goed uit, op papier.' Aegon betaalt Dani's reisje naar Amsterdam, dat wel.
Als ik het nieuws aan vriendinnen vertel, horen zij in mijn woorden alleen maar: 'Dani is in de stad!' Het worden weer onrustige nachten in het centrum van Amsterdam.
11 december: De nieuwe
Christian Eriksen, zijn naam gonst al een tijdje. De nieuwe Laudrup wordt hij vaak genoemd. De nieuwe Bergkamp zelfs. Voorlopig gaat 'de nieuwe' nog met het openbaar vervoer naar De Toekomst. Hij is pas zeventien ten slotte. Al zou hij wel een auto kunnen betalen. Het schijnt dat hij tachtigduizend euro per jaar verdient. Barcelona vond de jonge Deen te duur.
Ik zag de Deen een paar weken geleden op dat winderige stuk tussen de Arena en het nieuwe gebouw van Endemol. Een blonde jongen in een rood trainingspak, van de straatgeluiden afgesloten door zijn iPod. Eriksen, dacht ik, en ik keek of hij me passeerde als een groot talent. Maar ik wist niet zeker waar je dan op moet letten.
Er gaan geruchten dat het talent meedoet tegen NEC. Dat hij bij de selectie zou zitten. Een gerucht dat overal enthousiast over wordt genomen, op internet, teletekst, in kranten. De journalisten en supporters zijn wel weer toe aan een nieuwe Kluivert, een nieuwe Seedorf, een nieuwe Van der Vaart. Vers bloed in de Arena. Maar voorlopig traint hij nog mee bij de A1. In een klein groepje, er heerst buikgriep.
Eriksen krijgt apart van de rest een individuele looptraining. Hij kijkt zelfverzekerd, volgt de aanwijzingen van de looptrainer nauwkeurig op en kauwt op een aardige bonk kauwgom. Waarschijnlijk drie stukjes tegelijkertijd. De looptrainer verzekert me dat hij bij de selectie zit: 'Ik zag het net op teletekst staan.
10 december: Talent
De Ajacieden trainen weer naast de Arena. Ik let extra op Cvitanich. Maar aan zijn gezicht is niet af te lezen of het mogelijke verhuur aan CF Pachuca hem oplucht.
Sulejmani ontbreekt op de training. Hij deed wel mee met Jong-Ajax tegen Jong-FC Twente maandagavond en scoorde twee keer.
Hij speelt goed bij Jong-Servië en bij Jong-Ajax. Prachtig zelfs. Het is heerlijk om de beelden te zien. Maar het wordt nu tijd voor doelpunten in de grotemensenelftallen.
Martin Jol kan wel blijven herhalen dat hij nog zo jong is, maar hij is 21, geboren in 1988, net als Van der Wiel – wel een vaste waarde in het eerste. Alderweireld en Anita zijn zelfs uit 1989. Suarez, de aanvoerder, is maar een kleine twee jaar ouder dan Mickey. Van der Vaart was achttien toen hij in het eerste debuteerde en hij was net 22 toen hij werd verkocht aan HSV. Moet ik het ook nog even hebben over Kluivert en Van Basten? Seedorf? Dat lijkt me niet. En zeg alstublieft niet dat ik Sulejmani niet met zulke grote namen moet vergelijken. Sulejmani is de duurste aankoop van Ajax, dus hij mag met iedereen worden vergeleken. Juist ook met de grote namen uit de eigen jeugd. Het excuus dat voetballers moeten wennen aan het Ajaxspel (Hoe lang? Een paar maanden, een half jaar, twee jaar?) is weer een goede reden eerst naar de eigen talenten te kijken.
Ze zijn er.
9 december: Menzo
Soms kom je een oud-Ajacied tegen. We kruisten elkaar op een trap van het Cambuurstadion, voor de wedstrijd van Cambuur tegen Go Ahead Eagles. Stanley Menzo. Nu hoofdtrainer van Cambuur. Hij liep de business lounge in waar het rook naar een studentenvereniging en waar André Hazes uit de boxen klonk. Cambuur. Gezellig.
Menzo leek ontspannen, ondanks de belangrijke wedstrijd van die avond. Go Ahead stond op één, Cambuur op drie. Menzo doet het aardig. Dat straalt hij ook uit. Al pakte Cambuur maar twee punten in de drie wedstrijden daarvoor. Ik liep naar boven, naar het restaurant en passeerde een foto van Dennis Bergkamp in een wedstrijd tegen Cambuur. Cambuur pronkt niet alleen met oud-spelers, maar ook met oud-tegenstanders.
Het restaurant zag er boven verwachting goed uit. De tafels waren netjes gedekt. Er stond een piano en er zat iemand achter. Hij zong vrij aardig. 'Het ziet er best leuk uit,' zei ik daarom ook tegen oud-Cambuurspeler, oud-NEC-speler en oud-paardenstaartdrager René van Rijswijk. 'Dat verwacht je niet.' 'Ja, het is best leuk, toch. De catering wordt gedaan door een restaurant met een ster.'
Ik matigde mijn toon. Er werd gezongen. De voorzitter werd naar voren gehaald door Sinterklaas. Een man van de business-club gooide balorig pepernoten naar meisjes in de bediening. De wijn was heel goed. De wedstrijd eindigde in nul-nul. Menzo was blij met het punt.
8 december: Bijna klemvast
'Mouth and macneal' was nog niet helemaal klaar met de Sinterklaasrijmelarij. Na de winst van FC Utrecht, of het verlies van Ajax – het is maar hoe je het bekijkt – schreef hij op de website van de Telegraaf: 'Die derde ster die staat nog ver en, hij komt niet dichterbij.' Heel wat poëtischer waarschijnlijk dan de woorden van Mark dubois, Steven, Jeroen, Luuk, Willem, Butthead, Boy en Ajaciedleiden, bij hun reacties stond: 'Deze reactie van een lezer is achteraf verwijderd, omdat deze in strijd was met onze huisregels.'
Waarschijnlijk waren deze reacties te vergelijken met hier thuis. Ook op het forum van het Ajax-netwerk wordt er lekker gemopperd. Op de spelers, op Jol, op de afgelopen jaren, op de scheidsrechter, op de regen, zelfs op Ronald Koeman en op het mopperen van anderen.
Voor vreugde kun je deze dag maar beter naar de website van Ajax zelf. Daar staat vrolijk te lezen dat de Ajacieden een 'nieuwe speel kameraad' hebben. Deze speelkameraad is een bal. De Jabulani. Zoeloe voor 'vreugde'. De nieuwe bal van Adidas. Over het verlies van Ajax in dit stukje geen woord maar wel een foto van Stekelenburg op de grond met de bal net naast zijn handen en het onderschrift: 'Maarten Stekelenburg heeft de Jabulani bijna klemvast.' Ik weet niet waarom, maar het klinkt grappig als je het hardop zegt.
5 december: Patat
In de kantine van De Toekomst is het redelijk rustig. De jongens van de A1 eten in groepjes hun avondeten. Een vrouw van de kantine vraagt om een nieuwe bak lasagne, omdat de lasagne verbrand is. De kok loopt meteen naar de keuken. Frank de Boer bestelt een koffie en gaat daarna aan een tafel zitten, een stukje van de jongens vandaan. Hij lijkt in het echt meer op Ronald de Boer dan op de televisie. Sjaak Swart zit aan de ronde tafel, hij leest een krant en beantwoordt af en toe een telefoontje. Twee mannen groeten Swart, mister Ajax, en maken een praatje. Ik zit aan de bar en drink thee. Voor een euro. Dat is vriendelijk.
Eén van de vrouwen achter de bar krijgt een plant, nog voor haar verjaardag. Ze is er blij mee. Een man geeft haar de tip om de pot niet weg te gooien, maar vrouwen weten dat soort dingen.
Dan komt de kok de keuken uit met een bord vol friet en twee schaaltjes met saus. Ketchup en mayonaise. Twee jongetjes zitten aan een tafeltje en kijken op. Het bord gaat naar Sjaak Swart. Hij kijkt verheugd.
Het is middag op De Toekomst en Sjaak Swart geniet van een bord patat.
Eén van de vrouwen achter de bar krijgt een plant, nog voor haar verjaardag. Ze is er blij mee. Een man geeft haar de tip om de pot niet weg te gooien, maar vrouwen weten dat soort dingen.
Dan komt de kok de keuken uit met een bord vol friet en twee schaaltjes met saus. Ketchup en mayonaise. Twee jongetjes zitten aan een tafeltje en kijken op. Het bord gaat naar Sjaak Swart. Hij kijkt verheugd.
Het is middag op De Toekomst en Sjaak Swart geniet van een bord patat.
3 december: Winterstop
Al weken gaan heel veel dingen net mis. Ballen belanden in het zijnet, grote kansen gaan over of naast. 'Het komt omdat hij rechtsvoor speelt nu Pantelic erbij is,' zeggen sommigen, 'zodra hij in de spits staat, scoort hij veel meer.'
'Ik heb het toch gezegd,' zegt een ander, 'Suarez is geen echte topspeler.' Of: 'Hij droeg het team een tijd, maar nu zijn er meer schouders. Suarez speelt het best als de ploeg afhankelijk van hem is.'
'Hij heeft een dipje,' zegt de Suarezfan relativerend. En omdat ik tot die groep behoor, denk ik er ook zo over. Laat iedereen maar praten, het komt heus wel weer goed. Maar het valt hoe dan ook wel op, dat als Suarez niet goed speelt, zeker als het langer achter elkaar niet goed gaat, dit aan zijn hele lichaam is af te lezen. Je ziet het aan zijn gezicht. Hij glimlacht minder tijdens het voetballen, het grote plezier lijkt weg. Hij schudt steeds boos zijn hoofd, de slechte ballen komen niet door hem. Je ziet het aan zijn lijf, hij laat zich makkelijker vallen, recht zijn rug verontwaardigder wanneer hij geen vrije trap meekrijgt of de scheidsrechter zijn tegenstander geen kaart geeft. Ook als er nauwelijks iets gebeurt. Zijn handen heft hij vaak ten hemel. Zijn ogen zijn donker. Het lijkt tijd voor de winterstop.
'Ik heb het toch gezegd,' zegt een ander, 'Suarez is geen echte topspeler.' Of: 'Hij droeg het team een tijd, maar nu zijn er meer schouders. Suarez speelt het best als de ploeg afhankelijk van hem is.'
'Hij heeft een dipje,' zegt de Suarezfan relativerend. En omdat ik tot die groep behoor, denk ik er ook zo over. Laat iedereen maar praten, het komt heus wel weer goed. Maar het valt hoe dan ook wel op, dat als Suarez niet goed speelt, zeker als het langer achter elkaar niet goed gaat, dit aan zijn hele lichaam is af te lezen. Je ziet het aan zijn gezicht. Hij glimlacht minder tijdens het voetballen, het grote plezier lijkt weg. Hij schudt steeds boos zijn hoofd, de slechte ballen komen niet door hem. Je ziet het aan zijn lijf, hij laat zich makkelijker vallen, recht zijn rug verontwaardigder wanneer hij geen vrije trap meekrijgt of de scheidsrechter zijn tegenstander geen kaart geeft. Ook als er nauwelijks iets gebeurt. Zijn handen heft hij vaak ten hemel. Zijn ogen zijn donker. Het lijkt tijd voor de winterstop.
1 december: Droom
Sinds anderhalve maand droom ik zo'n drie keer per week over Ajax. Over doelpunten, bijzondere momenten in het stadion, gesprekken met spelers. Soms droom ik zelfs over deze rubriek.
Dan bedenk ik tijdens mijn slaap waarover ik zal schrijven. Als ik wakker word, lijkt het stuk al half geschreven en het idee briljant. Ik dank mijn slaap waarin ik niet heb liggen dommelen, het leven is zo veel makkelijker als het werk in je slaap gebeurt, dan kun je overdag dromen.
Maar na het douchen, de eerste boterham, het staren uit het raam, het negeren van de deurbel, het lezen van de krant van gisteren, gaat de glans steeds meer van het idee af, zoals je soms ook een dag later moet terugkomen op dronkemansplannen of liefdesbetuigingen. En waar je niet alleen op terug moet komen, maar waarvoor je je zelfs schaamt. Zo had ik vanmorgen in mijn korte slaap na de wekker een goed idee. Ik moest schrijven over Martin Jol, want al sinds ik over Ajax droom, gaan de helft van mijn dromen over hem. En wat ik droom is steeds hetzelfde.
Het is een kuise droom, Jol en ik zijn geen geliefden in mijn dromen, maar toch, toch leek het me later op de dag te intiem om op te schrijven. Het is maar een droom natuurlijk, het is niet echt, maar mensen zouden er toch maar rare dingen van kunnen denken. En Jol heeft wel een imago.
Dan bedenk ik tijdens mijn slaap waarover ik zal schrijven. Als ik wakker word, lijkt het stuk al half geschreven en het idee briljant. Ik dank mijn slaap waarin ik niet heb liggen dommelen, het leven is zo veel makkelijker als het werk in je slaap gebeurt, dan kun je overdag dromen.
Maar na het douchen, de eerste boterham, het staren uit het raam, het negeren van de deurbel, het lezen van de krant van gisteren, gaat de glans steeds meer van het idee af, zoals je soms ook een dag later moet terugkomen op dronkemansplannen of liefdesbetuigingen. En waar je niet alleen op terug moet komen, maar waarvoor je je zelfs schaamt. Zo had ik vanmorgen in mijn korte slaap na de wekker een goed idee. Ik moest schrijven over Martin Jol, want al sinds ik over Ajax droom, gaan de helft van mijn dromen over hem. En wat ik droom is steeds hetzelfde.
Het is een kuise droom, Jol en ik zijn geen geliefden in mijn dromen, maar toch, toch leek het me later op de dag te intiem om op te schrijven. Het is maar een droom natuurlijk, het is niet echt, maar mensen zouden er toch maar rare dingen van kunnen denken. En Jol heeft wel een imago.
28 november: supportersfeest 3
De Ajacieden zitten maar een paar tafels bij mij vandaan te eten. Ik kijk in de krant. Misschien kan ik Anita zo feliciteren met zijn nieuwe contract. Dat ik zo heel nonchalant langsloop en zeg: 'Hé Vurnon, gefeliciteerd met je nieuwe contract.' Dan moet ik ook misschien iets hebben voor daarna. Anders wordt het geen gesprek.
Misschien kan ik vragen of hij blij is? Nee. Wat vinden je ouders? Nee. I moet iets bedenken waar hij een lang antwoord op kan geven. Zodat ik daar weer op kan inhaken. Maar waarom zouden ze het eigenlijk leuk vinden om met mij te praten? Ze zullen me zien als een journalist, en journalisten willen altijd iets van hen. Ik houd van wat zij doen, maar wat ik produceer, stukjes en verhalen op papier, heeft hun interesse niet.
Ik blader wat in een oude Voetbal International. Emanuelson is er Gilette-speler van de week. Aissati en Emanuelson zijn aan een tafel naast mij gaan zitten. Misschien kan ik Emanuelson om een handtekening vragen? En daar meteen een gesprekje aan vastknopen? Hoe voelt dat nou, om Gilette-speler van de week te zijn? Wat vinden je ouders? Ik wil opstaan, maar blijf zitten. Als ik opkijk, kijkt Aissati me aan. Hij kijkt vriendelijk en opent zijn mond, alles komt goed. Aissati en ik worden goede vrienden en bellen elkaar op verjaardagen.
'Mevrouw, weet u waar de wc is?'
Misschien kan ik vragen of hij blij is? Nee. Wat vinden je ouders? Nee. I moet iets bedenken waar hij een lang antwoord op kan geven. Zodat ik daar weer op kan inhaken. Maar waarom zouden ze het eigenlijk leuk vinden om met mij te praten? Ze zullen me zien als een journalist, en journalisten willen altijd iets van hen. Ik houd van wat zij doen, maar wat ik produceer, stukjes en verhalen op papier, heeft hun interesse niet.
Ik blader wat in een oude Voetbal International. Emanuelson is er Gilette-speler van de week. Aissati en Emanuelson zijn aan een tafel naast mij gaan zitten. Misschien kan ik Emanuelson om een handtekening vragen? En daar meteen een gesprekje aan vastknopen? Hoe voelt dat nou, om Gilette-speler van de week te zijn? Wat vinden je ouders? Ik wil opstaan, maar blijf zitten. Als ik opkijk, kijkt Aissati me aan. Hij kijkt vriendelijk en opent zijn mond, alles komt goed. Aissati en ik worden goede vrienden en bellen elkaar op verjaardagen.
'Mevrouw, weet u waar de wc is?'
27 november: Supportersfeest 2
De donkere hal is rood-wit. Moderne muziek wordt afgewisseld met Ajaxklassiekers. Ik loop wat verloren rond tussen kinderen en hun ouders, of hun ooms en grootouders. De persvoorlichter van de supportersvereniging helpt me en begeleidt me vriendelijk naar de ruimte waar de spelers later zullen eten.
Ik klaag wat over de busverbinding en andere dingen die in me opkomen. Hij hoort het geduldig aan. "Op verzoek van Ajax mogen jullie de spelers alleen interviewen in deze gang, dus niet in de eetruimte zelf." Ik kijk rond in de donkere gang. "Ja, het is niet ideaal maar het is het verzoek van Ajax, dus niet van ons. Dat je dat niet straks opschrijft."
Ik blijf in de eetruimte hangen, een journalist interviewt de vooruit gereisde Stekelenburg. Niet in de donkere gang. Als het handjevol spelers in trainingspak binnenkomt met hun entourage, weet ik niet wat ik ze zou moeten vragen. Herman Pinkster, de spelersbegeleider van het eerste, komt even kort een praatje maken.
"Ik heb honger, denk je dat ik ook wat zou kunnen eten Herman?" "Ja joh, eet gewoon wat mee."
Ik ben best gelukkig. Ik eet biefstuk met friet met jongens van het eerste van Ajax.
We zitten maar een paar tafels van elkaar vandaan.
(Het derde en laatste deel van deze reeks staat morgen in de krant.)
26 november: Supportersfeest 1
Op station Zaandam wachtte ik al een tijd op bus 56. Het waaide afval. En nergens zag ik Ajax-sjaaltjes. "Mevrouw," zei ik in het informatiehuisje, "bus 56 zou er al vijf minuten moeten zijn, weet u wanneer deze bus komt?" Ze keek lang op een papier terwijl ik angstvallig naar buiten bleef kijken om de bus niet toch nog te missen. "Hier, bus 56 gaat één keer per uur en komt om 17.27. Dus mis hem niet."
Snel liep ik naar buiten en op hetzelfde moment kwam een klein wit busje voor ongeveer negen personen voorrijden. Achter het raam stond een stuk karton met daarop '56' geschreven. "Is dit bus 56?", vroeg ik voor de zekerheid. "Ja," was het antwoord. "Is dit bus 56?" hoorde ik achter me. Weer was het antwoord bevestigend. Er was geen mogelijkheid om te ov-chippen in het busje maar ik mocht toch mee. Om 17.23 reden we, een man, twee jonge tieners, de buschauffeur en ik, weg van het station. Naar het Ajax-supportersfeest. "Wat een rare plek voor een supportersfeest," zei de chauffeur. "De laatste bus gaat al om 19.00 uur terug. Anders moeten jullie het hele stuk lopen."
Ik keek naar buiten. We passeerden de industrieterreinen van Zaandam. Dat werd geen zondagse wandeling op de hei. "Dan gaan we vroeg weg," zei de man opgelucht. "Dat is dan mooi jammer voor deze kutkinderen." Ik had op het station al opgemerkt dat dit liefkozend was bedoeld. De 'kutkinderen' sloegen liefdevol terug met opmerkingen over zijn gewicht en herseninhoud. De sfeer in het busje was goed.
21 november: Persmoment
"Deze koffie is niet te drinken." Een van de journalisten pakt toch een bekertje koffie onder het Douwe Egbertsapparaat vandaan. "Daarom neem ik thee," mompel ik en plaats het kartonnen bekertje onder het tuutje. Al neem ik alleen maar thee omdat ik geen koffie drink. De journalist neemt een slokje van zijn koffie en kijkt er vies bij. Een ander pakt drie broodjes uit de bak om te zien wat erop zit en legt ze dan weer terug. Ik sla even over.
Er is veel pers. Of waarschijnlijk lijkt het zo omdat de persruimte hier op De Toekomst een stuk kleiner is dan in de Arena. De meesten wachten daarom buiten op Martin Jol, roken een sigaret en praten wat met elkaar. Over voetbal. Of ze mopperen wat op Ajax. Er zijn eigenlijk maar weinig vragen tijdens het persmoment, nauwelijks iets over de wedstrijd tegen Heerenveen. De journalist van de vieze koffie is nog wel benieuwd over wie Jol kan beschikken zondag. Jol leest de geblesseerden op van een briefje. Dan gaat het even over Sulejmani, de doelpunten die hij heeft gemaakt en de doelpunten die hij toch niet heeft gemaakt. En dan over de wonderdokter Marijana Kovacevic.
Een journalist wil weten wat Jol van haar vindt. "Ik weet het niet, ik ken haar niet." Er wordt nog even over haar doorgepraat. "Zijn er nog vragen?", besluit persvoorlichter Riske Betten dan. Niemand geeft antwoord. Dick Sintenie van Het Parool kijkt even naar mijn aantekeningen en zegt: "Mooi tekeningetje heb je gemaakt."
19 november: Inenten
Ik wist mijn huisarts uiteindelijk wel te overtuigen. "Ik móét er één krijgen. Ik heb u toch uitgelegd wat ik doe voor mijn brood? Heeft u wel eens gehoord van de term competitievervalsing? Weet u wat ervan afhangt als ik iemand besmet op mijn werk? Kent u Luis Suarez?"
Ik kreeg mijn zin; een inenting en een pleister. Nu durf ik weer dicht langs het trainingsveld te lopen, te kuchen op het sportcomplex, voetballers de hand te schudden, Emanuelson toe te juichen.
Je hebt als 'Ajaxwatcher' toch een verantwoordelijkheid naar de club, naar de jongens. Want eigenlijk is iedereen zonder inenting al een soort risicogroep. De jongens lopen natuurlijk niet alleen maar een beetje op en neer over een veld. Ze zitten in vliegtuigen, golfen, gaan naar optredens van rappers, zoenen met vrouwen, omhelzen familieleden, zoeken Atouba op in het ziekenhuis, delen sportdrankjes, nemen wisselgeld aan in de Palladium en gaan op de foto met schoolklassen.
De jongens van AZ kunnen dit met een glimlach doen, zij hoeven zich geen zorgen te maken. Zij niet. Maar voor de Ajacieden is elke ontmoeting en elk spreekkoor een gevaar. Er hoeft maar een besmette supporter tussen te zitten in het stadion en het eerste van Ajax ligt ziek op bed. Een echte Ajaxsupporter laat zich inenten.
18 november: Pot
Voor deze rubriek moet ik tegenwoordig zelfs naar Rotterdam om weer eens een Ajacied te zien: Vurnon Anita op het veld van Het Kasteel met Jong Oranje tegen Jong Spanje (2-1), Kenneth Vermeer, Urby Emanuelson en Siem de Jong op de tribune. De eerste twee waarschijnlijk uit interesse voor hun vriend Anita, de laatste door een blessure.
Het Kasteel was vol, de sfeer was goed, trainers kwamen een kijkje nemen, kinderklassen riepen meerdere keren achter elkaar "Holland". Anita speelde op het middenveld en hij deed dat prima. Op de vraag of Anita een linksback is of een middenvelder antwoordde Cor Pot na afloop zonder te twijfelen: een middenvelder.
Pot was op de persconferentie welgemutst, het was dan ook een goede wedstrijd geweest met naar eigen zeggen een paar uitblinkers op het veld. Het was ook fijn dat de wedstrijd in Rotterdam was en niet ergens in het Noorden, dan hoefde hij niet zo ver naar huis te rijden. Ik twijfelde of ik Pot ook iets zou vragen.
Ik houd eigenlijk niet zo van een kort vraaggesprek waarbij anderen mee kunnen luisteren naar je gestotter, maar ik had net wat moed verzameld toen midden in de persconferentie de deur even openging en klanken de perskamer binnenkwamen van Nederlandstalige muziek en van een Rotterdamse vrouwenstem: "He Cor! Gefeliciteerd!" Pot moest lachen en zei: "Tot zo schat!" Toen was het moment weer weg.
17 november: Sulejmani
Er zijn nog steeds veel mensen die vertrouwen hebben in Miralem Sulejmani. Zijn moeder natuurlijk. Miralem Sulejmani zelf, zijn teamgenoten bij Jong-Servië, Martin Jol, maar ook vak 410. Dat laatste is opmerkelijk. Terwijl de meeste supporters in het vak waar ik zit, beginnen te zuchten wanneer Sulejmani aan de bal komt, zingt vak 410 hem hartelijk toe.
Ik denk niet dat er een voetballer is in de geschiedenis van Ajax die op zo veel sympathie vanaf de tribune kan rekenen zonder ook maar echt iets te hebben gepresteerd in het eerste. Atouba werd in zijn tweede wedstrijd al uitgefloten. Marko Pantelic kan ook op weinig steun rekenen. Ik herinner me nog dat Suarez wel eens op een fluitconcert kon rekenen in de tijd dat hij nog veel ging liggen. En ook Zlatan won met moeite de harten van de Ajax-supporters. Maar Sulejmani heeft zijn eigen lied. Hoe het komt dat Sulejmani het lieverdje van 410 is weet ik niet.
Hij is geen echte Amsterdammer, speelde niet in de jeugd vanaf zijn vierde of voor hulpsinterklaas bij de Kidsclub en hij heeft bij Ajax nog weinig laten zien. Het is niet dat ik het Sulejmani niet gun, ik hoop voor Ajax dat hij nog gaat vlammen dit seizoen, dat hij speelt zoals tegen Jong Noorwegen, laat zien waarom Jol nog steeds in hem gelooft en dat hij de tegenstanders dolt en gek maakt. Ik weet gewoon niet of het goed is voor zijn ontwikkeling om nu al voor hem te zingen.
Ik denk niet dat er een voetballer is in de geschiedenis van Ajax die op zo veel sympathie vanaf de tribune kan rekenen zonder ook maar echt iets te hebben gepresteerd in het eerste. Atouba werd in zijn tweede wedstrijd al uitgefloten. Marko Pantelic kan ook op weinig steun rekenen. Ik herinner me nog dat Suarez wel eens op een fluitconcert kon rekenen in de tijd dat hij nog veel ging liggen. En ook Zlatan won met moeite de harten van de Ajax-supporters. Maar Sulejmani heeft zijn eigen lied. Hoe het komt dat Sulejmani het lieverdje van 410 is weet ik niet.
Hij is geen echte Amsterdammer, speelde niet in de jeugd vanaf zijn vierde of voor hulpsinterklaas bij de Kidsclub en hij heeft bij Ajax nog weinig laten zien. Het is niet dat ik het Sulejmani niet gun, ik hoop voor Ajax dat hij nog gaat vlammen dit seizoen, dat hij speelt zoals tegen Jong Noorwegen, laat zien waarom Jol nog steeds in hem gelooft en dat hij de tegenstanders dolt en gek maakt. Ik weet gewoon niet of het goed is voor zijn ontwikkeling om nu al voor hem te zingen.
14 november: Vlaggen
Niemand kon met zoveel onschuld vals spelen als Stef. Iedere zondagochtend parkeerde hij zijn driewieler pal naast de ingang van de plaatselijke voetbalclub. Dan maakte hij een praatje met de vrouw van de kantine. Meestal over regen.
Hij was niet verliefd op de vrouw van de kantine, maar hij zou het wel met haar willen doen. Dat vertelde hij aan de jongens, zijn jongens, van het zesde elftal. Ook met hun vriendinnen, zusjes en moeders zou hij het best eens willen doen. En met Yolanthe. Die van Jan Smit.
Tijdens de thuiswedstrijden van het zesde elftal mocht Stef altijd 'vlaggen'. Daar verheugde hij zich op vanaf de maandagochtend. Voor de wedstrijd liep hij warm langs de zijlijn, alvast met de vlag in de hand. Hij bewoog tijdens de wedstrijd nooit zijwaarts met het gezicht naar het veld, zoals de grensrechters op tv, dan struikelde hij, hij rende gewoon zoals hij altijd rende, met het gezicht naar voren, de billen naar achteren.
De jongens van de tegenpartij scholden hem vaak uit, hij vlagde bij twijfel altijd voor buitenspel. Soms werd het knokken; zijn twee neven, tegelzetters, speelden in het zesde en namen het graag voor hem op. Na afloop kreeg hij biertjes en tosti's van de jongens van het zesde. Als ze wonnen tilden ze hem wel eens rond in de kantine. Het was de leukste dag van de week.
Totdat hij een vriendin kreeg. Toen kwam hij niet meer.
Hij was niet verliefd op de vrouw van de kantine, maar hij zou het wel met haar willen doen. Dat vertelde hij aan de jongens, zijn jongens, van het zesde elftal. Ook met hun vriendinnen, zusjes en moeders zou hij het best eens willen doen. En met Yolanthe. Die van Jan Smit.
Tijdens de thuiswedstrijden van het zesde elftal mocht Stef altijd 'vlaggen'. Daar verheugde hij zich op vanaf de maandagochtend. Voor de wedstrijd liep hij warm langs de zijlijn, alvast met de vlag in de hand. Hij bewoog tijdens de wedstrijd nooit zijwaarts met het gezicht naar het veld, zoals de grensrechters op tv, dan struikelde hij, hij rende gewoon zoals hij altijd rende, met het gezicht naar voren, de billen naar achteren.
De jongens van de tegenpartij scholden hem vaak uit, hij vlagde bij twijfel altijd voor buitenspel. Soms werd het knokken; zijn twee neven, tegelzetters, speelden in het zesde en namen het graag voor hem op. Na afloop kreeg hij biertjes en tosti's van de jongens van het zesde. Als ze wonnen tilden ze hem wel eens rond in de kantine. Het was de leukste dag van de week.
Totdat hij een vriendin kreeg. Toen kwam hij niet meer.
13 november: Belangrijk
Hij zei dat hij een vriend had, en die had een neef en die neef was een vriend van Bobby Haarms. Echt waar. Hij keek me trots aan. Of ik me Bobby Haarms nog kon herinneren? Want als ik Bob Haarms niet kende, was ik geen echte Ajacied.
Ik ben nog eens met hem op de foto gegaan had ik gezegd. Een jaar of twaalf geleden. Haarms trainde apart met Jari Litmanen. Apart van de anderen. Litmanen was daarna erg bezweet maar moest eerst op de foto, met kinderen, rare types en natuurlijk met ons. Haarms stuurde hem daarna snel naar binnen, vanwege dat zweet en de winterkou.
Het is toen niet iedereen gelukt Litmanen vast te leggen. Aan Haarms durfden we bijna niet te vragen of hij ook met ons op de foto wilde, maar we deden het toch. We waren al zestien maar hadden een Ajaxvlaggetje in de hand. Hij vond het goed.
"Ja, Haarms was een echte Ajacied." De man knikt. Dat moest ik maar eens aan die neef van die vriend van hem vragen. "Toen hij ziek werd, echt waar, tot in zijn laatste dagen, had-ie het alleen maar over Ajax. Altijd over Ajax. Over zijn jongens. Dat vertelde die neef aan die vriend van mij. Dat had hij weer van iemand gehoord. In het ziekenhuis dacht een verpleegster dat-ie het allemaal verzon, zei ze tegen een andere verpleegster. Meneer Haarms is erg in de war, hij denkt dat-ie een belangrijk figuur is geweest bij Ajax."
Ik ben nog eens met hem op de foto gegaan had ik gezegd. Een jaar of twaalf geleden. Haarms trainde apart met Jari Litmanen. Apart van de anderen. Litmanen was daarna erg bezweet maar moest eerst op de foto, met kinderen, rare types en natuurlijk met ons. Haarms stuurde hem daarna snel naar binnen, vanwege dat zweet en de winterkou.
Het is toen niet iedereen gelukt Litmanen vast te leggen. Aan Haarms durfden we bijna niet te vragen of hij ook met ons op de foto wilde, maar we deden het toch. We waren al zestien maar hadden een Ajaxvlaggetje in de hand. Hij vond het goed.
"Ja, Haarms was een echte Ajacied." De man knikt. Dat moest ik maar eens aan die neef van die vriend van hem vragen. "Toen hij ziek werd, echt waar, tot in zijn laatste dagen, had-ie het alleen maar over Ajax. Altijd over Ajax. Over zijn jongens. Dat vertelde die neef aan die vriend van mij. Dat had hij weer van iemand gehoord. In het ziekenhuis dacht een verpleegster dat-ie het allemaal verzon, zei ze tegen een andere verpleegster. Meneer Haarms is erg in de war, hij denkt dat-ie een belangrijk figuur is geweest bij Ajax."
12 november: kampioen
Kijk, als Suarez niet weg gaat in de winter, Vertonghen en Alderweireld ook blijven, Enoh niet voor een wedstrijd of vijf geschorst wordt, Stekelenburg zijn rechterduim niet breekt, de dames in de keuken hun handen blijven wassen, De Zeeuw niet verliefd wordt op een presentatrice van TMF, de supporters de hoge prijzen blijven betalen om een wedstrijd te bezoeken, Vink niet meer fluit, Emanuelson in zichzelf blijft geloven, Martin en Cock Jol geen ruzie krijgen, vak 410 vrolijk door blijft zingen, Rik van den Boog weer het bedrijfsleven in gaat, Stekelenburg ook zijn linkerduim niet breekt, Aissati blijft groeien, Gregory van der Wiel het niet te laat maakt, David Endt blessurevrij blijft, het dak niet gaat lekken, Pantelic op de juiste plek voor het doel gaat staan, de buschauffeur goed op de weg blijft letten, Bryan Ruiz naar Spanje gaat, de temperatuur blijft stijgen, Gabri de Mexicaanse griep niet krijgt, de mascotte Lucky gewoon positief blijft denken en Babel, Van der Vaart en Huntelaar alledrie in de winterstop naar Amsterdam komen, dan zou Ajax natuurlijk best nog landskampioen kunnen worden dit seizoen. Maar dat is mijn mening.
11 november: Zjorsje
George Ogararu lacht. Hij heeft wel reden om te lachen. Iets meer dan een jaar geleden zag ik hem rennen op de Keizersgracht met aan zijn hand een klein jongetje. Tijdens de wedstrijd Jong Ajax tegen Jong De Graafschap kwam dat jongetje voor me zitten op de Bobby Haarmstribune. Samen met zijn beeldschone moeder en beeldige zusje.
Het zoontje van Ogararu. Hij is een jaar of vijf schat ik. Wanneer hij zijn vader ziet, begint hij blij naar hem te roepen en te zwaaien.
Het maakt hem nog niet uit of zijn vader in een uitverkochte Arena staat, op het hoofdveld van de Toekomst of een hobbelig veld van een amateurclub. Ogararu hoort zijn zoontje niet, concentreert zich op de wedstrijd. En alles wat hij doet gaat goed. Overal is Ogararu. Iedereen speelt hem aan. Hij is verantwoordelijk voor het eerste doelpunt van Ajax. Zijn zoontje springt op en juicht en slaat zijn wanten tegen elkaar aan. Hij is de grootste fan van zijn vader.
De stadionspeaker roept de naam George Ogararu om. Het zoontje en zijn moeder beginnen onbedaarlijk te lachen. "Zjorsje!," herhalen ze de uitspraak van de stadionspeaker. "Zjorsje!" Het dochtertje kijkt vrolijk naar de lol van haar moeder en broer. Al begrijpt ze de lol niet. In de rust loopt Ogararu naar zijn zoontje toe en lacht. Hij is de beste man van het veld. En zijn zoon heeft het gezien.
Het zoontje van Ogararu. Hij is een jaar of vijf schat ik. Wanneer hij zijn vader ziet, begint hij blij naar hem te roepen en te zwaaien.
Het maakt hem nog niet uit of zijn vader in een uitverkochte Arena staat, op het hoofdveld van de Toekomst of een hobbelig veld van een amateurclub. Ogararu hoort zijn zoontje niet, concentreert zich op de wedstrijd. En alles wat hij doet gaat goed. Overal is Ogararu. Iedereen speelt hem aan. Hij is verantwoordelijk voor het eerste doelpunt van Ajax. Zijn zoontje springt op en juicht en slaat zijn wanten tegen elkaar aan. Hij is de grootste fan van zijn vader.
De stadionspeaker roept de naam George Ogararu om. Het zoontje en zijn moeder beginnen onbedaarlijk te lachen. "Zjorsje!," herhalen ze de uitspraak van de stadionspeaker. "Zjorsje!" Het dochtertje kijkt vrolijk naar de lol van haar moeder en broer. Al begrijpt ze de lol niet. In de rust loopt Ogararu naar zijn zoontje toe en lacht. Hij is de beste man van het veld. En zijn zoon heeft het gezien.
10 november: Ismaïl Aissati
Javier Martina heeft zijn trainingspak uitgetrokken, hij wordt gecontroleerd op horloges of armbanden, daarna op zijn schoeisel. Hij knikt. Martina is goedgekeurd. Dan houdt grensrechter een bord omhoog. Nummer 11 staat erop in rood. Nummer 17 staat erop in groen. Martina trappelt. Op het veld gebeurt niets. Martina blaast op zijn handen. Pieter Huistra roept: "Issi!"
Ismaïl Aissati, de speler met rugnummer 11, kijkt naar de zijlijn en houdt even vragend zijn handen omhoog. Dan rent Aissati verder, zijn hoofd naar de grond gericht. Het blijft kort stil aan de zijlijn. "Issi!" roept Huistra dan nogmaals. "Ismaïl!"
Aissati houdt nog een keer vragend zijn armen omhoog. En nog een keer. Al iets minder vragend. "Issi!" klinkt het nu ook uit andere kelen. Martina is opgehouden met trappelen. Aissati blijft op de middenlijn staan. Zijn teamgenoten praten tegen hem, manen hem op te schieten. Maar Aissati schudt zijn hoofd, kijkt helemaal niet meer naar de zijlijn, alleen nog maar naar de grond en verzet zich tegen de duwende jongens van het beloftenelftal. Zeegelaar rent naar hem toe, trekt aan hem. Maar Aissati geeft niet mee. Hij gaat niet over de zijlijn. In plaats daarvan rent hij na nog wat geduw richting het doel van De Graafschap om daarachter door de poort te lopen, direct naar de kleedkamer. Martina kan het veld op.
7 november: The middle road
Marko Pantelic blijft fascineren. Voor sommigen is hij al een cultheld, anderen vinden hem helemaal niets, 'Panteniets' noemen ze hem. Ze ergeren zich aan zijn zelfverzekerdheid, of zelfs arrogantie, aan zijn wanprestaties op het veld. De liefhebbers sturen elkaar het Youtubefilmpje 'Marko Pantelic provoziert alle' door waarin hij buigt voor het publiek dat hem uitfluit. Tot nu toe wordt hij elke keer wat beter, tegen Feyenoord was hij verantwoordelijk voor drie assists, tegen Dinamo Zagreb scoorde hij, en was hij gretig.
Sommige jongens moeten even wennen. Niet alleen aan de club, ook aan het andere leven in een onbekende stad. Of misschien beter gezegd: aan het leven aan de rand van een onbekende stad. Spelers die vanuit het buitenland naar Ajax komen, kopen meestal een appartement in een troosteloze buurt als Buitenveldert of Diemen. Pantelic ook.
Hij woont nog alleen, in afwachting van zijn vrouw en kinderen, die nog geen papieren hebben om in Nederland te wonen. Eerst woonde hij in een hotel, nu in zijn eigen appartement. In een "new neighbourhood of Amsterdam, with high buildings." "You take the road, here to Amsterdam," hij wijst richting raam, "and than the middle road."
Beter kon hij het niet uitleggen. We gokten ergens in de buurt van station RAI.
Alleen in een stad. Zonder familie en vrienden. "Yeah it's hard."
En dan ook nog in zo'n buurt. Wat doet hij in zijn vrije tijd?
"Mostly I sleep."
3 november: vrouw zijn
Omdat ik een vrouw ben en Ajacied wordt mij al jaren gevraagd wie ik de knapste speler van de selectie vind. Een terechte vraag. Echt waar. Ik vind dat je de meeste vrouwelijke voetballiefhebbers geen vraag moet stellen die ingewikkelder is dan deze. Je kunt vrouwen natuurlijk ook vragen wie ze de beste voetballer van hun club vinden. Vaak komen de antwoorden op beide vragen namelijk overeen. Op de middelbare school was de lievelingsajacied van veel van mijn vriendinnen Dani. Toen we gingen studeren: Daniel de Ridder. Om maar even twee voorbeelden te geven. Mijn lievelingsspeler tijdens mijn middelbareschooltijd was Ronald de Boer. En op twee stond Frank de Boer. En ik meende dat. En nog steeds, eerlijk waar, ben ik niet zo met het uiterlijk van voetballers bezig. Voetballers zijn niet mijn doelgroep. Of misschien beter gezegd: ik behoor niet tot de doelgroep van voetballers. Want niet alleen voetballers zijn beperkt houdbaar, een spelersvrouw ben je meestal ook alleen als twintiger. Vaak begin je er al mee op je zestiende. En als de voetballer stopt met spelen, ben je geen spelersvrouw meer maar gewoon vrouw. Net als alle andere vrouwen. Zo gaat dat. In de ogen van voetballer ben ik als achtentwintigjarige niet eens rijp meer, maar al bijna rot. Maar als ik vorig jaar iemand moest kiezen, als het me dan toch werd gevraagd, en dat gebeurde nog al eens, dan koos ik Thomas Vermaelen. Toen de Wentworth Miller van de eredivisie.
31 oktober: Wat ik zeg
Hij komt nog even het trainingsveld op met zijn voeten niet helemaal goed in de schoenen. Hij was de man van de doelpunten tegen Dordrecht, maar hij straalt geen trots uit, geen blijdschap. Emanuelson begrijpt dat zoiets als trots in combinatie met de wedstrijd van donderdagavond ongepast is. Hij kijkt even naar de jongens die niet in de basis stonden en op het trainingsveld een wedstrijdje spelen. Dan zijn er alweer journalisten die hem willen spreken. Je weet hoe dat zal gaan. Emanuelson is netjes. Vriendelijk. Hij leidt zijn antwoorden vaak in met de woorden ‘wat ik zeg’. Meestal heeft hij nog niets gezegd over wat daarna volgt, maar dat is niet erg, je gunt hem zijn ‘stopzinnetje’ omdat hij zo aardig is. Aardig in de positieve zin van het woord. Soms verlang je er namelijk wel eens naar dat die ‘aardige mensen’ eens iets vervelends doen, een smerige gewoonte hebben of katten slaan. Omdat hun voortdurende aardigheid zo onverdraaglijk is. Maar de aardigheid van Emanuelson is vooral geruststellend. Ze bestaan, prettig aardige mensen. In een thuiswedstrijd brengt Emanuelson zijn bos bloemen bijna altijd naar een van de gehandicapten. Niet op de manier zoals sommigen dat zouden doen, van: ‘Kijk mij eens, ik breng mijn bloemetje naar de gehandicapten, ziet iemand mij?’ Gewoon op een normale manier. Zonder aanstellerij. En daarna lekker voetballen.
Achteruit
In de dure auto zit een blonde vrouw achter het stuur. Een mooie blonde vrouw. Haar haren hangen los. Een paar mannen stoppen. Ze kijken naar haar in bewondering en wachten tot ze de auto uit de parkeerplek in de parkeergarage heeft gereden.
Een jongeman met een hip kapsel staat achter de auto en geeft haar aanwijzingen. Hij praat niet hard, ze kijkt naar zijn gebaren en begrijpt ze. Al scheelt het weinig of ze rijdt de auto tegen een grote, donkere Mercedes aan.
De jongeman draagt een tasje van Louis Vuitton, vast van de vrouw, een bidon, en een tas. Als ze de auto rijklaar heeft neergezet opent de jongen de achterklep en legt de spullen erin. De vrouw stapt uit de auto en spreekt tegen hem in verhit Spaans. Hij antwoordt zachtjes, een beetje nonchalant.
Dan loopt hij naar de bestuurdersdeur en gaat achter het stuur zitten, de blonde vrouw gaat naast hem zitten op de bijrijdersstoel. Nu mag hij rijden. Luis Suarez.
Net daarvoor nog was hij een van de beste, of misschien wel de beste op het veld bij Ajax.
Hij maakte het eerste doelpunt, gaf de voorzet voor het tweede doelpunt.
Deze jongeman, de topscorer van de eredivisie, laat zijn vrouw de auto voor hem achteruit een parkeerplek uitrijden.
Aanwinst
Het stond 's ochtends al op de website van Ajax te lezen: 'Er is een nieuwe aanwinst voor Ajax.' Bij Ajax hebben ze een nieuwe spelersbus en daar zijn ze trots op. De bus werd meteen na de persconferentie van trainer Martin Jol gepresenteerd zodat de journalisten misschien nog wat zouden blijven hangen. De hele selectie was erbij. Ze mochten allemaal even in de bus zitten. Van buiten keken wij naar spelers in een stilstaande bus. En zij keken naar ons.
'Mooi zeg,' zeiden de journalisten lacherig. 'Zes wielen.'
'Hoe vind jij de bus?' vroeg er een aan Riske Betten, de persvoorlichter van het eerste elftal van Ajax, omdat de mannelijke voetbaljournalisten altijd een excuus zoeken om iets tegen haar te zeggen.
'Prachtig, ik vind de bus prachtig,' antwoordde ze met een stem vol ironie. Wat moet je in godsnaam zeggen over een bus? Als je van bussen houdt, is het best een aardig exemplaar hoor. De stoelen zitten erg lekker. Er zijn stopcontacten voor de computers en mobiele telefoons, er is een oventje en een ijskast, er zijn videoschermen, en je kunt ook goed naar buiten kijken. Een prima bus dus. Daar kun je best mee naar Salou en terug, dus zeker ook naar Alkmaar. Aan de twee lange kanten van de bus is het lichaam van een Ajacied te zien over bijna de gehele breedte.
'Jan Vertonghen herkende zichzelf,' zei een journalist.
Dat was knap van Jan Vertonghen.
Afstand
In de ochtend zijn de hekken van De Toekomst gesloten, ik mag niet eens het terrein op om naar de wc te gaan. Jol kondigde al aan dat hij ook wel eens besloten zou trainen in het begin. Maar het is blijkbaar nog steeds ‘ het begin’, hij traint al maanden besloten in de ochtend, en ’s middags gaan de trainingen vaak niet door.
Van een afstandje kijk ik wel eens naar de rode trainingspakken in de verte, het is soms nauwelijks te zien wie nu eigenlijk wie is. Ajax-watcher, werd ik genoemd, het is letterlijk wat ik doe.
De spelers denken vast dat ik een gestoorde fan ben, een stalker van een van hun ploeggenoten, op mijn fietsje langs het veld of buiten de hekken van het terrein. In mijn eentje een tosti etend in de kantine.
Vorige week fietste ik tegen de wind in terug naar huis. Daley Blind kwam langsrijden in een Mercedes sportwagen, hij remde even af, keek mij spottend aan, en trok toen weer op. Weg reed hij in zijn mooie auto, met leren bekleding, mijn leren zadel was nat van de miezerregen. Bespot door een jongen van bijna tien jaar jonger. Maar hij heeft gelijk, het is gekkenwerk wat ik doe. Maar mooi gekkenwerk. Het is wel Ajax. Het is Van Basten, Bergkamp, Overmars, Rijkaard, Cruijff, Van der Sar, Ronald en Frank de Boer, Kluivert, Litmanen, Van der Vaart, Suarez. Ajax. En ik ben erbij. Zij het van een afstand.
Alsmaar dezelfde rondjes
Revalideren als voetballer kent dezelfde eenzaamheid als die van een lange afstandsloper, maar dan zonder de wisselende landschappen. Revalideren doe je vooral binnen, op apparaten, turend naar een muur. Als het wat beter gaat, mag je rondjes rennen om het voetbalveld. Alsmaar dezelfde rondjes totdat je niet meer weet of het maandag of donderdag is. Juli of augustus. The Rolling Stones of The Beatles.
In juli en begin augustus zag ik de Spanjaard Gabri wel eens rennen. Alleen. Op loopschoenen. Rond de velden van de Toekomst. Terwijl zijn teamgenoten ballen overtrapten, lawaai maakten, een partijtje speelden en elkaar dolden, rende hij rondje na rondje om het veld. Hadden zijn teamgenoten vrij, tactiekbespreking of waren ze op voetbalkamp, dan rende Gabri rondjes op het verder uitgestorven gras. Niemand kon vertellen hoe lang zijn achillespeesblessure nog ging duren. Zwaarder dan de weg naar de top van je kunnen is de weg terug.
Maar Gabri is weer op de training van het eerste. Hij oogt fit. Sterk. Hij lacht. Hij heeft nog kleur van zijn maand in Spanje. Supporters zijn speciaal voor hem gekomen. Verwachten dat hij snel weer een basisplaats heeft. Noemen hem een van de beste Ajacieden van de laatste jaren.
Soms zijn mensen pas geliefd als ze er niet meer zijn. Gabri viel pas echt op toen hij niet speelde.
Reacties
‘ En dan ga je een beetje bij Ajaxtrainingen kijken? ”
“Elke dag? ”
“Wat is daar nou aan? ”
“Weet je waar je eens over moet schrijven? Over de prijs van de kroketten in de Arena. ”
“En doe je het ook met de spelers? ”
“Wat is daar nou aan? ”
“Een meisje dat over voetbal schrijft... ik weet niet. ”
“Nee, ik bedoel, begrijp me niet verkeerd, het is niet dat meisjes niet over voetbal zouden mogen schrijven, ze zouden gewoon helemaal niet moeten schrijven. ”
“En weet je dan ook hoe iedereen heet en zo? ”
“Zou je niet veel liever bij een club willen staan die kans maakt op de titel? ”
“Ja, leuk hè? Ze schrijft bijna dagelijks over Ajax en ze houdt alle negers uit elkaar. ”
“En met Martin Jol, doe je het daarmee? ”
“Als jij zo veel van voetbal weet, vertel mij dan eens wat het lievelingsbroodbeleg was van Prince Polley. ”
“Nou?! Nou?! ”
“Ik schrijf stukjes over de D3 van VV Alblasserdam. Hier is een link. Dan zie je dat er eigenlijk veel parallellen te trekken zijn. Onze Jordy Waterkan, bijvoorbeeld, kan ook niet verdedigen. ”
“Ajax? Oké Een vriendin van mij heeft eens Zlatan, Mido en Andy van der Meijde gepijpt. Maar ikzelf geef niet zo om voetbal. ”
Brilletje
‘ Ruud, je moet je poot erin zetten! ” Het is woensdagmiddag. Joop Leeuwendaal, teammanager van de F1 en zanger van het Ajax-strijdlied, schreeuwt een zevenjarig jongetje toe. De F1 van Ajax speelt tegen Waterwijk, een club uit Almere. Ajax is een stuk sterker. Dat komt vooral ook doordat zij Victor Beker hebben: een voetballer met een brilletje. Dat zie je niet vaak. Er is hoop voor de jongetjes met brillen. Steeds als je hem wilt toeschreeuwen: speel de bal af!, passeert hij weer iemand, en nog één, en nog één. De verdedigers van Waterwijk weten niet hoe ze hem moeten stoppen.
Tot ergernis van hun coach, een grote man die slecht tegen zijn verlies kan. “Een weggever! Een weggever! ” schreeuwt hij kwaad naar zijn pupillen wanneer ze een tegendoelpunt krijgen. De boosheid is niet opbouwend, het is pure boosheid, de aderen in zijn nek zetten op.
Gelukkig komt er ook wat moois van voetbalvereniging Waterwijk. Een stukje verderop traint de E2 van Ajax, met de oud-Waterwijker Ryannique Inge: een klein jochie met zo veel balgevoel en vuur dat zelfs zijn trainer Martin Dorré zijn best doet om hem van de bal te houden. Als de E2-keeper Bob van Uden niet zo scherp was, had Ryannique Inge er zeker een stuk of twintig ingeschoten. Wie zeurt dat in de jeugd van Ajax geen talent rondloopt, moet eens komen kijken op een woensdagmiddag.
Twitteren
De adelaar van Vitesse dood. AZ moet voor het volgende seizoen op zoek naar een nieuwe hoofdsponsor. Louis en Truus van Gaal op elke zender te zien. Gregory van der Wiel gestopt met twitteren. Er was genoeg voetbal om over te praten in de kroeg dit weekend. Al werd er geen eredivisiewedstrijd gespeeld. Op De Toekomst is er weinig van te merken, het is er rustig op de maandagmiddag. De spelers die niet uitkomen voor een nationale ploeg, trainen binnen in het krachthok. Oleguer komt als eerste fris gedoucht uit de kleedkamer, met in zijn hand een simpele zwarte toilettas. Alsof hij over de camping loopt. Hij tikt met zijn andere hand iets in op zijn mobiel. Zou Oleguer ook twitteren? Of is hij daar te verstandig voor? Het is een apart slag mensen dat in de ban is van twitteren. Zou Van Marwijk eigenlijk zelf op de pagina van Van der Wiel hebben gekeken? Was hij een follower? Hoort dat bij modern trainersschap? Of zou Van der Wiel verraden zijn? Was er bij Ajax niemand die na eerdere incidentjes tegen Van der Wiel had gezegd dat hij eerst moest nadenken en dan pas mocht twitteren? Kijkt Jol wel genoeg naar de totale mens Van der Wiel? Van der Wiel had net als Vurnon Anita gewoon lekker moeten twitteren over de computerspelletjes die hij speelt: ' kennen jullie dat ( Als iemand echt nep is met Pro evolution Soccer , maar tog steeds wint hmm Today it is Mitta donald ! ) Hollaa.'
De mooie Afrikaan
Timothée Atouba. De mooie Afrikaan. Hij blijft mijn aandacht trekken. Voor mij is hij een van de aantrekkelijkste en interessantste spelers van Ajax. Het is natuurlijk een vrij merkwaardig verhaal hoe hij is ontvangen bij Ajax, aangetrokken op voorspraak van Jol als de nieuwe linksback, daarna al na twee wedstrijden verdwenen uit de selectie en de discussies.
Nu staat de donkere man uit Kameroen op maandagavond in de regen op het hoofdveld van De Toekomst. Hij staat in de basis bij Jong Ajax tegen Jong Vitesse/AGOVV. Als linksback, was de bedoeling van trainer Pieter Huistra. Maar Atouba is overal. Soms verdedigt hij rechtsachter een man, hij staat geregeld als enige verdediger in het vijandige strafschopgebied met zijn hand omhoog, en ook rechtsvoor een vrije trap nemen doet Atouba zonder problemen. Als hij even terug is op zijn plek om te verdedigen, doet hij dat op zijn manier. Niet zomaar de bal afpakken en afspelen, maar natuurlijk even de aanvaller van de tegenstanders dollen, een dubbele schaar proberen of een panna. Alsof hij de aanvaller moet passeren in plaats van andersom. Atouba is een verdediger maar hij was duidelijk liever een aanvaller. Maar daarvoor is hij niet gehaald. Waarvoor precies wel is de vraag. Misschien dat hij door de rode kaart van Emanuelson weer een kans als linksback in het eerste krijgt van Jol. En anders kan hij rechtsvoor vast ook wel wat betekenen.
De Toekomst
In kleine groepjes lopen ze de kleedkamers van De Toekomst uit. En slaan dan meteen rechtsaf. Steeds als ze voeten neerzetten, tikken de noppen onder hun schoenen op de stoeptegels. Een van hen heeft zwarte krullen, een ander draagt een net ballen, een volgende gel in het haar. Ze praten en lachen, worden af en toe gemaand om door te lopen, duwen elkaar, of porren in een zij. Het zijn jongens nog, al worden sommigen al mannen.
Door de poort lopen ze het sportcomplex af, de straat uit, gaan dan rechtsaf het grote parkeerterrein over, waarop bij evenementen in de Arena jonge studenten in gele hesjes mensen naar een parkeerplek wijzen. Nu is het terrein helemaal leeg, op de jonge Ajacieden na, die elkaar volgen richting Arena.
Het grijs van de stenen op het parkeerterrein gaat bijna over in de lucht, de stalen Arena op de achtergrond heeft in dit weer veel weg van een fabrieksgebouw. De frisse roodwitten lopen verder de brug over zoals bij thuiswedstrijden het publiek, de wind waait er tegen hun broeken, dan het pad over naar de hekken van het trainingsveld naast de Arena. Iemand strooit daar de ballen uit. Een ander zet de pionnen neer. Dan gaan ze rennen, warmlopen op het veld naast de Arena. Hun trainingsveld, nu de jongens van het eerste twee velden in beslag hebben genomen omdat het zo ongezellig was bij de Arena. En zo koud in het stukje tussen de kleedkamers en het veld.
Ramadan
De ramadan is dit weekeinde begonnen. Ook voor Ismaïl Aissati. Hij doet eraan mee. “Ja, helemaal, ” zegt hij. Dat betekent dus: niet eten tussen zonsopgang en zonsondergang, en, nog belangrijker voor een sporter: niet drinken.
Het weekeinde begon warm, gelukkig voor de moslims in Nederland is het nu wat koeler aan het worden. Voorlopig. Weeronline voorspelt nog wat warme dagen de komende tijd.
Op de vraag of het niet zwaar is voor een topsporter haalt hij even zijn schouders op en zegt met zijn zachte stem: “Het valt wel mee. Soms na een training is het wel erg zwaar. ”
Hij is de enige van het team die echt aan de ramadan doet. “Mickey doet soms ook mee. ” Sulejmani is ook moslim. Een verschil in discipline, ‘ soms’ meedoen aan de ramadan.
Tijdens de wedstrijd tegen Sparta spoelde Aissati in de wedstrijd en na zijn wissel zijn mond met wat water, maar spuwde het meteen weer uit.
Martin Jol beloofde op de persconferentie van vrijdag op te letten of ‘ Aissati niet wit zou uitslaan’. Hij zei het een beetje lacherig maar na de wedstrijd tegen Sparta ging Aissati meteen naar huis. De eerste week is het zwaarst.
Vanavond mag Aissati van Jol thuisblijven. Bij zijn familie. En zoetigheid eten tot de gaatjes in zijn tanden slaan.
Een bankje
David Endt heeft een nieuw bankje voor op zijn werkkamer op de Toekomst. Een tweedehands nieuw bankje, uit eigen zak betaald, want hij wil Ajax niet op kosten jagen. Hij vond het bankje op Marktplaats en haalde het vervolgens op bij een vrouw in Oud-West. Haar verkering was uit, haar hond dood. Het bankje moest de deur uit.
Endt betaalde er vijftig euro voor en een quiche. Hij is er heel content mee. Het fleurt de kamer ook wel een beetje op. Voordat Ajax 1 en iedereen daaromheen zijn intrek op de Toekomst namen, was dit kantoor de ruimte van de stadionspeaker. Er staan nog steeds kasten met veel draadjes en knopjes waar je niet aan durft te zitten. Het is nog niet helemaal hoe het moet zijn in het nieuwe kantoor, met die kasten vol draden, maar de gordijnen hangen en het bankje staat.
Het bankje is rood en past precies tussen het bureau van Endt en de deur. Het moet een plek worden waar spelers straks kunnen zitten. Een beetje kletsen over hun toekomst, de laatste wedstrijd, de opvoeding van de kinderen, het voordeel van een dubbele uitlaat, de billen van de kantinejuffrouw, Yolanthe & Wesley.
Endt heeft de vrouw van het bankje beloofd een foto te maken als Suarez erop zit en haar dan een afdruk te sturen. Suarez op dit bankje. Door die mogelijkheid alleen al is het bankje nu al honderdvijftig euro waard.
15 augustus: Een Jolletje
Vrijdag persdag. De jongens van het eerste spelen in de Arena wat voetbal voor de camera's. Sulejmani en Rommedahl staan de pers te woord in hun vrijetijdskleding. Rommedalh draagt een driekwart broek. Het maakt hem erg sympathiek dat hij niet modebewust is.
De persconferentie trekt veel journalisten. Zelfs de beroemde. Humberto Tan. Vader en dochter Barend. Vader Barend schudt hier en daar handen. Dochter Barend deelt zoenen uit. Ook aan Martin en zijn broer Cock Jol, die als persoonlijk assistent van Martin Jol ook maar een trainingspak heeft aangetrokken.
Voor de schrijvende pers verruilt Jol het tweede deel van de persconferentie de veilige hogere plek achter de perstafel voor een stoel aan een tafel tussen de journalisten. Hij lijkt niet heel gelukkig met de situatie. “Dit doen we altijd, ” zegt een van de journalisten. Jol schikt zich en beantwoordt vragen van de mannen om hem heen. Hij is vrij rechtuit maar vertelt nooit wat hij niet wil vertellen. Voor journalisten heeft hij vaak een typisch ‘ Jolletje’ paraat. Een droog, geestig en vooral ontwijkend antwoord. Twee voorbeelden van de afgelopen weken:
“Martin (journalisten spreken nooit met twee woorden), wat vind je van het principe never change a winning team? ”
“Dat vind ik een mooi principe. ”
“Wanneer maak je bekend wie er op doel staat zondag? ”
“Ik denk dat dit in de wedstrijd wel duidelijk wordt. ”
Punt. Volgende vraag.
De persconferentie trekt veel journalisten. Zelfs de beroemde. Humberto Tan. Vader en dochter Barend. Vader Barend schudt hier en daar handen. Dochter Barend deelt zoenen uit. Ook aan Martin en zijn broer Cock Jol, die als persoonlijk assistent van Martin Jol ook maar een trainingspak heeft aangetrokken.
Voor de schrijvende pers verruilt Jol het tweede deel van de persconferentie de veilige hogere plek achter de perstafel voor een stoel aan een tafel tussen de journalisten. Hij lijkt niet heel gelukkig met de situatie. “Dit doen we altijd, ” zegt een van de journalisten. Jol schikt zich en beantwoordt vragen van de mannen om hem heen. Hij is vrij rechtuit maar vertelt nooit wat hij niet wil vertellen. Voor journalisten heeft hij vaak een typisch ‘ Jolletje’ paraat. Een droog, geestig en vooral ontwijkend antwoord. Twee voorbeelden van de afgelopen weken:
“Martin (journalisten spreken nooit met twee woorden), wat vind je van het principe never change a winning team? ”
“Dat vind ik een mooi principe. ”
“Wanneer maak je bekend wie er op doel staat zondag? ”
“Ik denk dat dit in de wedstrijd wel duidelijk wordt. ”
Punt. Volgende vraag.
13 augustus: Held
In het voorjaar zag ik hem voor het eerst in het echt. In Blaricum. Hij viel bijna niet op tussen het nepblond, het nepbruin en het blinkend goud van de nieuwe Blaricumse moeders.
“Kijk, ” zei ik opgewonden tegen de vriendin naast me.
“Ik ken hem ergens van, ” zei ze. “Volgens mij heeft hij bij mij op de middelbare school gezeten. ”
“Hij heeft niet bij je op school gezeten Sabine. ”
“Nee? Is hij van de tennisclub, had hij niet iets met hoe-heet-ze? ”
“Het is Dennis Bergkamp! ”
“Is dat niet die voetballer? ”
Dennis Bergkamp is, of was inderdaad een voetballer. Een heel grote. Een held vroeger voor de jongetjes op straat. Vriendjes van vriendinnetjes van mij kijken op brakke zondagen nog vaak naar zijn honderd fantastische goals, praten erover op feestjes.
In Blaricum haalt hij zijn zoontje van school op een citybike. En hij werkt op De Toekomst als trainer van de D2. De jochies komen nog niet tot aan zijn borst. Wanneer hij het terrein komt oplopen, draait iedereen zich om. In lichte bewondering. Maar hij lijkt niet op een held. Of een filmster. Hij heeft nooit echt nagedacht over een kapsel zoals Beckham of Ronaldo. Aan zijn pols geen zwaar horloge. Hij lijkt gewoon op een voetballer zoals je er in elke voetbalkantine wel een paar ziet. Hij was alleen veel beter. Dat is alles.
“Kijk, ” zei ik opgewonden tegen de vriendin naast me.
“Ik ken hem ergens van, ” zei ze. “Volgens mij heeft hij bij mij op de middelbare school gezeten. ”
“Hij heeft niet bij je op school gezeten Sabine. ”
“Nee? Is hij van de tennisclub, had hij niet iets met hoe-heet-ze? ”
“Het is Dennis Bergkamp! ”
“Is dat niet die voetballer? ”
Dennis Bergkamp is, of was inderdaad een voetballer. Een heel grote. Een held vroeger voor de jongetjes op straat. Vriendjes van vriendinnetjes van mij kijken op brakke zondagen nog vaak naar zijn honderd fantastische goals, praten erover op feestjes.
In Blaricum haalt hij zijn zoontje van school op een citybike. En hij werkt op De Toekomst als trainer van de D2. De jochies komen nog niet tot aan zijn borst. Wanneer hij het terrein komt oplopen, draait iedereen zich om. In lichte bewondering. Maar hij lijkt niet op een held. Of een filmster. Hij heeft nooit echt nagedacht over een kapsel zoals Beckham of Ronaldo. Aan zijn pols geen zwaar horloge. Hij lijkt gewoon op een voetballer zoals je er in elke voetbalkantine wel een paar ziet. Hij was alleen veel beter. Dat is alles.
12 augustus: passende functie
Zou John van ’t Schip het nog leuk vinden bij Ajax, zonder zijn vriend Marco van Basten in de buurt?
Hij loopt soms wat wezenloos over het trainingsveld, trapt hier en daar tegen wat ballen, schiet ze af en toe van afstand op open doel, meestal met succes. Dan glimlacht hij even.
Tijdens een van de trainingen wordt hij door spelers gecomplimenteerd met zijn goede voorzetten: ‘ Lekker Schippie!’ Alsof hij een van hen is. In juni stond er nog in de kranten te lezen dat er voor Van ’t Schip een ‘ passende functie’ zou worden gezocht. Vanaf het hek is niet goed te zien wat die functie nu precies inhoudt.
Als de groep met Jol en Blind tijdens de training even samenkomt om te overleggen, blijft Van ’t Schip vaak van een afstandje kijken. Hij verzamelt ballen aan het einde van de training en stopt ze in een net. Net als Blind. Dat hoort er blijkbaar bij. Maar het moet toch een stuk minder leuk werken zijn dan in het vriendencluppie met Van Basten en Rob Witschge. Minder gedeelde herinneringen. Minder gein. Minder waardering ook misschien.
Vergeleken met Witschge en Van Basten was Van ’t Schip ervaren. Bij Jol is hij een jongeling. Hij lijkt me geen type om erover te zeuren. Van ’t Schip draagt het. Maar soms zou je willen dat hij iets gelukkiger leek.
Hij loopt soms wat wezenloos over het trainingsveld, trapt hier en daar tegen wat ballen, schiet ze af en toe van afstand op open doel, meestal met succes. Dan glimlacht hij even.
Tijdens een van de trainingen wordt hij door spelers gecomplimenteerd met zijn goede voorzetten: ‘ Lekker Schippie!’ Alsof hij een van hen is. In juni stond er nog in de kranten te lezen dat er voor Van ’t Schip een ‘ passende functie’ zou worden gezocht. Vanaf het hek is niet goed te zien wat die functie nu precies inhoudt.
Als de groep met Jol en Blind tijdens de training even samenkomt om te overleggen, blijft Van ’t Schip vaak van een afstandje kijken. Hij verzamelt ballen aan het einde van de training en stopt ze in een net. Net als Blind. Dat hoort er blijkbaar bij. Maar het moet toch een stuk minder leuk werken zijn dan in het vriendencluppie met Van Basten en Rob Witschge. Minder gedeelde herinneringen. Minder gein. Minder waardering ook misschien.
Vergeleken met Witschge en Van Basten was Van ’t Schip ervaren. Bij Jol is hij een jongeling. Hij lijkt me geen type om erover te zeuren. Van ’t Schip draagt het. Maar soms zou je willen dat hij iets gelukkiger leek.
6 augustus: Prijs/kwaliteit
Er zijn veel Nederlanders die zich druk maken om zoiets als prijs/kwaliteit-verhoudingen. Fransen heb ik er nog nooit over gehoord. Zelfs Duitsers niet. Maar Nederlanders beoordelen een biefstuk in een eetcafé anders dan in een sterrenrestaurant.
Ik weet niet of ik dat juist knap of stom vind. Ik kan dat namelijk niet, ik neem een hap van mijn biefstuk, en ik vind hem lekker, matig of niet lekker. Als ik het matig of niet lekker vind, denk ik niet daarna: ‘ maar ja, de biefstuk was maar vijftien euro, dus voor die prijs kom ik nog wel een keer terug. Voor twintig euro had ik hem weer uitgespuugd.’ Nee, matig is matig ook al heb ik er maar vijf euro voor betaald.
Zo denk ik ook een beetje over Sulejmani. Dat eeuwige gezeur over die zestien miljoen ben ik meer dan zat. Bij elke bal die hij mist op de training hoor ik mannen verzuchten ‘ zestien miljoen, lekker dan… ’. Zou die slechte bal wel gerechtvaardigd zijn als hij ‘ slechts’ negen miljoen had gekost? Of drie? Bij een club als Real Madrid betalen ze zestien miljoen euro voor een assistent-materiaalman. Daar lachen ze om dat bedrag. Iemand is goed of niet. En Sulejmani is goed. Dat gaat er dit jaar weer uitkomen. Hij is een beetje te dik, maar talentvol en hij blijft redelijk en vriendelijk rustig, hoe vaak mensen hem ook ‘ zestien miljoen’ noemen in plaats van ‘ Micky’. En dat voor een Serviër.
Ik weet niet of ik dat juist knap of stom vind. Ik kan dat namelijk niet, ik neem een hap van mijn biefstuk, en ik vind hem lekker, matig of niet lekker. Als ik het matig of niet lekker vind, denk ik niet daarna: ‘ maar ja, de biefstuk was maar vijftien euro, dus voor die prijs kom ik nog wel een keer terug. Voor twintig euro had ik hem weer uitgespuugd.’ Nee, matig is matig ook al heb ik er maar vijf euro voor betaald.
Zo denk ik ook een beetje over Sulejmani. Dat eeuwige gezeur over die zestien miljoen ben ik meer dan zat. Bij elke bal die hij mist op de training hoor ik mannen verzuchten ‘ zestien miljoen, lekker dan… ’. Zou die slechte bal wel gerechtvaardigd zijn als hij ‘ slechts’ negen miljoen had gekost? Of drie? Bij een club als Real Madrid betalen ze zestien miljoen euro voor een assistent-materiaalman. Daar lachen ze om dat bedrag. Iemand is goed of niet. En Sulejmani is goed. Dat gaat er dit jaar weer uitkomen. Hij is een beetje te dik, maar talentvol en hij blijft redelijk en vriendelijk rustig, hoe vaak mensen hem ook ‘ zestien miljoen’ noemen in plaats van ‘ Micky’. En dat voor een Serviër.
4 augustus: Besloten training
De training is besloten maar voor deze ene keer mag ik van Van ’t Schip wel in de zon aan de kant zitten. “Ik ben ook niet echt een journalist, ” zeg ik hem nog ter verdediging. “Nee, ” zegt hij, “maar je schrijft wel over ons. ”
Aan het hek staat Marie in een geel hesje. Ze houdt mensen tegen die het veld op willen lopen. Af en toe gooit ze weggerolde ballen in de richting van materiaalman Fred. In de verte komt een gezin aanlopen. Een man met een driekwartbroek en een pet. Een zoon met een Ajaxposter in zijn hand. En een vrouw en een meisje. Marie loopt vastberaden op ze af. “Vandaag is de training helaas besloten. ”
“Maar ik kom helemaal uit Limburrug. We zijn om zes uur vanochtend opgestaan. ”
“Dat is heel vervelend maar deze training is toch echt besloten. ”
“Maar ik kom helemaal uit Limburrug. ” Marie aarzelt. Daar had ze toch al op gereageerd?
Fred komt aanlopen. “Meneer, de training is besloten. Vanmiddag kunt u komen kijken.’
“Ik kom helemaal uit Limburrug. We willen bij de training kijken. ”
“Wij komen ook niet op uw werk kijken. ”
“Maar we komen helemaal uit Limburrug. ”
Fred en Marie begrijpen dat het een eind rijden is. Maar niet dat iemand uit ‘Limburrug’ denkt meer recht te hebben op een Ajax-training dan iemand van de Czaar Peterstraat, drie hoog. Ze sturen het tegenstribbelende gezin naar de training van Jong Ajax. Op het trainingsveld wordt ondertussen wat gevoetbald.
Aan het hek staat Marie in een geel hesje. Ze houdt mensen tegen die het veld op willen lopen. Af en toe gooit ze weggerolde ballen in de richting van materiaalman Fred. In de verte komt een gezin aanlopen. Een man met een driekwartbroek en een pet. Een zoon met een Ajaxposter in zijn hand. En een vrouw en een meisje. Marie loopt vastberaden op ze af. “Vandaag is de training helaas besloten. ”
“Maar ik kom helemaal uit Limburrug. We zijn om zes uur vanochtend opgestaan. ”
“Dat is heel vervelend maar deze training is toch echt besloten. ”
“Maar ik kom helemaal uit Limburrug. ” Marie aarzelt. Daar had ze toch al op gereageerd?
Fred komt aanlopen. “Meneer, de training is besloten. Vanmiddag kunt u komen kijken.’
“Ik kom helemaal uit Limburrug. We willen bij de training kijken. ”
“Wij komen ook niet op uw werk kijken. ”
“Maar we komen helemaal uit Limburrug. ”
Fred en Marie begrijpen dat het een eind rijden is. Maar niet dat iemand uit ‘Limburrug’ denkt meer recht te hebben op een Ajax-training dan iemand van de Czaar Peterstraat, drie hoog. Ze sturen het tegenstribbelende gezin naar de training van Jong Ajax. Op het trainingsveld wordt ondertussen wat gevoetbald.
31 juli: Kleedkamerhumor
Van Rody Turpijn hoorde ik wel eens verhalen over kleedkamerhumor bij Ajax. U weet wel, pindakaas in handdoeken, schoenen verstoppen. Gewoon ‘ geinig’. De koning van de kleedkamer was in de tijd dat Rody er speelde Richard Witschge.
Hij was een blaag. Vooral Sjakie Wolfs was de pineut, hoewel Sjakie het allemaal machtig mooi vond. Witschge gooide graag alle handdoeken door de kleedkamer die Sjakie net netjes had opgevouwen, zodat die weer opnieuw kon beginnen. Dat soort geintjes. U kent de verhalen vast.
In het huidige Ajax 1 is mij nog niet helemaal duidelijk wie de grappenmaker is. Cvitanich komt het meest in aanmerking. Hij lacht bijna de hele tijd. Slaat steeds plagerig zijn arm om Aisatti. “Gordo! ” (dikkerdje) roept hij naar Sulejmani en gooit treiterig zijn bidon tegen hem aan. Maar de Amsterdamse humor mist een beetje, of hij ontgaat me – ik sta er nog maar net.
Gisteren stond ik langs het veld bij Jong Ajax. Ajax 1 had een rustdag. Onder leiding van Fred Grim speelden ze tikkertje. Er werd gelachen. Gedold. Er was zichtbaar veel plezier. En talent. Ranke jongens maakten tijdens een positiespel mooie combinaties en doelpunten. De winnaars konden het niet laten de stand steeds hardop te roepen.
Een kleine middenvelder met de voornaam Jordy bewoog overal tussendoor en legde de bal keer op keer met veel gevoel achter de keeper. Hij sloeg zijn teamgenoot even pesterig op het hoofd. Dit is Ajax.
Hij was een blaag. Vooral Sjakie Wolfs was de pineut, hoewel Sjakie het allemaal machtig mooi vond. Witschge gooide graag alle handdoeken door de kleedkamer die Sjakie net netjes had opgevouwen, zodat die weer opnieuw kon beginnen. Dat soort geintjes. U kent de verhalen vast.
In het huidige Ajax 1 is mij nog niet helemaal duidelijk wie de grappenmaker is. Cvitanich komt het meest in aanmerking. Hij lacht bijna de hele tijd. Slaat steeds plagerig zijn arm om Aisatti. “Gordo! ” (dikkerdje) roept hij naar Sulejmani en gooit treiterig zijn bidon tegen hem aan. Maar de Amsterdamse humor mist een beetje, of hij ontgaat me – ik sta er nog maar net.
Gisteren stond ik langs het veld bij Jong Ajax. Ajax 1 had een rustdag. Onder leiding van Fred Grim speelden ze tikkertje. Er werd gelachen. Gedold. Er was zichtbaar veel plezier. En talent. Ranke jongens maakten tijdens een positiespel mooie combinaties en doelpunten. De winnaars konden het niet laten de stand steeds hardop te roepen.
Een kleine middenvelder met de voornaam Jordy bewoog overal tussendoor en legde de bal keer op keer met veel gevoel achter de keeper. Hij sloeg zijn teamgenoot even pesterig op het hoofd. Dit is Ajax.
30 juli: Jonge supporters
“Waarom zijn de hekken zo laag langs het veld? ”
“In de Arena kunnen wel 100.000 mensen. ”
“Met Mario Been gaat Ajax misschien wat beter spelen. ”
“Als het dak dicht gaat, is het dan heel donker? ”
“Ik vind dat ze Huntelaar terug moeten kopen, anders word ik voor FC Twente. ”
“Ajax is de beste van de hele wereld. Toch papa? ”
“Wie is dat die nu net scoort? ”
“Hoe hoog is het hier? ”
“Oh, daar is Suarez, die ken ik van de eredivisie live reclame! ”
“Om de Arena te bouwen zijn ze zeker wel een maand bezig geweest. ”
“Eigenlijk is zo’n voetbalveld helemaal niet groot toch? ”
“Waarom is Vermaelen weg? ”
“Waarom is-ie dan verkocht? ”
“Waarom verkopen ze spelers dan die we beter kunnen houden? ”
“Hoeveel geld kreeg-ie dan? ”
“Daar kan je wel tien auto’s voor kopen! ”
“Honderd? ”
“Demy de Zeeuw dat vind ik een gekke naam. ”
“Valt er wel eens iemand in die gang naast het veld? ”
“Ik vind het jammer dat er bij Ajax geen deuren zijn waar de teams uitkomen en meteen het veld oplopen. ”
“Mijn vader heeft een keer Van Basten gesproken. ”
“Mijn vader Gordon! ”
“Ik ga later misschien ook wel bij Ajax spelen, of bij AZ want die zijn kampioen. ”
“In de Arena kunnen wel 100.000 mensen. ”
“Met Mario Been gaat Ajax misschien wat beter spelen. ”
“Als het dak dicht gaat, is het dan heel donker? ”
“Ik vind dat ze Huntelaar terug moeten kopen, anders word ik voor FC Twente. ”
“Ajax is de beste van de hele wereld. Toch papa? ”
“Wie is dat die nu net scoort? ”
“Hoe hoog is het hier? ”
“Oh, daar is Suarez, die ken ik van de eredivisie live reclame! ”
“Om de Arena te bouwen zijn ze zeker wel een maand bezig geweest. ”
“Eigenlijk is zo’n voetbalveld helemaal niet groot toch? ”
“Waarom is Vermaelen weg? ”
“Waarom is-ie dan verkocht? ”
“Waarom verkopen ze spelers dan die we beter kunnen houden? ”
“Hoeveel geld kreeg-ie dan? ”
“Daar kan je wel tien auto’s voor kopen! ”
“Honderd? ”
“Demy de Zeeuw dat vind ik een gekke naam. ”
“Valt er wel eens iemand in die gang naast het veld? ”
“Ik vind het jammer dat er bij Ajax geen deuren zijn waar de teams uitkomen en meteen het veld oplopen. ”
“Mijn vader heeft een keer Van Basten gesproken. ”
“Mijn vader Gordon! ”
“Ik ga later misschien ook wel bij Ajax spelen, of bij AZ want die zijn kampioen. ”
28 juli: Een leuk team
Benfica won zondag het Amsterdam Tournament. Waarschijnlijk voor de sfeer werd tussen de wedstrijden en tijdens de rust slechte housemuziek gedraaid. De cd was misschien geleend van de Amsterdam Admirals. Kinderen deden hun uiterste best, er werd zelfs verscheidene keren een ouderwetse wave ingezet, maar de Arena was nooit sfeervol te noemen. Het ‘ Hij is een onbenul’ dat vanuit de F-side werd gezongen voor scheidsrechter Pieter Vink klonk eerder humoristisch dan dreigend.
De Arena was vrij leeg, er waren 18160 kaarten verkocht voor de laatste dag. De spelers van Benefica kregen na afloop van de wedstrijd een beker en natuurlijk het eeuwige ‘ We are the Champions’ van Queen. Ze deden hun best om blij te zijn voor het handjevol Beneficasupporters dat uitzinnig met vlaggen zwaaide. De meeste Ajaxsupporters waren toen al op weg naar huis.
Bij de persconferentie waren de bitterballen en Martin Jol lauw. Een man naast me maakte geen enkele aantekening. Een jongen vroeg vanachter een filmcamera of dit Ajax al klaar was voor de competitie. Ajax speelde bij vlagen erg verrassend en erg slecht, ook volgens Jol, maar volgens hem kon je niet afmeten of een team klaar is voor de competitie als het ‘ speelde tegen grootheden als Atlético Madrid of Benfica. Dat zijn heel goede teams. Wij zijn een leuk team.’
Ik krijg steeds meer zin in de competitie. Dit wordt vast en zeker een ‘ leuk’ jaar.
De Arena was vrij leeg, er waren 18160 kaarten verkocht voor de laatste dag. De spelers van Benefica kregen na afloop van de wedstrijd een beker en natuurlijk het eeuwige ‘ We are the Champions’ van Queen. Ze deden hun best om blij te zijn voor het handjevol Beneficasupporters dat uitzinnig met vlaggen zwaaide. De meeste Ajaxsupporters waren toen al op weg naar huis.
Bij de persconferentie waren de bitterballen en Martin Jol lauw. Een man naast me maakte geen enkele aantekening. Een jongen vroeg vanachter een filmcamera of dit Ajax al klaar was voor de competitie. Ajax speelde bij vlagen erg verrassend en erg slecht, ook volgens Jol, maar volgens hem kon je niet afmeten of een team klaar is voor de competitie als het ‘ speelde tegen grootheden als Atlético Madrid of Benfica. Dat zijn heel goede teams. Wij zijn een leuk team.’
Ik krijg steeds meer zin in de competitie. Dit wordt vast en zeker een ‘ leuk’ jaar.
24 juli: Nog meer Atouba
Timothée Atouba traint nog niet mee met de groep maar rent in de breedte van het trainingsveld heen en weer. De conditietrainer houdt op een stopwatch zijn verrichtingen bij. Atouba loopt als een langeafstandsloper. Heel anders dan Enoh die een stukje verderop rent als een echte voetballer, met korter grondcontact.
Enoh is klein en fragiel naast zijn landgenoot. Atouba, groot en sterk, heeft de uitstraling van een boksgigant. Een man waar je geen ruzie mee wilt hebben. Hij heeft een donkere blik waar je niet omheen kunt. Verdedigen gaat natuurlijk om meer dan een blik maar de ogen van deze man tonen nog meer kracht dan zijn bovenarmen.
De Kameroeners mogen als eerste van het trainingsveld af. Een vijftigtal kinderen, en een enkele volwassen vrouw, staat op hen te wachten voor een foto en een handtekening. Atouba mist het knuffelgehalte van Enoh, een verdediger moet je ook niet willen knuffelen, maar de kinderen maakt het niets uit, hun handtekeningenboekje moet vol.
Ze lopen opgetogen op hem af. Vergeten dat hij geen Nederlands spreekt. Atouba ondergaat het gelaten, met weinig plezier maar met plichtsgevoel. Pas als een schattig jongetje in rolstoel een handtekening aan hem vraagt, breekt voor het eerst in anderhalf uur zijn gezicht open. Ik krijg het er warm van. Atouba heeft kuiltjes in zijn wangen als hij lacht.
Enoh is klein en fragiel naast zijn landgenoot. Atouba, groot en sterk, heeft de uitstraling van een boksgigant. Een man waar je geen ruzie mee wilt hebben. Hij heeft een donkere blik waar je niet omheen kunt. Verdedigen gaat natuurlijk om meer dan een blik maar de ogen van deze man tonen nog meer kracht dan zijn bovenarmen.
De Kameroeners mogen als eerste van het trainingsveld af. Een vijftigtal kinderen, en een enkele volwassen vrouw, staat op hen te wachten voor een foto en een handtekening. Atouba mist het knuffelgehalte van Enoh, een verdediger moet je ook niet willen knuffelen, maar de kinderen maakt het niets uit, hun handtekeningenboekje moet vol.
Ze lopen opgetogen op hem af. Vergeten dat hij geen Nederlands spreekt. Atouba ondergaat het gelaten, met weinig plezier maar met plichtsgevoel. Pas als een schattig jongetje in rolstoel een handtekening aan hem vraagt, breekt voor het eerst in anderhalf uur zijn gezicht open. Ik krijg het er warm van. Atouba heeft kuiltjes in zijn wangen als hij lacht.
23 juli: Timothee Atouba
Sportpark De Toekomst is slecht te bereiken met het openbaar vervoer. Voor de presentatie van Atouba besloot ik mijn fiets in de metro mee te nemen om dan vanaf het metrostation verder te fietsen. Bij station Wibautstraat werd ik er door twee GVB-controleurs uitgehaald.
“Mevrouw, komt u naar buiten. U krijgt een boete. ”
Ik begreep het niet. Wat had ik verkeerd gedaan? Naast me stond nota bene een man van middelbare leeftijd in een tuinbroek! Dat mocht wel?
“U staat met uw fiets in de verkeerde wagon. ”
Aarzelend liep ik naar buiten. De man vroeg om mijn legitimatiebewijs en begon een bon te schrijven. Hij schreef tergend langzaam. Alsof hij voor zijn moeder een pagina uit de bijbel kalligrafeerde. Ik kreeg het warm. En probeerde niet te vloeken. Twee metro’s waren langsgekomen toen hij eindelijk om mijn adres vroeg. En pas een paar minuten later scheurde hij de bon af en gaf hem aan mij. Onder delict stond: ‘ fiets verkeerd.’
De 54 mistte ik bijna omdat de fietsenwagon helemaal aan de andere kant was. Ik rende met mijn fiets het hele perron over. Vloekend.
Bezweet kwam ik aan bij De Toekomst. Te laat. Nog net ving ik een glimp op van de nieuwe linksback. Hij heeft een normaal postuur, is ongeveer 1.90 meter, heeft een donker getinte huid en is vermoedelijk van Afrikaanse afkomst.
“Mevrouw, komt u naar buiten. U krijgt een boete. ”
Ik begreep het niet. Wat had ik verkeerd gedaan? Naast me stond nota bene een man van middelbare leeftijd in een tuinbroek! Dat mocht wel?
“U staat met uw fiets in de verkeerde wagon. ”
Aarzelend liep ik naar buiten. De man vroeg om mijn legitimatiebewijs en begon een bon te schrijven. Hij schreef tergend langzaam. Alsof hij voor zijn moeder een pagina uit de bijbel kalligrafeerde. Ik kreeg het warm. En probeerde niet te vloeken. Twee metro’s waren langsgekomen toen hij eindelijk om mijn adres vroeg. En pas een paar minuten later scheurde hij de bon af en gaf hem aan mij. Onder delict stond: ‘ fiets verkeerd.’
De 54 mistte ik bijna omdat de fietsenwagon helemaal aan de andere kant was. Ik rende met mijn fiets het hele perron over. Vloekend.
Bezweet kwam ik aan bij De Toekomst. Te laat. Nog net ving ik een glimp op van de nieuwe linksback. Hij heeft een normaal postuur, is ongeveer 1.90 meter, heeft een donker getinte huid en is vermoedelijk van Afrikaanse afkomst.
21 juli: Jeroen Verhoeven
Jeroen Verhoeven mag als derde plaats nemen in het doel. Hij loopt in rustig tempo over het gras van het trainingsveld, maar hij zet zijn schoenen stevig neer alsof hij de graspollen even moet aanduwen. Ondanks zijn jeugd bij Ajax kleeft het vissersdorp Volendam nog aan Verhoeven, dat was je niet zomaar weg. Het lijkt alsof de sponsor Café Bar Koffieservice gewoon nog op zijn borst prijkt. Maar hij staat er echt in Ajax-
tenue.
Het strakke, grijze keeperspak toont een lang en stevig lichaam. Voor de Ajax-fans die achter het hek precies achter Verhoeven staan, verdwijnt Aissati even uit zicht wanneer hij soepel op de doelman afrent. Twaalf Ajacieden wisselen af met scoren en passen. Verhoeven wordt minder gepasseerd dan Stekelenburg en Vermeer. Misschien zijn de aanvallers moe. Misschien schrikken de lengte en breedte van Verhoeven hen af, zoals ze hem ook in wedstrijden tegen Volendam maar zelden wisten te passeren.
De Bussumer oogt fit, maar hij mist de olijke oogopslag die hem zo populair maakte bij de supporters van Volendam. Hij lacht niet. Zijn blik is stuurs en geconcentreerd. Voetbal lijkt opeens iets zwaars geworden. Darko Bodul stormt op het doel af en schiet hard door het midden. Verhoeven springt als een rugbyer op de bal en blijft even liggen. Nog voordat hij weer op kan staan, schiet Luque naast.